Even heeft een deel van de jury het erover gehad of we nummers van Marco Borsato moesten uitsluiten van de lijst omdat de maker een rechtszaak boven het hoofd hangt wegens ontucht met een minderjarig meisje. Of nummers van Lil Kleine (mishandeling). Dat leek de jury geen goed idee – we zijn als cultuurcritici kinderen van de invloedrijke New Critics uit de jaren vijftig, die stelden dat je maker en werk strikt moet scheiden. Beoordeel het werk op eigen merites, houd de biografie erbuiten. Literatuur- en kunstonderwijs was tot diep in de jaren nul doortrokken van dit dogma.
Toevallig wordt in deze regionen van onze top-100 deze stelling behoorlijk op de proef gesteld. Wat moeten we bijvoorbeeld met Zoveel stress van rapper Kempi, veroordeeld voor heftige misdaden – bedreiging, mishandeling van zijn ex-vriendin, vrouwenhandel, bezit van extreme hoeveelheden coke, en dat al draaideurend vanaf zijn jeugd, tot aan afgelopen oktober (halve kilo coke, vervalste 50-eurobiljetten). Bestaat er zoiets als puntenaftrek vanaf een zekere mate van ergheid?
Chris Buur is adjunct-hoofdredacteur van de Volkskrant, verantwoordelijk voor cultuur en media.
Precies deze vraag onderzoekt cultuurcriticus Claire Dederer in haar essayboek Monsters (sinds het eind 2023 is verschenen al vaker in de Volkskrant aangehaald). Ze is idolaat van de films van Roman Polanski – de man die ooit een 13-jarig meisje verkrachtte. Woody Allen, Michael Jackson, R. Kelly, serieel vrouwenmishandelaar Pablo Picasso, het virulente antisemitisme van Ernest Hemingway en Richard Wagner: kun je van hun werk genieten terwijl je van hun monsterlijke kanten op de hoogte bent?
Ja, dat kan, betoogt ze, maar scheid juist níét de maker en zijn werk. Want dat is absurd, academisch en gaat lafjes moeilijke vragen uit de weg. Begin bij de constatering dat je iets geweldig vindt, en kijk vervolgens wat je ermee aan moet dat er een slangenkuil van grimmigheid onder kan zitten. En wat dat betekent, voor jou, voor het werk, voor de wereld. Onderken dat je kwaliteitsoordeel persoonlijk, subjectief en emotioneel is, en kijk het monster in de bek. Dat kan je woedend maken. En je toch tot de conclusie brengen dat het kunstwerk voor jou overeind blijft.
We zijn volwassen mensen: het moet mogelijk zijn om zónder de misdaden van Kempi te relativeren tegelijk te onderkennen dat Zoveel stress, dat in hiphopkringen geldt als superklassieker, een prachtige, ijle, elastiek-virtuoze rap is.
Het scheelt dat Kempi in het nummer niet lijkt te hengelen naar medelijden en zich direct tot de luisteraar richt: je wilt echt niet zijn zoals ik. Al kun je over de tekstinterpretatie van mening verschillen. Ook over of een wan- of misdaad je luisterplezier kan vergallen. Dat bepaal je als luisteraar zelf, misschien wel in lange, relevante discussies. Waarom blijft Dederer vol bewondering voor Roman Polanski’s Rosemary’s Baby, en kan voor haar The Cosby Show Bill Cosby’s verkrachtingen nooit meer te boven komen? Was het hoopvol dat Kempi een enorm talent bleek te hebben en misschien wel zijn geld geheel met muziek had kunnen verdienen, of totaal zinloos?
Dederer gebruikt de beeldspraak van de vlek: een briljant tapijt blijft een briljant tapijt als er een vlek op is gekomen. Wat je met het verpeste tapijt aan moet, is vervolgens aan de gebruiker.
Ook op het nummer Testosteronbommen zit een vlek, zij het een andersoortige. Op het eerste, tweede en derde gehoor is het een harde, South Park-achtige kijk-eens-hoe-grof-we-kunnen-zijn-satire op de uitspraak van Geert Wilders uit 2015 dat er (met Syrische vluchtelingen) een ‘massa testosteronbommen’ onze kant op zou komen; gerust te karakteriseren als racistische stereotypering. Rappers Braz, Fresku, Mocromaniac, Pietju Bell en (de fictieve) Killer Kamal gaan daarop met het begrip ‘testosteronbommen’ aan de haal (‘noem ons hondsdolle zieke maniakken, wij zijn testosteronbommen’) en overdrijven de connotatie met seks en geweld tot ver voorbij het absurde. Je scheert ons over één kam als testosteronbommen? Nou inderdaad, dan is dit hoe het eruitziet.
Dit alles op misschien wel de zwaarst opstuwende beats uit de Nederlandse popgeschiedenis, die weer een prima combinatie vormen met de idiote vondsten, als je tenminste vatbaar bent voor een flink potje poep-, pies en sekshumor: de introductie van het woord ‘piemelsmaak’, creatief gebruik van het woord ‘windstreek’ (in verband met kontneuken) en Fresku’s verrassend niet-homofobe fantasie (of juist wel?) ‘ik neuk je vader en laat je moeder voor het raam zitten’.
In lijn met Claire Dederers adagium dat je moet erkennen dat het enthousiasme voor een kunstwerk persoonlijk is, moet ik hier zeggen dat ik een van de juryleden ben die vond dat dit cultnummer een plaats in deze lijst verdient. En ook dat ik, na een keer of honderd luisteren, tussen alle ostentatieve vrolijke smeerpijperij, toch schrok toen ik ineens verstond dat ‘Jood’ als scheldwoord wordt gebruikt. Hoorde ik dat goed? De uitgeschreven songtekst op google bevestigt het.
Wat nu? Antisemitisme, eeuwenoud veelkoppig monster, is van een zwaarte die zich moeilijk in satire laat gieten, al zijn er films van Mel Brooks en hele afleveringen van South Park die daar nog redelijk in slagen. Misschien is het onaangename in Testosteronbommen dat het tussen al die surrealistische overdrijvingen ineens zo achteloos overkomt, waarmee het een dubbele laag lijkt te ontberen.
Aan de andere kant: het wordt uitgesproken door een fictief personage, Killer Kamal, zogenaamd een opgefokt Marokkaans rappertje, midden jaren 2000 in het leven geroepen om het clichébeeld van mocro’s te parodiëren. Hij is bedoeld als hard protest, met Wilders als tegenstander; soms ver voorbij het smakeloze of toelaatbare (een onthoofdingsscène in een van de muziekvideo’s), soms ook lichtvoetig en geestig, zoals onlangs nog, na de PVV-verkiezingswinst, in het nummer Sorry papa, waarin Wilders Kamals vader blijkt, en de afgewezen Kamal hengelt naar zijn liefde.
Wie er achter Killer Kamal zit, is bron van zorgvuldige mythologisering; in de korte online VPRO-documentaire Making a mocro (2021, aanrader) houdt maker Mo Jouhri het na een zoektocht op een witte producer. En dat maakt het extra verwarrend: een witte jongen die met clichés over mocro’s op de loop gaat en daar onder veel jonge Marokkanen heel populair mee wordt; al is er ook een deel van de Marokkaanse gemeenschap dat veel twijfels heeft bij die satire, omdat die ook het effect kan hebben dat ze de kwalijke clichés juist bestendigt.
Op dat ongemakkelijke snijvlak ligt het gebruik van ‘Jood’ in Testosteronbommen – de context voorziet het van een satirische, fictieve bodem, maar over het effect kun je behoorlijk twijfelen.
Waarmee nummer 31 van de lijst wat mij betreft weliswaar een heel erg goed nummer is, maar ook een discussiestuk.
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
U bent niet ingelogd
Antwoord op al uw vragen
Updates, wijzigingen en klachten
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2024 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden