Home

De nieuwe baas van de grootste kredietverstrekker ter wereld heeft altijd een mening, en een duidelijke ook

Twee vrouwelijke topkandidaten streden om het voorzitterschap van de Europese Investeringsbank. Uiteindelijk trok de voormalige Spaanse minister van Financiën, Nadia Calviño, aan het langste eind.

Dat het maanden duurde eer Nadia Calviño werd benoemd tot de nieuwe voorzitter van de Europese Investeringsbank (EIB), kwam niet door twijfel over haar geschiktheid voor deze Europese topbaan. Integendeel, iedereen roemde de kennis en ambitie van de Spaanse minister van Financiën. Dat de EU-landen het besluit steeds uitstelden lag aan het feit dat haar voornaamste concurrent - Europees Commissaris Margrethe Vestager (Mededinging) - simpelweg ook erg goed was.

De keuze uit twee topkandidaten, en ook nog eens twee vrouwen, is redelijk uitzonderlijk in Brussel. Het maakte het voor de bazen van de EIB - de ministers van Financiën van de EU-landen - niet eenvoudig. Voor de twee kandidaten evenmin. Beiden lobbyden tot de laatste snik om de prestigieuze baan te krijgen: met ruim 540 miljard euro aan uitstaande leningen in circa 160 landen is de EIB de grootste publieke kredietverstrekker van de wereld. Calviño had ontegenzeggelijk als voordeel dat het Spaanse EU-voorzitterschap afgelopen halfjaar haar een prachtig platform gaf.

Over de auteur
Marc Peeperkorn is sinds 2008 de EU-correspondent voor de Volkskrant. Hij woont en werkt in Brussel.

Nadia Maria Calviño Santamaría (55) komt uit Coruña in Galicië, de noordwestelijke regio van Spanje waarvan wordt gezegd dat de inwoners een vraag altijd met een wedervraag beantwoorden. Dat geldt niet voor Calviño: volgens haar EU-collega’s heeft ze altijd een mening, en een duidelijke ook.

Ze studeert economie in Madrid en behaalt eveneens haar diploma in rechten. Daarmee gaat ze aan de slag bij het ministerie van Economische Zaken en Financiën. Daar houdt ze zich niet alleen bezig met macro-economie maar ook met concurrentiezaken.

Het is tijdens een geschil tussen Spanje en de Europese Commissie over een overname dat ze te maken krijgt met commissaris Neelie Kroes (Concurrentie). Die is zo onder de indruk van Calviño’s kwaliteiten dat ze haar naar Brussel haalt, als plaatsvervangend directeur-generaal voor Mededinging. Eenvoudig is haar landing daar niet: EU-ambtenaren die zich warm liepen voor die positie, voelen zich gepasseerd.

Dat neemt niet weg dat Calviño snel carrière maakt bij de Commissie op complexe maar invloedrijke beleidsterreinen. Concurrentie verruilt ze achtereenvolgens voor de Interne Markt en Financiële Diensten, om in 2014 directeur-generaal (de hoogste ambtenaar) voor Budget te worden, dé plek waar de Europese begrotingen worden voorbereid.

In Brussel mijdt Calviño media-aandacht, opmerkelijk, want haar vader was de baas van de Spaanse publieke omroep. Wel voert ze gesprekken op achtergrondbasis met EU-correspondenten. Daarin toont ze zich deskundig en nauwgezet, in die mate dat ze achteraf nog een mail naar de deelnemers stuurt als ze naar haar gevoel iets niet duidelijk genoeg heeft uitgelegd.

Als topambtenaar zit Calviño regelmatig bij overleggen van EU-ministers. Wat ze daar leert is dat inhoudelijke argumenten, hoe valide ook, niet altijd doorslaggevend zijn. Een besluit, of het niet nemen ervan, is ook politiek gemotiveerd, beseft ze bij het aanschouwen van het hevige verzet tegen striktere regels voor banken van de toenmalige Duitse minister van Financiën Wolfgang Schäuble.

Haar politieke doop komt in 2018 als de Spaanse socialistische premier Pedro Sánchez haar vraagt als minister van Economische Zaken (waaronder ook Financiën valt) in zijn eerste kabinet. Een opvallende keuze, Calviño is geen lid van de PSOE, de Spaanse socialistische partij.

Madrid is een harde politieke leerschool. In Spanje is de minister van Financiën, anders dan in Nederland, beslist niet een van de populairste bewindspersonen. Calviño ligt van alle kanten onder vuur: de rechtse oppositie hakt op haar in, maar ook de PSOE en coalitiepartner Podemos vallen haar aan omdat ze niet links genoeg is.

Ze is veeleisend, voor zichzelf en haar mensen. De omloopsnelheid van haar team in Madrid is hoog, niet iedereen kan en wil haar tempo bijbenen. ‘Een stevige tante’, zegt een EU-ambtenaar die haar vaak meemaakt. Haar mediaschuwheid raakt ze snel kwijt in de Spaanse politiek.

In Brussel trekt ze vaak op met haar Franse collega Bruno Le Maire. Calviño pleit voor een nieuw Europees investeringsfonds van 1.500 miljard euro, gefinancierd met eeuwig doorlopend Europees schuldpapier, een schrikbeeld voor de Nederlandse minister Wopke Hoekstra (CDA).

Als Calviño in 2020 voorzitter wil worden van de Eurogroep, leidt Hoekstra het verzet tegen haar. Hij mobiliseert een groepje kleinere eurolanden – ‘Wopke en de zeven dwergen’ – waarvan Calviño eerder zei dat ze economisch irrelevant waren. Calviño verliest de strijd om het voorzitterschap, naar eigen zeggen omdat één land dat steun had toegezegd tijdens de geheime stemming niet leverde.

Met Hoekstra’s opvolger – D66-minister Sigrid Kaag – heeft Calviño een veel betere band. De twee schrijven samen in april 2022 een non-paper over de opzet van een nieuw Stabiliteitspact, de politiek hypergevoelige kwestie van de Europese begrotingsdiscipline. Het twee pagina’s tellende stuk valt op, omdat het komt van bewindslieden uit landen die normaliter elkaars tegenstander zijn. Achteraf kan worden geconcludeerd dat alle elementen van het uiteindelijke akkoord in het gezamenlijke paper staan.

Dat akkoord wordt bereikt op 20 december vorig jaar onder leiding van Calviño, het is de apotheose van haar werk in Brussel. Madrid heeft haar eerder dat jaar gekandideerd als de nieuwe voorzitter van de Europese Investeringsbank, de grootste publieke kredietverstrekker ter wereld. Er zijn vijf serieuze kandidaten, inclusief Calviño en Vestager.

De Spaanse heeft geleerd van haar Eurogroepdebacle en goede banden opgebouwd met haar collega’s. Als minister zit ze in de poleposition voor haar lobby, anders dan Vestager, die onbetaald verlof moet opnemen. Dit keer blijkt de toegezegde steun solide, waaronder de Nederlandse. Op 8 december wijzen de ministers Calviño aan als de nieuwe EIB-baas. ‘Ik ben vereerd door hun vertrouwen’, zegt Calviño.

Nadia Calviño trad op 1 januari aan als de eerste vrouwelijke voorzitter van de in 1958 opgerichte Europese Investeringsbank. De bank verstrekt langlopende leningen aan overheden en bedrijven binnen en buiten Europa. Nederland ontving ruim 38 miljard euro aan kredieten sinds de bank actief werd, onder meer voor de aanleg van de Tweede Maasvlakte, voor de uitbreiding van de bloemenveiling in Aalsmeer en de aanleg van windmolenparken.

De EIB-voorzitter verdient bijna 30 duizend euro bruto per maand, hetzelfde als de voorzitter van de Europese Commissie.

In 2019 toonde Calviño haar interesse om Christine Lagarde op te volgen als baas van het IMF in Washington. Voormalig minister van Financiën Jeroen Dijsselbloem was ook in de race. Beiden visten achter het net, de prestigieuze baan ging naar de Bulgaarse Kristalina Georgieva.

Source: Volkskrant

Previous

Next