Een op de twee Nederlanders krijgt ergens in het leven de diagnose kanker. Dankzij een betere prognose is, gelukkig, ook het aantal mensen dat doorleeft na kanker gestegen. Zij komen terecht in een jarenlang en intensief traject van nazorg en controles. Controles die nu in het ziekenhuis plaatsvinden bij een medisch-specialistisch team, maar die volgens sommigen ook best kunnen worden overgenomen door de huisarts. Een, in mijn ogen, onverantwoorde bezuinigingsmaatregel, vermomd als ‘passende zorg’ en ‘de juiste zorg op de juiste plek’.
Hoewel de toegankelijkheid en beschikbaarheid van huisartsenzorg onder een steeds hogere druk staat, dendert de zogenaamde ‘substitutie-trein’ op hoge snelheid voort. Zorg voor ouderen, patiënten met hart- en vaatziekten, diabetes type 2, COPD, psychische aandoeningen en onlangs ook weer de abortuszorg werden al voor een enkele reis op die trein gezet. Vertrekpunt: het ziekenhuis. Eindbestemming: de huisartspraktijk.
Verschuiving van zorg van een duur systeem naar een steeds meer overspannen systeem. In dat licht is het ook niet gek dat er nogal wat onrust is ontstaan toen in een artikel in vakblad Huisarts & Wetenschap (H&W) werd voorgesteld om ook de kankernazorg over te hevelen. Onrust bij huisartsen, maar ook bij ex-kankerpatiënten.
Over de auteur
Danka Stuijver is huisarts en columnist van de Volkskrant. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
De auteur van het stuk, een hoogleraar huisartsgeneeskunde, stelt dat oncologische controles veilig kunnen worden verplaatst van de ziekenhuizen naar de huisartsenpraktijk. Naast het kostenaspect worden andere argumenten aangedragen. Zo zou de huisarts bij uitstek geschikt zijn om deze zorg te leveren als goed bereikbare, vaste, vertrouwde zorgverlener dichtbij huis die de patiënt en diens context goed kent. Toch valt daar wel iets op af te dingen. Want is dit anno 2024 de realiteit, of wishful thinking?
Op steeds meer plekken verschijnen eerstelijnszorgfabriekjes met vaak wisselende en parttime werkende huisartsen. Patiënten klagen dat ze niet voorbij de assistentes in het callcenter komen en iedere keer een andere huisarts zien. Ze benoemen dat hun medisch specialist in het ziekenhuis een ‘vaster’ gezicht heeft dan ‘hun’ huisarts. In sommige regio’s moeten patiënten het doen met een huisarts-op-afstand. Vaak nadat hun vorige huisarts tevergeefs naar een opvolger heeft gezocht en de zorgverzekeraar een noodoplossing heeft gevonden in de vorm van een digitale huisarts, die überhaupt geen driedimensionaal gezicht heeft.
In het H&W-artikel wordt erkend dat de huisarts niet overal als kostenefficiënt duizenddingendoekje voor kan worden ingezet. Daarom wordt geopperd extra personeel in te zetten om de oncologische nazorg in de huisartspraktijk te leveren. Tot zover het eerdere argument van de huisarts als vast en vertrouwd gezicht, waarbij ook direct de vraag rijst waar dit ondersteunde personeel gevonden moet worden met de huidige personeelstekorten.
Ik werk geregeld in praktijken waar huisartsen zelf aan de telefoon zitten, omdat een doktersassistente niet meer te krijgen is. En zelfs áls we oncologieverpleegkundigen uit de ziekenhuizen gaan verplaatsen naar de eerste lijn rijst de vraag waar ze te ‘herbergen’. Uit onderzoek van de Landelijke Huisartsen Vereniging blijkt tenslotte dat driekwart van de praktijken nu al worstelt met beperkte of gebrekkige praktijkruimte.
Uiteindelijk gaat het om de vraag wat u zou willen als ex-kankerpatiënt. Heeft u er vertrouwen in dat de huisarts deze zorg veilig en zorgvuldig kan bieden? Ik vrees dat het behalve tijd en praktijkruimte bij veel huisartsen schort aan kennis. Laat ik hier alleen voor mezelf spreken; als ik de nazorg krijg over patiënten met longkanker, huidkanker, darmkanker, borstkanker en prostaatkanker, dan wil ik dat zorgvuldig doen. Dan zal ik mij flink moeten bijscholen en dan nog kom ik qua kennis nooit op het niveau van medisch en verpleegkundig specialisten die zich jarenlang hebben verdiept in de kanker van één orgaansysteem.
Geen zorgen, ‘de nazorg bij kanker is sterk geprotocolleerd’, zo vermeldt het artikel nog ter geruststelling. Gewoon de pijltjes volgen in de flowchart dus. Maar wat als het misgaat? Wat zeg ik dan tegen een patiënt, diens familieleden of misschien wel het tuchtcollege?
Uiteindelijk gaat het erom dat de op stapel liggende plannen voor verdere concentratie en spreiding van kankerzorg in de ziekenhuizen pas in werking kunnen treden als de huisartsen de nazorg op zich hebben genomen. Ik mag toch hopen dat de beroeps- en patiëntverenigingen dit doorzien en niet zomaar laten gebeuren.
Source: Volkskrant columns