Home

Bij de bouw van de ruimtetelescoop zien we de mens op z’n best: inventief en onbaatzuchtig

Later als ik groot ben wil ik graag astronoom worden. Waarschijnlijk ben ik er te dom en ongeduldig voor, in dat geval zal ik me moeten beperken tot plaatjes kijken in mooie ruimteboeken. Mijn nieuwe toekomstplannen zijn deze week ontstaan na het zien van de Netflix-documentaire over de James Webb-ruimtetelescoop, Unknown: Cosmic Time Machine.

Het is een hele exercitie geworden om als mens nog bewondering te voelen voor de eigen soort. In de omgang met elkaar struikelen we over oorlog, vreemdelingenhaat, antisemitisme, rechts-extremisme, polarisatie en eenzaamheid. In de omgang met de planeet vertillen we ons aan CO2, stikstof, fossiele brandstoffen en mineralen, vervuiling, smeltend ijs en de zorg voor dieren en planten. We maken er een zooitje van.

Hoe anders is de ervaring na het zien van de documentaire over de Webb-ruimtetelescoop. Dit technische wonder is mogelijk geworden doordat zo’n tienduizend ingenieurs uit verschillende landen 25 jaar lang hebben samengewerkt. De Webb-ruimtetelescoop kan het allereerste licht opvangen van de vroegste sterrenstelsels en op die manier terugkijken naar het ontstaan van het universum. De beelden die de telescoop sinds zijn succesvolle lancering naar de aarde stuurt zijn fabelachtig mooi en scherp.

Om dat technische wonder mogelijk te maken moesten al die ingenieurs door 344 storingspunten heen ploeteren. In de documentaire wordt uitgelegd dat een storingspunt een gebeurtenis is die de hele missie onderuithaalt. Thomas Zurbuchen, hoofdverantwoordelijke bij Nasa, vertelt dat hij tegen zó veel problemen aanliep dat het hem soms hopeloos leek. Niet alleen technisch, maar ook qua financiën, planning en personeel was het haast ondoenlijk.

Zurbuchen zag de moeilijkheden als een leiderschapskwestie, met de ingenieurs zelf was niets mis. Hij besloot leiders te vervangen om ervoor te zorgen dat de teams bij elkaar kwamen. Hij wilde de juiste focus hebben en een energie creëren van: ‘Ja, we gaan dit doen!’ Zurbuchen slaagde in zijn opzet en zag dat de achterstand ineens omsloeg in een voorsprong. In de documentaire zegt hij: ‘Tienduizend mensen, met al hun sterke en zwakke punten, met vele redenen waarom het niet zou moeten werken, komen samen als een uitstekend team en zijn er succesvol in. Als we dat kunnen, stel je dan eens voor wat we nog kunnen oplossen.’

Bij politieke vraagstukken wordt vaak benadrukt hoe ont-zet-tend complex de zaken liggen. Voordat we iets aanpakken zijn we dertig studies, vier verkiezingen en een parlementaire onderzoekscommissie verder, en dan nóg zitten mensen te wachten op resultaat. Ik denk dat het tijd is voor wat meer zelfvertrouwen. Als de mens in staat is een telescoop te bouwen met een oppervlakte van 25 vierkante meter, die als een origamipakketje in een raket te schuiven en vervolgens dat hele ding op 1,5 miljoen kilometer afstand als een tafeltje uit elkaar te klappen, dan zou het ook moeten lukken om een paar huizen in Groningen te repareren of vaart te maken met de stikstofaanpak.

Onze problemen blijven niet liggen omdat ze ingewikkeld zijn, maar omdat het ontbreekt aan de juiste focus en energie. De James Webb-documentaire toont de mens op z’n best: ambitieus, inventief en volhardend. En dat allemaal voor een universeel doel; de data van de ruimtetelescoop zijn vrij beschikbaar zodat iedere wetenschapper er zijn voordeel mee kan doen. Dat onbaatzuchtige element is misschien nog het meest doorslaggevend. Wanneer we ons ontdoen van zaken als persoonlijke ambitie, politieke vetes of strategische belangen blijft enkel dit over: als mensheid vooruitkomen.

Over de auteur
Ibtihal Jadib is rechter-plaatsvervanger, schrijver en columnist voor de Volkskrant. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.

Source: Volkskrant

Previous

Next