Scholen raken in toenemende mate betrokken bij vechtscheidingen van ouders. Dit zorgt soms voor onheilspellende situaties, zoals een vader die bij het hek staat te ijsberen in de hoop een glimp van zijn kind op te vangen die hij na de scheiding niet meer mag zien.
Directeur Mireille Le Fèbre van basisschool De Springschans in Petten kreeg vorig jaar een dringend telefoontje van jeugdzorg: een gescheiden vader van een kind bij haar op school had een contactverbod gekregen. Als hij zich op school zou vertonen, moest ze onmiddellijk de politie bellen. Alle seinen gingen op rood. Uit voorzorg werden de deuren van de school op slot gedraaid en de medewerkers spraken met elkaar af wie de politie zou bellen en naar welk lokaal het kind gebracht zou worden als de vader onverhoopt zou opduiken.
‘Leerkrachten waren echt bang’, zegt Le Fèbre. Voor niets, zo bleek achteraf, want de vader verscheen nooit. Maar het is zomaar een voorbeeld van een onheilspellende scheidingskwestie waar Le Fèbre, net als haar collega-directeuren, in toenemende mate mee te maken krijgt. Een logisch gevolg van het feit dat steeds meer ouders uit elkaar gaan: in 2019 (recentere CBS-cijfers zijn er niet) maakten bijna 49 duizend minderjarige kinderen mee dat hun ouders uit elkaar gingen – 6.500 meer dan in 1999.
Over de auteur
Irene de Zwaan is verslaggever van de Volkskrant en schrijft over jongerencultuur en onderwijs
Dit heeft niet alleen grote gevolgen voor de gezinnen zelf, maar ook voor leerkrachten, die soms tussen gebrouilleerde ouders in komen te staan. ‘Die zitten dan tijdens een oudergesprek met elkaar te kibbelen, terwijl het eigenlijk over het kind zou moeten gaan’, zegt Le Fèbre. ‘Of de ene ouder heeft een handtekening gezet voor de extra zorg die zijn kind op school nodig heeft en de andere ouder niet. Daar gaan dan weken van verloren zorg overheen.’
Bij het in onderwijsgeschillen gespecialiseerde kantoor Brussee Lindeboom Cascade Advocaten in Den Haag zijn dit bekende verhalen. Vrijwel wekelijks meldt zich daar wel een schooldirecteur die betrokken is geraakt bij een conflict tussen gescheiden ouders. In zijn 25 jaar als onderwijsadvocaat zag Wilco Brussee het aantal dossiers niet alleen flink groeien, hij merkte ook dat de zaken steeds venijniger werden. Ouders gaan soms tot het uiterste, en verliezen daarbij het belang van hun kind uit het oog.
‘We maken geregeld mee dat een gescheiden ouder het leerlingendossier via de school opvraagt’, zegt Brussee. ‘Niet omdat ze nou zo geïnteresseerd zijn in de voortgang van hun kind, maar om informatie over hun ex los te peuteren. Op die manier staan ze mogelijk sterker in de rechtszaak die eraan komt over ouderlijk gezag of een herziening van de omgangsregeling.’
Het gevaar, zo vervolgt hij, is dat een school erin meegaat en haar neutraliteit verliest. Meestal krijgen de moeders het voordeel van de twijfel, omdat zij zich vaker op school vertonen of eerder het gezag hebben over de kinderen. ‘We wijzen scholen er geregeld op: ga er niet meteen van uit dat de vader een foute kerel is, want je belandt al snel op een glijdende schaal.’
Brussee voert dit gesprek samen met Liana Eelkema, die als jurist verbonden is aan Lucas Onderwijs. Met 88 basis- en middelbare scholen is dit een van de grootste onderwijsinstellingen van Nederland. Eelkema is voor schooldirecteuren het eerste aanspreekpunt. Als ze er niet uitkomen, omdat de zaak vanwege de complexiteit juridische bijstand vereist, wordt de hulp van het kantoor van Brussee ingeschakeld.
Op tafel van het souterrainkantoor ligt een stapel papieren met voorbeelden van zaken waarin ze de afgelopen jaren samen optrokken. Ze citeren eruit, maar enkele details worden aangepast omwille van de privacy. Over lopende zaken mag überhaupt niets in de krant.
Voordat Eelkema als jurist werkte, stond ze veertien jaar voor de klas. Aan haar contacten destijds met gescheiden ouders heeft ze vooral positieve herinneringen. ‘Ze communiceerden over het algemeen goed met elkaar en kwamen samen naar de oudergesprekken.’ Nu ziet Eelkema ook de andere kant van de medaille: die van ouders die hun relatiebreuk tot in de schoolbanken uitvechten.
Soms ontstaan er dreigende situaties, zoals een vader die bij het hek van de school staat te ijsberen, in de hoop een glimp van zijn kind op te vangen dat hij na de scheiding niet meer mag zien. Of een ouder met een contactverbod die de school binnendringt en inzage eist in het lesrooster van zijn kind. ‘Dan lees je de aanleiding van zo’n contactverbod en dan valt het op kantoor wel even stil’, zegt Brussee. ‘We geven die informatie uiteindelijk niet, want de veiligheid van het kind is mogelijk in gevaar.’
De meeste zaken die Brussee en Eelkema behandelen gaan over minder extreme kwesties, namelijk gebrekkige informatie-uitwisseling. In de wet is opgenomen dat een school beide ouders met gezag moet informeren over belangrijke ontwikkelingen van het kind op school, zoals cijfers en extra begeleiding. Als slechts een van de ouders gezag heeft, dan hoort die de andere ouder (zonder gezag) op de hoogte te houden. Maar als het contact tussen de ex-partners niet soepel verloopt, gebeurt dit vaak niet.
De ouder zonder gezag kan dan een beroep op de school doen, om alsnog informatie over diens kind te krijgen. Schooldirecteuren zitten in zulke gevallen soms met hun handen in het haar, want de protocollen van scholen bieden lang niet altijd duidelijkheid over hoe er omgesprongen moet worden met dit soort kwesties. ‘Elke zaak is anders’, zegt Brussee. ‘De kaders die het wetboek hierin geeft zijn beperkt. Er moet vaak een belangenafweging worden gemaakt.’
Het ingewikkeldst zijn de zaken waarin beide ouders het gezag over hun kind hebben, maar het niet met elkaar eens zijn. Een school kan dan bijvoorbeeld de extra ondersteuningsbehoefte van een kind niet vaststellen, waardoor geen passend onderwijs kan worden geboden.
Wat het er niet makkelijker op maakt, is dat gebrouilleerde ouders soms de situatie naar hun hand proberen te zetten, door een korte passage van de gerechtelijke uitspraak naar de advocaat te sturen. ‘En dus een ander stuk bewust weg te laten’, zegt Brussee. ‘Wij zitten geregeld met schoolbestuurders en schooldirecteuren in uitspraken of registers te speuren, om te kijken hoe het precies zit. Wie heeft gezag? En heeft de rechter bijvoorbeeld de informatievoorziening beperkt? Dan zit je heel diep in een echtscheiding te wroeten.’
De Landelijke Klachtencommissie Onderwijs behandelt ieder jaar wel klachten van gescheiden ouders die er niet uitkomen met de school. Ook daar gaan de meeste zaken over gebrekkige informatie-uitwisseling, blijkt uit de uitspraken die – geanonimiseerd – op de website zijn gepubliceerd. Opvallend: het zijn vaak vaders die de klacht indienen. En: in de meeste gevallen krijgt de vader (deels) gelijk. De uitspraken zijn juridisch niet bindend, maar worden wel als gezaghebbend gezien. Meestal wordt er door de ouders en scholen navolging aan gegeven.
‘Scheidingszaken liggen vaak erg gevoelig’, zegt Krista te Mebel, die als jurist en secretaris van Stichting Onderwijsgeschillen betrokken is bij de zittingen. In de dossiers leest ze geregeld ferme taal, zoals een man die zijn ex-partner steevast ‘de heks’ noemt. Maar van die emoties is tijdens de zittingen vaak niet zoveel te merken, omdat de partijen zich daar alleen tot de commissie mogen wenden, en niet tot elkaar. De commissie laat zich bovendien niet uit over de verhouding tussen de ex-partners, maar louter over de kwestie die speelt tussen de ouder en school.
Toch broeit er vaak onderhuids nog van alles tussen de ex-partners, wat de commissieleden terugzien in de aard van de zaken die ze behandelen. Een ouder probeert via een klacht tegen de school bijvoorbeeld meer informatie over zijn kind los te krijgen, omdat de ex-partner die niet wil geven. ‘De kern van de problematiek is dan eigenlijk het conflict tussen de ouders’, zegt Te Mebel. ‘En de school wordt daar dan opeens bij betrokken. Het is voor een ouder belangrijk om de vraag te stellen: heb ik een klacht tegen de school of ben ik eigenlijk boos op mijn ex-partner?’
Een oordeel van de commissie haalt niet altijd de angel uit het conflict, is de ervaring van Te Mebel. Ze noemt een voorbeeld van een vader die bij de commissie aanklopte, omdat de school naar zijn mening ten onrechte melding had gedaan bij Veilig Thuis. De vader kreeg gelijk, maar op dat moment was er al veel emotionele schade ontstaan. ‘De vader woonde met zijn kinderen en nieuwe vriendin in een dorp, iedereen wist van de melding. De kinderen konden geen vriendjes meer meenemen om te spelen.’
Directeur Le Fèbre van De Springschans in Petten probeert gescheiden ouders bij haar op school ervan te doordringen dat het in het belang van hun kind is dat ze goed met elkaar blijven omgaan. ‘Ik ben zelf gescheiden’, zegt ze. ‘Daardoor kan ik me goed inleven in hun situatie, maar er zitten grenzen aan hoever je elkaar kunt dwarsbomen. Aan aparte oudergesprekken ga ik niet beginnen.’
Soms hoort ze van leerkrachten terug dat kinderen lijden onder de spanningen van een scheiding. Ze zitten met buikpijn in de klas, of zijn met hun gedachten niet bij de les. ‘Daar ligt onze prioriteit’, zegt ze. ‘Tegen ouders zeg ik: er is een verschil tussen schoolse problemen en privéproblemen. Dat eerste is aan ons, voor het tweede verwijzen we ouders door naar maatschappelijk werk of het wijkteam. We kunnen niet alles oplossen.’
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
U bent niet ingelogd
Antwoord op al uw vragen
Updates, wijzigingen en klachten
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2024 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden