Het is vroeg in de ochtend. Ik drink mijn tweede kop koffie en wacht tot de Pentium II-processor van mijn bewustzijn is opgestart. Het kraakt en ratelt en misschien dat ik daarom niet helemaal goed snap wat mijn vrouw bedoelt als ze zegt: ‘Kijk éven naar de balzakpiemel van deze gozer.’ Er staat geen gozer in de keuken, maar wel op de pagina van het tijdschrift dat ze omhooghoudt.
Het is een reclame voor een onderbroekenmerk. Ik zie een man van begin dertig, met donkere krulletjes en een vijfdaags baardje dat netjes tot vlak boven zijn adamsappel komt. Zijn bovenlijf is ontbloot en hij heeft precies voldoende borsthaar op zijn precies voldoende gespierde borstkas en daaronder een sixpack dat je alleen krijgt als je een vreugdeloos leven leidt. Maar hij heeft een vastberaden blik in zijn ogen, in zijn half openstaande mond kun je een glimlach ontwaren en zijn lijf heeft de gezonde bruine kleur van iemand die net drie weken naar Mallorca is geweest, maar wel goed heeft gesmeerd. Dus misschien is hij wel gelukkig.
Over de auteur
Julien Althuisius is schrijver en voor de Volkskrant columnist over het dagelijks leven.
‘Ja’, mompel ik, ‘ziet er goed uit, hoor.’ Nee, ik moet even goed kijken. ‘Kijk die balzakpiemel.’ Ik duw mijn bril op mijn neus en kijk nog eens naar de gozer. Hij draagt een strakke, blauwgroene boxershort, die fraai contrasteert met zijn gebruinde lijf. Ik laat mijn blik over zijn kruis gaan en moet concluderen dat hij, inderdaad, een gigantische balzakpiemel heeft.
Balzakpiemel is – behalve misschien gezwel – het enige juiste woord om deze vorm te omschrijven. Aan de contouren van de boxershort is niet goed te zien waar de piemel precies ophoudt en de balzak begint. Het is gewoon één grote berg.
‘Het lijkt wel alsof hij er een bal in heeft gestopt’, zegt mijn vrouw. Ze twijfelt of de balzakpiemel ‘echt’ is, of gefotoshopt. Áls deze bobbel wel echt is, heeft deze man gewoon heel veel balzakpiemel. Of hij is heel erg ziek.
Deze balzakpiemel is er een met verstrekkende gevolgen. Als hij niet echt is, zal iedereen die deze man op een gegeven moment in zijn leven naakt ziet, hem vragen: ‘Sorry, maar had je in die reclame niet wat... meer?’ Als hij wél echt is, heb je weer een ander probleem. De balzakpiemel ziet er zo, samengeperst in een strakke blauwgroene boxershort, misschien fraai en imposant uit, maar als uiteindelijk de boxershort uitgaat en alles vervolgens hangt en zwabbert en flabbert en rimpelt en bungelt, wat blijft daar dan nog van over?
Bestaat er een groter esthetisch contrast dan dat tussen een ingepakte balzakpiemel en een uitgepakte balzakpiemel? Ik denk het niet. Dus hoe je het ook wendt of keert, deze geweldige, enorme balzakpiemel is een garantie voor teleurstelling. Maar misschien ben ik wel gewoon jaloers.
Source: Volkskrant