Aan de gevel van een voormalig kantoorpand in het Brabantse Putte prijken de vlaggen van vijftien landen. Syrië onder andere, Somalië, Irak en Pakistan. Ze verraden de nationaliteiten van de nieuwe bewoners van het gebouw op steenworp afstand van de Belgische grens.
Langs een klein glazen rokershok, waar een bebaarde man een hijs van zijn sigaret neemt en vriendelijk zwaait, leidt de gang naar een grote kantine. Mannen, vrouwen en kinderen zitten in groepjes aan tafel. In de professioneel ogende, open keuken bereiden bewoners en medewerkers de lunch voor. De kantine vult zich met de geuren van Midden-Oosterse gerechten.
Gemoedelijk, zo laat de sfeer zich samenvatten. Sinds oktober 2022 huisvest de gemeente Woensdrecht ongeveer tachtig vluchtelingen in deze kleinschalige opvanglocatie. Niet het COA, maar de gemeente zelf heeft daarbij de regie. Het Rode Kruis is ingehuurd voor de coördinatie.
Met de opvanglocatie in Putte liep de gemeente Woensdrecht vooruit op de spreidingswet, die vanaf donderdag van kracht is. ‘Dat geeft politieke rust’, legt burgemeester Steven Adriaansen uit. ‘Misschien moeten er nog wel een paar bij, maar dat zal niet zo’n grote stap zijn. Dankzij de ervaring met deze locatie wordt het opbouwen, bemensen en inrichten van meer opvangplekken veel makkelijker.’
De kleinschalige opvang in Putte is van aard en omvang waar veel gemeenten wél voor openstaan. Anders dan bij veel azc’s elders staan de burgemeester en wethouder van de gemeente Woensdrecht en de medewerkers van het Rode Kruis te trappelen om de Volkskrant rond te leiden en te vertellen over het project. Stuk voor stuk zijn ze lyrisch. ‘Veel andere gemeenten komen kijken om te zien hoe we het hier regelen’, vertelt Adriaansen met enige trots.
Niet alleen de burgemeester en het Rode Kruis zijn tevreden over de opvang in het grensdorp. Ook de politie, buurtpreventie, het dorpsplatform, de eigenaar van het pand en de gemeenteraad concludeerden in maart vorig jaar dat de opvang ‘naar tevredenheid verloopt’. In ruim een half jaar tijd waren bij de gemeente geen meldingen van overlast binnengekomen. En dus besloot de gemeente tot verlenging van de opvanglocatie, in ieder geval tot 1 mei 2025.
De zogenoemde ‘zelfwerkzaamheid’ is volgens Gert-Jan de Hoon van het Rode Kruis de sleutel tot succes. ‘De groep regelt hier heel veel zelf: mensen kunnen zelf koken en maken zelf hun kamers schoon. Daarnaast bouwen ze iets op met de medewerkers en vrijwilligers.’ Dat laatste wordt tijdens de rondleiding bevestigd. De medewerkers van het Rode Kruis kennen de bewoners bij naam, en iedereen die langsloopt, wordt hartelijk begroet in het Engels of Nederlands.
De kleinschaligheid van de opvanglocatie in Putte heeft veel voordelen, vinden de Turkse vriendinnen Vera (14) en Halime (11), die respectievelijk 8 en 11 maanden in Putte verblijven. Aan tafel, met een zelfgemaakte chocoladetaart voor hun neus, vertellen ze over hun ervaringen. In het Nederlands, na aanmoediging van een medewerker van het Rode Kruis.
‘Zo’n kleine opvang is fijn, er zijn weinig problemen hier’, zegt Vera. ‘Er is ook veel te doen: ik leer Nederlands, kijk films op mijn computer, en ga vijf dagen per week naar school in Bergen op Zoom.’ Halime knikt instemmend.
‘We beginnen direct met de inburgering’, vervolgt De Hoon, verantwoordelijk voor de vluchtelingenopvang in West-Brabant. ‘Kinderen gaan in de buurt naar school en mensen sluiten zich aan bij de plaatselijke voetbalvereniging. Daarom hebben we het COA gevraagd of de mensen die een status krijgen, hier in de regio gehuisvest kunnen worden.’ In vier gevallen is dat gelukt, zes mensen staan op dit moment op de wachtlijst voor een woning in de buurt.
Ook de Pakistaanse Abdul Ahad Basharat (64) zegt het goed te hebben in Putte. Maar de keerzijde van zo’n relatief kleine opvang is dat Basharat zijn landgenoten mist. ‘Er zijn geen andere Pakistani hier, dus ik voel me wel eenzaam.’
De opgewekte Sayedani Saedavi (19) uit Iran heeft daar helemaal geen problemen mee. Omdat hij boven de 18 is, kan hij niet naar school. Toch weet hij zichzelf goed bezig te houden. ‘Ik bewerk video’s en schrijf gedichten’, zegt hij in behoorlijk Nederlands. ‘Op maandag en woensdag speel ik met de kinderen op een basisschool, en op dinsdag en donderdag train ik bij een voetbalclub in de buurt. Ik ben de sterspeler’, lacht hij. Saedavi hoopt op een dag wel naar school te mogen om later zijn steentje bij te kunnen dragen. ‘Ik spreek vijf talen, dus ik zou graag docent of tolk worden.’
Voor een kleine gemeente als Woensdrecht lijkt deze vorm van opvang ideaal. Maar of die in heel Nederland gerealiseerd kunnen worden? ‘Met de juiste mindset en de juiste mensen kan iedere gemeente dit doen’, denkt De Hoon van het Rode Kruis. ‘Je kunt als gemeente meteen zeggen dat het niet kan, maar je kunt het ook gewoon proberen.’ Burgemeester Adriaansen is het daarmee eens. ‘Een plek met meer mensen is misschien efficiënter, maar efficiëntie moet niet altijd voorop staan.’
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
U bent niet ingelogd
Antwoord op al uw vragen
Updates, wijzigingen en klachten
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2024 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden