Home

‘Niet oké!’, brult meneer Lommers in zijn bed. ‘Hier spreken we Nederlands’

Ik tuur door het raam naar de auto van de huisartsenpost die het parkeerterrein oprijdt. De auto parkeert, de chauffeur in ambulance-uniform stapt uit en dan zwaait ook de deur aan de passagierskant open. De huisarts stapt uit. Het is dokter Van Batenburg, mijn favoriete arts.

Nog voordat dokter Van Batenburg zich bij de receptie kan melden, sta ik voor haar neus.

‘Komt u voor meneer Lommers?’

‘Ja. En jij bent?’

Ik stel me voor. Ik weet niet meer hoe vaak ik me al aan dokter Van Batenburg heb voorgesteld. Ongeveer acht keer, denk ik.

Ze beent voor me uit door de gangen van het verpleeghuis. Ze weet niet waar meneer Lommers woont, dus bij elke kruising vraagt ze over haar schouder: ‘Links? Rechts?’

Meneer Lommers woont op een afdeling voor mensen met dementie. Hij was in zijn werkend leven leraar Nederlands en heeft een hekel aan anglicismen. Als je in zijn bijzijn het woord ‘oké’ gebruikt, wordt hij boos. Mijn collega’s en ik waarschuwen elkaar weleens voordat we zijn kamer binnenstappen, als we niet zeker weten of de ander het al weet: niet oké zeggen.

Over de auteur
Thomas van der Meer schrijft voor de Volkskrant columns over zijn werk in een verpleeghuis. De namen in deze column zijn gefingeerd en sommige details zijn aangepast. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.

Zijn vrouw vertelde dat hij gedurende hun huwelijk altijd alles aan haar heeft uitgelegd. ‘Ook alles wat ik al wist.’ Uitleggen en corrigeren, zei ze, waren zijn lust en zijn leven.

Tegenwoordig valt er weinig uit te leggen, want hij lijkt continu minder te weten dan de mensen om hem heen. Hij kan zich niet herinneren hoe hij hier is gekomen en wat hij hier doet. Ik zie hem vaak op een stoel in de gezamenlijke huiskamer zitten, en dan kijkt hij met een onzekere blik naar de zorgverleners die gehaast en doelgericht over de gang lopen. Wat doet hij hier? Heeft hij ook een taak? Wat wordt er van hem verwacht?

En daarom is het juist goed als we oké tegen hem zeggen, zegt zijn vrouw. ‘Dan kan hij tenminste weer eens iets uitleggen.’ Volgens haar heeft hij zijn boosheid nodig.

Dokter Van Batenburg is mijn favoriete arts omdat ze zo warm naar haar patiënten kijkt. In gesprek met een patiënt is haar blik heel zacht en oneindig belangstellend, alsof de patiënt de enige is die ertoe doet. Tegen alle andere mensen is ze kortaf en afstandelijk.

Ik wil dat dokter Van Batenburg ook zo naar mij kijkt, maar ook weer niet, want daarvoor moet ik eerst iets heel ernstigs mankeren. Eerlijk gezegd heb ik weleens geprobeerd de blik te vangen, door aan het bed van een patiënt een onnodige vraag te stellen. Maar in de fractie van een seconde dat ze haar blik van de patiënt afwendde en mij aankeek, had ze de luiken al gesloten.

Ze onderzoekt meneer Lommers en komt tot de conclusie dat hij gekatheteriseerd moet worden. Daar had ik al op gerekend, dus terwijl de huisartsenchauffeur aanstalten maakt zijn medische koffer te openen, rijd ik triomfantelijk mijn karretje tevoorschijn waarop ik alle benodigdheden al heb uitgestald. Nu kijkt dokter Van Batenburg me heel even aan – zo kort dat ik haar blik niet kan lezen. Keek ze geamuseerd of spottend?

Om de katheter te kunnen plaatsen, vraagt ze meneer Lommers zijn broek en onderbroek naar beneden te trekken, en terwijl hij daar gehoor aan geeft, maakt hij een paar schunnige grappen. Meneer Lommers heeft nog geen warme blik gehad van dokter Van Batenburg, en ik denk ook niet dat die nog komt.

Ze bereidt de katheterisatie voor. Ze draagt steriele handschoenen en houdt de katheter in een lus in haar hand. ‘Oké’, zegt ze.

Meneer Lommers richt zich op in zijn bed. ‘Niet oké!’, brult hij. ‘Hier spreken we Nederlands.’

‘Wat wilt u dan dat ik zeg?’

‘Prima. Zeg gewoon prima.’

‘U wilde toch iets Nederlands?’, vraagt ze. ‘Prima komt uit het Latijn.’

Hij is even stil en sputtert dan tegen: ‘Prima staat gewoon in de Van Dale.’

‘Oké ook’, zegt dokter Van Batenburg, en ze jast de katheter erin.

Source: Volkskrant columns

Previous

Next