Home

‘Steeds je emoties uitschakelen houd je uiteindelijk niet vol’

‘Het hoofd van de afdeling Zeden in Amsterdam belde en zei: ‘Liesbeth, ik moet een heel heftige, dringende zaak met je bespreken.’ Twee dagen daarvoor was Robert M. aangehouden; in een Amerikaans onderzoek naar kinderporno was hij naar voren gekomen.

‘Hij legde bekennende verklaringen af. Dat is opmerkelijk: de meeste verdachten die we naar binnen trekken, zwijgen of ontkennen. Maar deze man leek te genieten van zijn walgelijke verhalen over wat hij met kinderen had gedaan.

‘Alle alarmbellen gingen af: hij werkte in een kinderdagverblijf. Meteen schiet je in je handelmodus – eerst licht je de korpschef en de burgemeester in. Je zet je beste rechercheurs op de zaak, daar zit een hele organisatie omheen. Ouders en werkgevers moeten worden geïnformeerd. Wie zijn dat? Hoe ga je dat doen? Daar heb je de gemeente bij nodig. Er komt veel bij kijken en er zat druk op, want de buitenwacht gaat natuurlijk merken dat wij volledig zijn opgeschaald.

‘Hij blééf maar verklaren, in korte tijd kwamen er steeds nieuwe slachtoffers bij, plus megaveel filmmateriaal dat in beslag was genomen. Met een gigantisch team werkten we het hele weekend door, dat hebben we ruim twee weken volgehouden.

‘Ik zei tegen onze mensen: kijk niet naar die beelden van het kindermisbruik als dat niet echt nodig is, want dat doet iets met je. Het is té gruwelijk. Ik heb ernaar gekeken omdat ik wilde ervaren wat die zedenrechercheurs in onze kinderpornoteams dag in dag uit moesten bekijken. Dat is zó heftig, ik hield dat niet langer dan dertig seconden vol. Als je daarbij bedenkt dat de verdachte bewust kinderen uitzocht in de leeftijd dat ze nog niet konden praten... Zoiets vreselijks heb ik nog nooit meegemaakt.

‘Het ging om meer dan honderd ouders. We wilden ze allemaal persoonlijk uitnodigen voor een informatiegesprek. We riepen zelfs ME’ers op om de uitnodigingsbrief bij alle ouders thuis te bezorgen. Daarbij gaven we de instructie mee: laat je niet verleiden om alvast te vertellen wat er aan de hand is.

‘In een zaal in hotel The Grand in Amsterdam kwamen alle ouders bij elkaar. Je voelde de spanning. Het was afgeladen vol met al die ouders en tientallen collega’s, vooral familierechercheurs, en hulpverleners eromheen. Burgemeester Eberhard van der Laan vertelde: ‘We hebben iemand aangehouden, we hebben een ernstig vermoeden van heftige feiten waarbij mogelijk ook uw kind is betrokken.’

‘Het was muis- en muisstil. Toen werd een foto getoond van de dader. Er ging een gil door die zaal die ik nog steeds hoor. Dat gaat tot aan je tenen.

‘Ik ben kort geleden grootmoeder geworden. Zo’n klein kind is totaal afhankelijk. Mensen hebben in goed vertrouwen hun kind aan hem toevertrouwd. Dat maakt het dubbel zo erg: dat misbruik is misselijkmakend, maar ook die schending van vertrouwen is zó walgelijk. Iedereen beschreef hem als een heel aardige man, maar dat was hij niet voor niks, daardoor mocht hij bij mensen thuis oppassen. Voor mij is Robert M. een onmens.

‘De dag voor die informatieavond waren mijn kinderen thuis. Zij wisten niet met welk onderzoek ik bezig was – dat wilden we geheimhouden, zodat ouders het niet uit de pers zouden vernemen. En dat is ons ook gelukt, daar ben ik trots op. Zodra mijn kinderen aan de eettafel zaten, kreeg ik telefoon: ‘We hebben weer een nieuwe verklaring gekregen, het gaat om een baby van negentien dagen.’

‘Negentien dagen! Toen brak ik. Ik kon het niet meer houden. Ik moest huilen, zo hard, ik kon niet meer ophouden. Het móést er gewoon uit. Dat steeds maar professioneel handelen en je emoties uitschakelen houd je uiteindelijk niet vol. Mijn kinderen wisten niet wat ze met me aan moesten, ik was natuurlijk altijd die sterke politievrouw. Mijn dochter sloeg haar arm om me heen en mijn zoon belde z’n vader: ‘Mama zit te huilen.’ Hij is meteen gekomen.

‘Het rare is: tegelijkertijd was dat voor mij een mooi moment. Ik was zij-instromer bij de politie en twijfelde of ik dit werk wilde blijven doen. Maar tijdens die huilbui werd voor mij duidelijk: ik blijf, voor de mensen die dit moeilijke werk doen. Die rechercheurs vonden het allemaal net zo walgelijk als ik, maar zij moeten vriendelijk blijven terwijl ze die sadistische verklaringen aanhoren, een band met de verdachte opbouwen. Zij moeten die beelden bekijken die niemand wil zien. Voor zulke toegewijde mensen wil ik staan. Ik wil mijn bijdrage leveren om zo’n onmens veroordeeld te krijgen.

‘Een jaar na die zedenzaak vroeg de toenmalige korpschef of ik kwartiermaker voor de Nationale Politie wilde worden. Voor de vorm zei ik: ‘Laat me even nadenken’, maar ik wist al zeker dat ik dat wilde. Soms, als het even moeilijk gaat, ga ik terug naar dat emotionele moment. En dat weet ik weer: dit is waarom ik dit doe.’

Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.

Voor snelle wijzigingen en bezorging

U bent niet ingelogd

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2024 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden

Source: Volkskrant

Previous

Next