Home

Die beruchte Vaticaanse roulette bleek eigenlijk helemaal niet zo ingewikkeld

Steeds meer jonge vrouwen gebruiken ‘natuurlijke’ methoden om niet zwanger te worden, las ik in de krant. Ik moest denken aan de eerste klas van mijn middelbare school. Het was eind jaren zeventig, de seksuele revolutie was voltooid, en wij kregen voorlichting van Kees, onze voornamelijk uit knalrood baardhaar bestaande biologieleraar.

Seks was leuk, lekker en gezond, was zijn betoog, en wij moesten daarmee beslist niet wachten tot we getrouwd waren of zo, nee, wij moesten neuken zoveel we maar wilden met wie we maar wilden.

Over de auteur
Sylvia Witteman schrijft voor de Volkskrant columns over het dagelijks leven.

Daarbij was het wel zaak om niet zwanger te worden, prentte Kees ons, 12-jarigen in. Smalend somde hij de ‘hopeloos ouderwetse’ methoden op die generaties vrouwen – meestal vergeefs – hadden toegepast: de ‘Vaticaanse roulette’ en het ‘voor het zingen de kerk uit’ (de klas, toch al lacherig door het pikante onderwerp, gierde het uit).

Het condoom, waarvan hij de werking demonstreerde op een bezemsteel (hysterisch geschater), kon nog nét zijn zuinige goedkeuring wegdragen, maar, zo benadrukte Kees: een verstandig meisje slikte gewoon de pil. De pil betekende vrijheid en emancipatie.

De ochtend na mijn eerste zoen rende ik dan ook naar de huisarts. Ik kreeg de pil, en slikte die jaren trouw. Toen ik 20 was nam ik een spiraal, want dat was nóg makkelijker: je hoefde nergens meer aan te denken.

Zo werd ik allengs 28. ‘Je moet een nieuw spiraaltje hebben’, zei de huisarts. Ik ging braaf liggen, hij haalde het spiraaltje eruit en wilde al een nieuw pakken toen ik me opeens herinnerde wat een gruwelijke pijn dat had gedaan, de eerste keer. ‘Laat maar’, zei ik. ‘Ik ga wel condooms gebruiken.’ Hij haalde zijn schouders op, en dat was dat.

Condooms waren een vervelend gedoe, maar die beruchte Vaticaanse roulette bleek eigenlijk helemaal niet zo ingewikkeld. Ik werd 30. Ik werd 31. Om me heen kregen de eerste vrienden een kind. Wilde ik dat ook? Geen idee. Huisgenoot P. wist het ook niet. Maar de roulette besliste, en op mijn 32ste kreeg ik een dochtertje.

Op dezelfde wijze kreeg ik, met nette tussenpozen van 3 jaar, nog twee zoontjes. We waren heel blij met die kinderen, en het was fijn dat we ze min of meer per ongeluk hadden gekregen. Dat had ons verlost van die twijfels, van het laffe ‘zijn we hier wel klaar voor?’ en ‘maar we zijn zélf nog kinderen!’, van ‘wíllen we eigenlijk wel een tweede/derde?’, van ‘en ons werk dan?’.

Kortom: ‘natuurlijke’ anticonceptie is ideaal.

Je moet alleen geen bezwaar hebben tegen een paar kinderen.

Source: Volkskrant

Previous

Next