De Holocaustlezingen in Utrecht komen er toch, maar in de huidige afrekencultuur zal nog vaak bestuurlijke moed nodig zijn om nieuwe pogingen tot sabotage van het debat te voorkomen.
Niet elk maatschappelijk incidentje hoeft meteen te leiden tot spoeddebatten op het Binnenhof, maar het kan geen kwaad dat een ruime meerderheid in de Tweede Kamer deze week wel meteen aansloeg op het gehannes van de Hogeschool Utrecht rond het onderwijs over de Holocaust.
Want gehannes is het. Eerst was er het bericht dat de school een lezingenreeks over de Holocaust uitstelde ‘omdat de veiligheid van de sprekers niet gegarandeerd kon worden’. Vervolgens meldde een woordvoerder in De Telegraaf dat er meer tijd nodig was om de aanval van Hamas op Israël op 7 oktober ‘in een breder perspectief te plaatsen’. Toen dat een storm van kritiek uitlokte, kwam de boodschap dat de lezingen toch gewoon beginnen, al is het dan wat later. Aan de inhoud wordt niets gewijzigd, want er was niets aanstootgevends aan.
In het Volkskrant Commentaar wordt het standpunt van de krant verwoord. Het komt tot stand na een discussie tussen de commentatoren en de hoofdredactie.
Aanleiding voor de koudwatervrees die het hogeschoolbestuur niettemin in de greep kreeg, was protest van New Neighbours Utrecht, een actiegroep die zich ‘onvoorwaardelijk’ zegt in te zetten voor de mensenrechten en ijvert voor de Palestijnse zaak. En overigens ook tegen antisemitisme, benadrukt de groep, maar de steen des aanstoots is de betrokkenheid bij de lezingen van het Centrum Informatie en Documentatie Israël (Cidi), een organisatie die volgens de actievoerders ‘de oorlogsmisdaden van Israël in Gaza verdedigt’.
En daar gaat het fout, want dat is een valse poging tot sabotage van het debat. En daar had het hogeschoolbestuur dan ook meteen de hakken in het zand moeten zetten. Wat mensen van de Israëlische regering vinden, doet niets af aan de dure plicht om de onbevattelijke Europese tragedie van de Holocaust steeds opnieuw diep te laten doordringen bij nieuwe generaties. Na overleg met de Hogeschool Utrecht raakte voorzitter Chanan Hertzberger van het Centraal Joods overleg de kern: Holocaustonderwijs heeft niets met Israël te maken. ‘Het draait om Nederlandse burgers die zijn opgepakt, op de trein gezet en vermoord. Daar hebben we het hier over.’
Belangrijk detail: de lezingen zijn een initiatief van het instituut Archimedes, dat de Utrechtse lerarenopleidingen verzorgt. Het idee is ontstaan uit ongerustheid over het oplevend antisemitisme in Nederland. Onderwijzers in spe moeten daarop worden voorbereid, want al jaren waarschuwen docenten dat een groeiend aantal jongeren de Holocaust bagatelliseert en dat het onderwerp steeds moeilijker bespreekbaar wordt in de klas. ‘Veel mensen zijn bezorgd dat de oorlog tussen Israël en Hamas deze tendens zal versterken’, schreven de lerarenopleiders nog voordat hun lezingen landelijk nieuws werden. Ze konden niet weten hoe snel ze in hun angst bevestigd zouden worden.
Eind goed, al goed: de Utrechtse lezingen gaan door. Al valt te vrezen dat in de afrekencultuur van deze tijd, waarin mensen in toenemende mate ‘buitenspel’ worden verklaard omdat hun mening onwelgevallig is, het volgende incident niet lang op zich laat wachten. Zeker in het onderwijs, waar het debat vrij en onbevreesd dient te bloeien, is dat een hoogst ongewenste ontwikkeling. Om die trend de kop in te drukken wordt van bestuurders iets meer standvastigheid gevraagd dan de Hogeschool Utrecht in eerste instantie toonde.
Source: Volkskrant