Het ICJ, de hoogste rechtbank van de Verenigde Naties, deed woensdag uitspraak in een zaak die in 2017 door Oekraïne werd aangespannen. Oekraïne beschuldigde Rusland van het financieren van terrorisme op Oekraïens grondgebied en van het schenden van het antiracismeverdrag van de Verenigde Naties.
Oekraïne eiste dat Rusland schadevergoedingen betaalt voor zijn betrokkenheid bij de oorlog die in 2014 uitbrak tussen pro-Russische separatisten en het Oekraïense leger. Volgens Kyiv steunde Rusland de rebellen met wapens en geld. Daarbij wilde Oekraïne ook een Russische schadevergoeding voor het neerhalen van vlucht MH17. Die crash was volgens Kyiv indirect gevolg van de Russische steun aan rebellen die de raket afvuurden.
Vooral de vraag of het hier om terrorisme ging was een heikel punt in de zaak. Niet ieder gewapend conflict kan namelijk bestempeld worden als terrorisme. De rechter oordeelde dat Rusland op het moment van financieren geen duidelijke reden had om aan te nemen dat het geld zou worden gebruikt voor terrorisme. Rusland hoeft dus geen schadevergoedingen te betalen.
Wel oordeelt het hof dat Rusland het verdrag deels geschonden heeft, omdat het te weinig onderzoek heeft gedaan naar Russische individuen die terrorisme in Oost-Oekraïne hebben gefinancierd. Oekraïne had namelijk wel genoeg bewijs geleverd om een onderzoek in te stellen.
Source: Nu.nl algemeen