We worden gebombardeerd met berichten over artificial intelligence (AI). Die berichten ademen een sfeer uit alsof AI een bijna magische technologie is die ons overvalt. Allerlei doemscenario’s maken het nóg spannender. Zo waarschuwde de Autoriteit Persoonsgegevens onlangs voor algoritmen in de klas. Klinkt spannend, totdat je je realiseert dat de klassieke staartdeling óók gewoon een algoritme is.
AI (of eigenlijk gewoon KI – als wij aan de universiteit geen Engels meer mogen praten, moeten jullie het ook niet doen) is minder mysterieus dan wordt gesuggereerd. Zoals alle wetenschap geldt ook bij AI dat nieuwe technologie gewoon bestaande technologie in een nieuw en verbeterd jasje is.
In december werd haast gesuggereerd dat John Lennon door AI tot leven was gewekt voor het nieuwe Beatles-nummer. In essentie gebruikte men een slimme versie van het ruim vijftig jaar oude Dolby-B ruisonderdrukkingssysteem om de stem en het pianospel van Lennon uit elkaar te halen.
Large language models als ChatGPT zijn ook geen mysterie. ChatGPT kan teksten schrijven, omdat het een tweetal bekende woordraadspellen geoptimaliseerd heeft.
Als je gevraagd wordt de zin ‘Wil je koffie of …?’ af te maken, zal je waarschijnlijk ‘thee’ zeggen. Dat doe je op basis van alle teksten die je in je leven gehoord, gelezen en onthouden hebt. Het verschil tussen ChatGPT en ons is dat ChatGPT veel sneller teksten kan lezen en ze beter kan onthouden, en dus erg goed is in dit spel.
Het combineert dat met een variant op het bekende spel Twenty Questions. In dat spel bedenkt de ene speler een willekeurig woord en moet de andere via maximaal 20 ja/nee-vragen erachter komen welk woord het is. Als je het spel slim speelt, kun je het gebruiken om ruim één miljoen woorden te onderscheiden. ChatGPT slaat per woord geen 20 maar ongeveer 100 ja/nee-gegevens op, waardoor het in staat is nog veel meer verbanden tussen woorden te leggen. Hierdoor is ChatGPT in staat teksten te schrijven die er op het oog goed uitzien (ook al kunnen ze inhoudelijk totaal onzinnig zijn).
Zo mysterieus is het dus niet, maar dat neemt niet weg dat er veel potentie in zit, en die potentie zit juist in de snelheid en efficiëntiewinst. Voor internet in de huiskamers kwam, konden we ook al communiceren met mensen aan de andere kant van de wereld. Maar internet maakte dit sneller, stabieler en goedkoper, op zodanige wijze dat het de wereldeconomie heeft omgegooid.
Die onnodige mystificatie van AI brengt risico’s met zich mee. Omdat het goed voor de marktwaarde is, doen techbedrijven gretig mee aan de mystificatie. Ook politici maken er handig gebruik van. Zo heeft de Britse premier Sunak gezegd dat AI in de toekomst gebruikt kan worden om een einde te maken aan hongersnoden. Door vast te klampen aan toekomstige technologie, ontloopt hij zijn huidige verantwoordelijkheid. Immers, de beste oplossing tegen hongersnood – een eerlijkere verdeling van welvaart – vereist helemaal geen technologie maar politieke moed. Demystificatie van AI zorgt ervoor dat we beter onderscheid kunnen maken tussen technologische vooruitgang en opportunistische gebakken lucht van ceo’s en politici.
Dit is m’n laatste column op deze pagina’s. Na vijf jaar is de tijd aangebroken een ander hier haar of zijn visie te laten delen. Mocht u me missen dan kunt u aan ChatGPT vragen om een Casper Albers-column te schrijven.
Casper Albers is hoogleraar statistiek aan de Rijksuniversiteit Groningen.
Source: Volkskrant columns