Het schilderwerk is nog steeds niet af. Dat ligt niet aan ons, maar aan de schilder, die het uitstellen tot kunst verheven heeft. Die schilder is de Beuker, over wie ik eerder schreef. Hij heet Beuker omdat hij destijds in een telefoongesprek aankondigde te gaan ‘beuken’. Dat beuken betrof niet mij, maar het schilderwerk. Het was zomer. De Beuker kwam, zag, beukte en beloofde later terug te keren om nog wat beschadigingen en plekjes, ontstaan bij de verhuizing, bij te werken.
Eind september was er kort contact, maar tot een nieuwe afspraak kwam het niet. Op 13 oktober appte ik de Beuker, wanneer hij het karwei kon afronden. ‘Weekend even bellen’, appte hij terug. Maar het werd niet weekend even bellen. Toch lukte het om tien dagen later een afspraak te maken. Smachtend wachtte ik tot de bel ging, die nooit zou gaan.
Ik appte hem of hij nog langs zou komen vandaag. ‘Vandaag niet Julien ik ben laat heb de spuitbus al wel voor je. Morgen vroeg bel ik jou.’ Maar morgenvroeg werd jou niet gebeld.
Over de auteur
Julien Althuisius is schrijver en voor de Volkskrant columnist over het dagelijks leven.
Toen ik de Beuker een week later wel aan de telefoon had, vertelde hij dat hij die week erop langs zou komen, omdat hij dan toch in de buurt moest zijn. Op een of andere manier ontaardde het gesprek daarna in een verhandeling van zijn kant over vluchtelingen. Die kwamen er niet heel erg goed vanaf.
Wie trouwens ook niet kwam, was de Beuker. Niet die volgende week. En ook niet op de volgende afspraak die we maakten. De bomen werden kaal. December ging voorbij, januari kwam. De Beuker reageerde niet meer op berichten van mijn vrouw en ook niet op een laatste wanhoopspoging van mij. Ik verzoende me met het lot dat er voor altijd strepen op onze muren zouden staan. Mijn vrouw niet.
‘Kun je hem anders niet een slechte recensie geven?’, opperde ze. Dat kon. Maar hoe verstandig is het – op de escalatieschaal waarbij 1 inhoudt dat je muren tot tevredenheid geschilderd worden en 10 betekent dat je muren worden afgebroken – om een Beuker een slechte recensie te geven? Zeker als de Beuker in kwestie nog de sleutel van je huis heeft? Toch, ze had gelijk, dit kon niet zo langer.
Terwijl ik moed aan het verzamelen was om hem nog één keer te bellen en hem de waarheid (of in ieder geval een waarheid) te vertellen, belde de Beuker mij. Dinsdagochtend zou hij er zijn. ‘Is goed’, antwoordde ik, waarbij ik bedoelde ‘het zal wel’. En nu is het dinsdagochtend. Terwijl ik mijn jas aantrek om mijn dochters naar school te brengen, bereid ik me voor op wat weer een Beukerloze dag gaat zijn. De stilte valt me zwaar, nu al. Dan klopt, nee, beukt er iemand op de deur. Ik kan wel janken.
Source: Volkskrant