In 2012 werd nog maar een kwart van de donorkinderen verwekt met zaad dat afkomstig was van een buitenlandse donor. In 2022 gold dat voor 72 procent, oftewel ruim 1.500 van de 2.100 donorbaby’s. Dat blijkt uit cijfers die op verzoek van de Volkskrant zijn vrijgegeven door de Stichting Donorgegevens Kunstmatige Bevruchting (SDKB). Die stichting registreert sinds 2004 in opdracht van de overheid persoonsgegevens van spermadonoren, zodat kinderen later hun verwekker kunnen terugvinden.
Britta van Beers, hoogleraar rechtsfilosofie aan de Vrije Universiteit en gespecialiseerd in biotechnologische vraagstukken, noemt de cijfers ‘shockerend’ en ‘een wake-upcall’. ‘Het is geen marginaal verschijnsel meer, maar een fundamenteel probleem.’
De populariteit van het buitenlandse sperma – met name uit Denemarken – wordt door gynaecologen verklaard door het tekort aan Nederlandse zaaddonoren. Daarvoor bestaan wachtlijsten die kunnen oplopen tot soms wel drie jaar.
Bij grote Deense spermabanken als Cryos en European Sperm Bank (ESB) kunnen wensmoeders – veelal alleenstaande of lesbische vrouwen – uit onlineprofielen zelf hun favoriete spermadonor kiezen. Het zaad wordt na een paar muisklikken, en na betaling van enkele honderden tot 1.000 euro per ‘rietje’, ingevroren afgeleverd in Nederlandse klinieken.
Een van de ethische dilemma’s is dat commerciële spermabanken één zaaddonor wereldwijd kunnen gebruiken voor tientallen of zelfs honderden kinderen – daarop is geen toezicht. Binnen Nederland geldt de norm dat maximaal twaalf vrouwen mogen worden geholpen met één spermadonor. Enerzijds moet die norm later inteelt voorkomen, anderzijds is die ook bedoeld om tegen te gaan dat donorkinderen psychosociale schade oplopen doordat zij zich moeten verhouden tot talloze halfbroers en -zussen.
‘Die norm is bedacht om de belangen van donorkinderen te beschermen’, zegt Van Beers. ‘Maar met het commerciële buitenlandse zaad worden via een achterdeur de Nederlandse regels gigantisch omzeild.’ Want de overheid houdt wel toezicht op het aantal keren dat een donor binnen Nederland wordt gebruikt, maar internationale bedrijven verkopen zaad van dezelfde donor ook in vele andere landen.
Bovendien geldt sinds 2004 een verbod op anoniem doneren, omdat de overheid tot het inzicht kwam dat kinderen het recht hebben hun afkomst te kennen. ‘Als donorkinderen in het buitenland op zoek moeten naar hun verwekker, maak je dat contact juist moeilijker’, zegt Van Beers.
Over de auteur
Anneke Stoffelen is verslaggever van de Volkskrant en schrijft onder meer over de multiculturele samenleving. Voor de podcastserie Een soort God onderzocht ze hoe mensen in een sekte belanden.
In de Tweede Kamer drongen GroenLinks, PvdA, CDA en ChristenUnie eerder aan op strengere regels voor het gebruik van buitenlandse spermadonoren. Ernst Kuipers (D66), die twee weken geleden opstapte als minister van Volksgezondheid, antwoordde daarop dat de keuze voor buitenlands zaad de verantwoordelijkheid is van wensouders zelf. Bovendien zou de Nederlandse overheid geen invloed hebben op deze praktijk, omdat het donorzaad door buitenlandse bedrijven wordt verhandeld.
Maar volgens hoogleraar Van Beers is de politiek wel degelijk aan zet: ‘De overheid kan deze praktijk relatief eenvoudig stoppen, simpelweg door geen vergunning te verlenen aan Nederlandse fertiliteitsklinieken die gebruikmaken van buitenlandse spermabanken. Het gaat hier om de rechten van toekomstige kinderen. De bescherming daarvan kun je niet overlaten aan wensouders, die vooral met hun kinderwens in het hier en nu bezig zijn.’
Top 5 herkomstlanden buitenlandse spermadonoren
1. Denemarken
2. Duitsland
3. Verenigde Staten
4. Verenigd Koninkrijk
5. België
Er zijn overigens al enkele vruchtbaarheidsklinieken die om ethische redenen niet met buitenlands zaad werken. Ook binnen de NVOG, de beroepsvereniging van gynaecologen, woedt hierover een discussie. ‘Maar dit onderwerp is te belangrijk om de verantwoordelijkheid uitsluitend bij de behandelend artsen te leggen’, zegt Van Beers.
In november berichtte de Volkskrant nog dat ruim de helft van de behandelingen met donorzaad worden uitgevoerd met buitenlands sperma. De cijfers die nu zijn vrijgegeven door de SDKB, zijn gebaseerd op het aantal daadwerkelijk tot stand gebrachte zwangerschappen en schetsen dus een betrouwbaarder beeld. Dat het aandeel buitenlandse donoren in deze registratie hoger ligt, komt mogelijk doordat commerciële zaadbanken hogere eisen stellen aan de kwaliteit van sperma dan Nederlandse zaadbanken. Daardoor is het aannemelijk dat behandeling met een buitenlandse donor verhoudingsgewijs vaker tot een zwangerschap leidt.
Misstanden rondom de verwekking van donorkinderen komen vaak pas aan het licht op het moment dat donorkinderen zelf oud genoeg zijn om op zoek te gaan naar hun afkomst. De afgelopen jaren kwamen verschillende zaken aan het licht waarbij medewerkers van fertiliteitsklinieken zelf als donor blijken te hebben opgetreden, zonder wensouders daarover in te lichten. Onlangs riepen stichting Donorkind, academisch ziekenhuis LUMC en stichting Fiom nog op tot een onafhankelijk, landelijk onderzoek naar wat er tot 2004 allemaal is misgegaan bij Nederlandse spermabanken.
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
U bent niet ingelogd
Antwoord op al uw vragen
Updates, wijzigingen en klachten
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2024 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden