De Duitse actrice Sandra Hüller, eregast op het IFFR, speelt in The Zone of Interest de vrouw van Auschwitz-commandant Rudolf Höss. ‘Het is belangrijk dat je empathie voelt met je personage. Maar ik wist dat me dat bij deze rol niet zou lukken.’
‘O ja, zeg het als-je-blieft nóg een keer!’, grapt Sandra Hüller (45), als we de feiten droogjes opsommen. Twee films, tien Oscarnominaties. Ze maakt het geluid van iemand die gek wordt: ‘Prrrrrr.’
De Duitse actrice, gehuld in ruimvallend roestbruin pak, zit zondagmiddag in de nok van de Rotterdamse stadsschouwburg, waar ze zojuist het Nederlandse publiek welkom heeft geheten bij de vertoning van haar nieuwe film The Zone of Interest. Had het IFFR een prestigieuzere en actuelere eregast kunnen strikken voor deze 53ste festivaleditie? Vermoedelijk niet. Terwijl de hele wereld aan haar trekt, is Hüller hier.
Over de auteur
Bor Beekman is sinds 2008 filmredacteur van de Volkskrant. Hij schrijft recensies, interviews en langere verhalen over de filmwereld
Noem het haar oogstjaar. Eerst die fenomenaal listige rol als de auteur die wel of niet haar echtgenoot heeft vermoord, in Justine Triets rechtbankthriller Anatomy of a Fall. En nu haar zo geharnaste en akelige optreden als Hedwig Höss, de echtgenote van Auschwitz-kampcommandant Rudolf, in Jonathan Glazers experimentele Holocaustfilm, die na de voorpremières in Rotterdam ook uitgaat in de reguliere bioscoop.
Beide films gingen vorig jaar mei in wereldpremière op het filmfestival van Cannes, waar de jury ze eerde met de eerste en de tweede prijs: Palme d’Or voor Triet, Grand Prix voor Glazer.
En vorige week regende het dus Oscarnominaties, waaronder die voor beste regie en beste film, voor beide titels. Plus die ene op persoonlijke titel, voor Hüllers acteerwerk in Anatomy of a Fall. Beste vrouwelijke hoofdrol, in een rijtje naast collega’s Emma Stone (Poor Things), Lily Gladstone (Killers of the Flower Moon), Annette Bening (Nyad) en Carey Mulligan (Maestro).
Straks moet ze weer terug naar Hollywood, voor de volgende promotieronde. Met dure pr-campagnes pogen de studio’s de leden van de Academy te winnen voor hun films. Het is niet Hüllers natuurlijke habitat, die dweepzieke wereld waarin elke zin begint en eindigt met ‘amazing’.
De Duitse, tevens gevierd toneelactrice (de avond voor het bezoek aan Rotterdam staat ze nog op de bühne voor Johan Simons’ Der Würgeengel), ervoer al iets van die Hollywoodkermis toen Toni Erdmann in 2017 genomineerd werd voor een Oscar, de onconventionele vader-dochterkomedie van haar landgenoot Maren Ade waarin ze een hoofdrol speelde. ‘Het is hard werken’, zegt ze, over de verplichtingen van het maandenlange filmprijzenseizoen.
‘Ik dacht altijd: ’s ochtends krijg je een telefoontje dat je genomineerd bent. Maar zo werkt het niet. Als een Amerikaanse studio de film koopt en denkt dat er een kans bestaat op een Oscarnominatie, dan gaan ze er onmiddellijk voor, met grote campagnes. Ik wilde er wel aan deelnemen, maar alleen als ik gewoon mezelf kon blijven. Tot nu toe werkt dat. Misschien hadden ze gehoopt op nog wat meer inzet van mijn kant. Maar ik geef alles wat ik kán geven.
‘Ik heb ook wel geaarzeld. Het kost veel tijd, en je wordt er niet voor betaald. De laatste keer dat ik ergens geld mee verdiende was vorig jaar juni. Ik doe het ook vanwege de band met Justine en Jonathan. Als ik nee zeg, voelt het alsof ik ze laat vallen. Dan zou Christian Friedel (de acteur die Rudolf Höss speelt, red.) al het werk hebben gedaan, want Jonathan doet niet zoveel pers, om redenen die ik begrijp en waarmee ik het volledig eens ben.’
‘Ik denk dat het pijnlijk is voor hem, gewoon heel pijnlijk.’
‘Vanwege alles. Het praten over de manier waarop hij werkt, dat hele ‘amazing’-gedoe, dat is iets wat Jonathan gewoon niet kan. En dat respecteer ik. En om Justine alleen te laten, dat voelde verkeerd. Dus nu probeer ik een balans te vinden en mijn grenzen te stellen.’
‘O zeker. Soms word ik giechelend wakker – ha, het ís ook amazing. Maar ik voel dat er bepaalde verwachtingen aan verbonden zijn: het idee dat je nu ook moet winnen. Voor mij niet hoor, voor mij is dít de prijs: de nominatie. Iets waarvan ik nooit had kunnen dromen. Maar ik zie de krantenkoppen al voor me: ze heeft ’m niet gekregen, Duitsland heeft ’m niet gekregen!’
Lees ook onze ★★★★★-recensie
In The Zone of Interest komen het alledaagse en het onbevattelijke op verpletterende wijze samen
Als er al zoiets als een ‘doorsnee-Holocaust-drama’ bestaat, dan is The Zone of Interest dat niet. De film van de Engelsman Glazer (Sexy Beast, Under the Skin) blijft nét buiten het concentratiekamp, in de pal naast Auschwitz opgetrokken officiersvilla en de door de kampmuur begrensde weelderige tuin van het echtpaar Höss. Op wat rookpluimen en in de nabijgelegen rivier gestrooide asresten na zien we niets van de endlösung, die zich zo nabij afspeelt. Maar we horen het wel vanachter de muur: schoten, angstkreten en het permanente machinale gereutel van de doodsfabriek.
De cameraregistratie van het huiselijk leven is afstandelijk, bijna klinisch. Auschwitz is een idyllische plek om haar vijf kinderen groot te brengen, meent moeder Hedwig, die hecht aan haar nieuw verworven status als officiersvrouw. IJzingwekkend is de scène waarin Hüller als Hedwig tevreden een geconfisqueerde bontjas past, en ook nog even vlug de in een zak aangetroffen rode lipstick van de vorige eigenaar uitprobeert.
‘Nou, dat zijn al twee dingen. Ik denk dat die twee films gemeen hebben dat ze niet op andere films proberen te lijken. Ze proberen niets na te doen. Het zijn films van regisseurs die ernaar streven iets op hun eigen wijze te benaderen, en niet om zich heen kijken van: o, zo deden anderen het, zo hoor je een film te maken over een moord, of over een relatie, of over de Holocaust.
‘Als je op die manier werkt, vorm je zelf het klankbord. Dan moet je de confrontatie met jezelf aangaan. Niet iedereen vindt dat leuk. Ik wel, en deze twee regisseurs ook. Daar bewonder ik ze zeer om.’
‘Het klopt dat je als acteur wordt geleerd om een connectie aan te gaan met je personage. Dat is ook de leukere manier van werken, want zo’n band met het personage, dat is toch waar het om gaat, dat je empathie voelt. Maar toen ik The Zone of Interest kreeg voorgelegd, wist ik dat dat me hierbij niet zou lukken. En hoe langer ik erover nadacht, hoe verder ik mijn empathie verdrong.
‘Jonathan heeft me toegestaan zo te werken. Hij had ook kunnen zeggen: nee nee, ik wil dat je deze vrouw met de gangbare emotie speelt. En dan zou ik de rol waarschijnlijk hebben afgewezen.’
‘Ja, want dat was onmogelijk voor mij geweest. No way. Waarom zou het nodig zijn om empathie te voelen voor mensen die genot beleven aan het doden van andere mensen? Daar wil ik niet heen. Er valt niets aan te verdedigen. Het is er gewoon niet.’
‘We hebben veel gesprekken gevoerd over de artistieke aanpak. Over de tien camera’s die verstopt zouden worden in en om het huis (waardoor de acteurs nooit wisten uit welke hoek ze werden gefilmd, red.). En de zestig microfoons. Over de afwezigheid van kunstlicht. En over het feit dat we aan één kant van de muur zouden blijven. En over dat ongelofelijke achtergrondgeluid, dat we níét zouden horen tijdens het draaien.
‘En verder, hm... Ik heb aan Jonathan voorgedaan hoe Hedwig zich zou kunnen bewegen. Hoe ze zou neerbuigen bij een bloem in de tuin, op een manier die ik ken van een deel van mijn familie. Op een boerse manier, zonder elegantie. Ja, dat wil ik zo zien, zei Jonathan. Dus zo begonnen we, in de tuin. Met een vrouw van boerenkomaf, moeder van vijf kinderen, die misschien wel probeert elegant te zijn. Zoals ze misschien ook wel mooi en liefdevol zou willen zijn. Maar voor haar is dat onbereikbaar, omdat ze zo vol haat zit.
‘Er wordt me weleens gevraagd of de moeders die ik heb gespeeld (zoals ook in Anatomy of a Fall, red.) met elkaar verbonden zijn. Nee, zeg ik dan. Want dit personage voelt helemaal niets – zo heb ík het ervaren. Er is alleen maar leegte. Ja, ze verzamelt tekenen van rijkdom en succes: veel kinderen, een mooie tuin. Maar het gaat haar om bezit en status, niet om verbondenheid. Hoe prachtig die tuin er ook uitziet, Hedwig zou nooit in staat zijn om dat écht te zien, zei Jonathan vaak. Ze kan de bloemen niet ruiken, het doet haar niets. Triest is het.
‘Ik was volkomen losgekoppeld terwijl ik haar speelde, ik gaf nergens om. Die leegte... misschien voelde het ook als een soort wraak op deze mensen. Om ze alleen maar dat te geven, en niks anders. Het is moeilijk uit te leggen, maar het voelde soms als iets bovennatuurlijks. Ook vanwege de plek waar we filmden. En omdat ik Duits ben, het voelde als mijn plicht.’
‘Het oorspronkelijke huis van de familie Höss stond 50 meter verderop. We konden het zien, we liepen er elke ochtend langs als we naar het werk gingen. Het verschafte me inzichten die belangrijk waren voor mijn spel. Dat Hedwig Höss wíst wat er zich afspeelde in het kamp. Dat ze niet iemand was die alleen maar in dat huis zat zonder te weten wat er gaande was, als een soort slachtoffer met een afwezige echtgenoot. Nee, ze was daar en ze zag het. Ze maakte er deel van uit. En omdat ik het kamp vanaf de set kon zien, was ik me er ook de hele tijd van bewust hoe Hedwig dat alles heeft genegeerd.
‘Daarnaast maakte het me nederig, als persoon. Een bezoek aan Auschwitz is iets wat ieder mens een keer zou moeten ervaren.’
‘Ja, dat is zo. Het gaat over onze eigen kleine, dagelijkse hebzucht. Over wat we willen bereiken, wat we zouden willen kopen. Jonathan vond dat het een moderne film moest zijn, geen historisch stuk over mensen die lang geleden leefden. Het moest ook een reflectie zijn op ons eigen leven. Onze eigen kleine tuin, en hoe we die beschermen. Wat we allemaal accepteren om die tuin maar mooi en schoon te houden. En dat er, in de wereld waarin we leven, altijd wel ergens een muur staat met iets erachter, iets waar we niet om geven.’
‘Ja, misschien moet ik daar niet te veel over praten. Maar het is waar.’
Met een lachje: ‘Ik ben zo trots op haar.’
‘Kijk, het ontstond vanzelf. Drie weken voor de opnamen zei Jonathan tegen me: er spelen ook honden mee, want ze hadden veel dieren, dan weet je dat. Ik heb zelf een hond, zei ik, en ik weet niet wat ik met haar aan moet als we gaan draaien. Misschien wil je haar een keer zien? Neem maar mee naar de repetities, zei Jonathan.
‘En toen hield hij een casting, met veel andere honden. Ik denk dat hij haar koos omdat ze zo gefixeerd was op mij. Ze bleef altijd bij me. En voor mezelf was het ook heel belangrijk dat ze erbij was. Mijn hond was mijn enige vriendin, in zekere zin. Als je dat zo opschrijft klinkt het vast heel gek, maar je begrijpt wel wat ik bedoel. De aanwezigheid van een schepsel dat níét over me oordeelde, dat was heel fijn.’
The Zone of Interest ging op 28 januari in voorpremière op het International Film Festival Rotterdam, dat nog duurt tot zondag 4 februari. In de lijst van publieksfavorieten staat de Poolse vluchtelingenfilm Green Border van Agnieszka Holland vooralsnog bovenaan. Op de tweede plaats staat het voor een Oscar genomineerde Four Daughters van Kaouther Ben Hania, een hybride documentaire (met nagespeelde scènes) over een Tunesische moeder en haar vier dochters, van wie twee zich aansloten bij IS.
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
U bent niet ingelogd
Antwoord op al uw vragen
Updates, wijzigingen en klachten
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2024 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden