Leegstaand vastgoed waarop de overheid vaak geen zicht heeft, dát is waar de Thuisgevers naar zoeken om statushouders versneld uit asielzoekerscentra te halen. In een oude predikantenwoning in Breukelen durven Raman uit Syrië en Souleyman uit Mali weer te dromen over de toekomst.
‘Wilt u thee?’, vraagt de 23-jarige Raman uit Syrië bij binnenkomst in de hoekwoning van een jarentachtig-nieuwbouwwijk in Breukelen. Op tafel staan koekjes en andere versnaperingen. Even later komt Souleyman (27) uit Mali de woonkamer binnen. ‘Het is hier beter dan in het azc’, merkt hij op. ‘Veel rustiger en meer privacy. We hebben ieder onze eigen kamer.’
In deze predikantenwoning van de Protestantse gemeente in Breukelen zetelt geen dominee meer. Sinds vorige week zijn in de voormalige pastorie vier statushouders gehuisvest: Raman en Abudulnasser (33) uit Syrië, Mohammed (24) uit Ethiopië en Souleyman.
Over de auteur
Peter de Graaf is regioverslaggever van de Volkskrant in Zuid-Nederland en verslaat ontwikkelingen in Noord-Brabant, Limburg en Zeeland. Eerder was hij EU-correspondent in Brussel en economieverslaggever.
De vier vluchtelingen met een verblijfsvergunning zijn versneld uit het asielzoekerscentrum gehaald op initiatief van de Thuisgevers, een relatief nieuwe organisatie die in heel Nederland zoekt naar woonplekken om statushouders tijdelijk te huisvesten. Want een van de oorzaken van de asielopvangcrisis is de moeizame doorstroming van erkende vluchtelingen naar een woning. Circa zestienduizend statushouders zitten daardoor nog steeds vast in een azc.
‘Mensen wachten nu soms jaren totdat er een plekje voor ze is in een gemeente’, zegt Laura Prat Bertrams, projectmanager bij de Thuisgevers. ‘Hun leven in het azc staat stil en dat is voor niemand goed.’
Voor de tijdelijke huisvesting van statushouders proberen de Thuisgevers ‘ongeziene woonplekken’ op te sporen, zoals pastorieën en ander leegstaand vastgoed van kerken en maatschappelijke organisaties die vaak buiten het zicht van de overheid blijven. ‘Zo kunnen vluchtelingen met een verblijfsvergunning alvast een start maken met hun nieuwe bestaan én komt de doorstroom uit de asielopvang op gang.’
Raman arriveerde twee jaar geleden in Nederland, Na een kort verblijf in het aanmeldcentrum in Ter Apel werd hij naar het asielzoekerscentrum in Gouda gestuurd. Ook nadat hij eind augustus 2022 een verblijfsvergunning had gekregen – en daarmee het recht op een woning – verbleef hij nog bijna anderhalf jaar in het azc. De reden is hem bekend: de schaarste aan woningen in Nederland.
Dat was best ‘een beetje teleurstellend’, vertelt Raman, die zo veel mogelijk in het Nederlands probeert te spreken. ‘Al mijn vrienden kregen al veel eerder een huis. Eén vriend had het meeste geluk van de wereld: twintig dagen na ontvangst van zijn verblijfsvergunning kreeg hij een huis in Gouda. Maar ik ken ook een Iraanse man die wel zeven jaar moest wachten.’
Souleyman verbleef vijf jaar in het azc van Leersum. Hij kreeg zijn verblijfsvergunning in oktober 2022, maar stond eveneens noodgedwongen in de wachtstand. ‘Je kunt niet anders doen dan wachten’, beaamt Raman. ‘Ik deed gym om de dagen korter te maken.’
De organisatie van de Thuisgevers ontstond anderhalf jaar geleden toen de kerken in Kampen zich met succes ontfermden over de opvang en sociale begeleiding van vluchtelingen uit Oekraïne. Die aanpak wordt nu door de Protestantse Kerk in Nederland (PKN) in samenwerking met de gemeente Kampen landelijk ‘uitgerold’ voor de tijdelijke huisvesting van statushouders.
De organisatie, met inmiddels zestien medewerkers en honderden vrijwilligers, wordt gefinancierd door het ministerie van Justitie en Veiligheid en gefaciliteerd door opvangorganisatie COA.
Volgens projectmanager Prat Bertrams zijn vorig jaar via de Thuisgevers meer dan tweehonderd statushouders tijdelijk (voor de duur van minimaal zes maanden) gehuisvest in ruim twintig gemeenten. Die gemeenten zijn verplicht hen daarna definitieve huisvesting aan te bieden. De verwachting is dat dit jaar wel duizend statushouders langs deze weg onderdak kunnen krijgen.
‘Er lopen momenteel 131 verkenningen in 104 verschillende gemeenten’, aldus Prat Bertrams. ‘De kerkelijke infrastructuur in Nederland is krachtig. De kerken hebben een groot sociaal netwerk en veel vrijwilligers die uit barmhartigheid willen meehelpen.’
De grootste uitdaging ligt volgens haar vooral bij de gemeenten. Want die moeten de statushouders na de periode van tijdelijke huisvesting een definitieve woning toewijzen. ‘Het belangrijkste obstakel voor ons is de lokale overheid die nee zegt omdat zij die definitieve woning niet kan garanderen’, aldus Prat Bertrams. ‘Gelukkig zijn er ook gemeenten die zeggen: doe maar, we gaan het regelen, we lossen het wel op.’
Alle statushouders krijgen ‘een buddy’ die hen wegwijs maakt in de gemeente waar ze gaan wonen. ‘Ik vind het prachtig om deze guys te helpen’, zegt Tom Eek, die buddy is van Souleyman en tevens taalles geeft aan de statushouders. ‘Er komen allerlei vragen op ze af. Brieven die ze niet begrijpen. Of: mag ik mijn vrouw uit het buitenland halen?’
De inrichting van de voormalige predikantenwoning in Breukelen was razendsnel geregeld, vertelt Joke Suitela. ‘Ik heb gewoon briefjes uitgedeeld in zowel de Pauluskerk als de Pieterskerk: heb je huisraad voor deze mensen? De banken, stoelen, tafels, bedden en dressoirs stroomden binnen. We hebben ook nee moeten zeggen.’
Raman en Souleyman zijn blij dat ze verlost zijn van alle hectiek in het azc. ‘Je zit daar met tweehonderd mensen in het azc, met drie of vier man op elke kamer, dat is erg onrustig’, zegt Souleyman. ‘Je hoort de hele dag door geklop op deuren’, aldus Raman.
Beide statushouders durven eindelijk te dromen over hun toekomst. Al blijft de pijn voelbaar dat ze gescheiden zijn – en voorlopig ook nog wel gescheiden zullen blijven – van hun families in het vaderland; omdat Raman en Souleyman al meerderjarig waren toen zij in Nederland aankwamen, kunnen ze niet automatisch via gezinshereniging hun ouders en broers laten overkomen.
De twee willen voortvarend doorgaan met hun taallessen. Ze willen ook allebei hun rijbewijs halen. Raman denkt aan een studie autotechniek. Hij is opgetogen: nog maar net gearriveerd in Breukelen kreeg hij het verlossende bericht dat hij eind volgende maand een eigen huurhuis krijgt in Loenen aan de Vecht.
‘Ik wil in de bouw gaan werken, als tegelzetter bijvoorbeeld’, zegt Souleyman. In Mali werkte hij in de bouw en in de landbouw. ‘Daar verzorgde ik koeien. Dat wil ik hier misschien ook wel gaan doen.’
Source: Volkskrant