Home

Dicky Baars is 100 jaar: ‘Ik heb geleerd dat het vrederijk Gods op aarde zal komen, maar ik zie er geen moer van’

Dicky Baars is 100 jaar. Hoe kijkt de vrouw die op haar 76ste in het huwelijksbootje stapte, terug op de eeuw die achter haar ligt?

Dicky Baars is een stralende verschijning. Haar halflange haar draagt ze in een staartje. De inrichting van haar aanleunwoning in Zaandam met jarenvijftigmeubilair oogt sober. Ze is er pas vorig jaar ingetrokken. Na een val vond de familie het beter dat ze in de buurt van haar jongere, 93-jarige zusje zou gaan wonen. Ook haar twee broers van 90 en 95 jaar zijn nog in leven. Door haar omvangrijke sociale netwerk – ‘Voor mijn 100ste verjaardag kreeg ik tweehonderd kaarten’ – heeft ze aan aandacht en aanloop geen gebrek.

‘Waar ik ook woon, hecht ik aan goed contact met mijn buren. Zowel links als rechts heb ik een buurman, die ik na mijn intrek in deze woning op de koffie heb gevraagd. De ene buurman tikt altijd op mijn raam als hij voorbij loopt. Hem heb ik mijn huissleutel gegeven. Pas zat ik in een ongemakkelijke positie in mijn stoel, waardoor ik er niet meer uit kon. Ik drukte op het alarmknopje, maar er kwam niemand. Gelukkig liep de buurman langs, tikte weer op het raam en zag dat ik hulp nodig had. Hij kwam binnen en hielp mij uit mijn stoel.

‘Voor de boodschappen hoef ik maar vijf minuten te lopen, dat haal ik net met mijn rollator. Alle diensten en voorzieningen die ik nodig heb, zoals de apotheek en tandarts, zitten onder één dak van het winkelcentrum. Nu ik ouder word, moet ik vaker een beroep doen op anderen. Nooit heb ik vergeefs om hulp hoeven vragen. Een neef heeft vorige week nog een nieuwe printer bij mij geïnstalleerd.’

‘Ik was de oudste van vijf kinderen, en nogal eigenwijs. Als mij werd gevraagd mijn jongere broertjes en zusjes te helpen met hun huiswerk, deed ik dat niet. We woonden boven een kolenboer in Amsterdam-Oost. Als ik naar de lagere school liep, moest ik door het Oosterpark. Daar liepen een soort boswachters rond die erop letten of je je aan de regels hield en niet buiten de paden liep.

‘We werden behoorlijk streng opgevoed. Bepaalde dingen mochten niet, zoals dansen en naar de bioscoop. Op zondag mocht je helemáál niks, behalve twee keer naar de kerk en de verplichte wandeling met het gezin. Aan dat wandelen had ik een hekel, liever las ik een boek. Ik heb er heel wat verslonden. In de Hongerwinter moesten we helaas veel boeken wegdoen, die werden geruild voor melk en eieren.

‘Er was veel regelmaat, zoals op vaste tijden eten en elke zaterdag in bad; in een grote teil voor het kolenfornuis werden we een voor een gewassen. Ik was erg op mijn moeder gesteld. Als ik mij nu ’s ochtends sta te wassen en in de spiegel kijk, dan zie ik haar. Ze heeft nooit verder kunnen leren dan de lagere school, maar had een goed verstand.’

‘Dat was bij ons thuis niet vanzelfsprekend. Dankzij onze huisarts mocht ik na de lagere school naar de hbs. Hij zag dat ik daar geschikt voor was, en ging met mijn ouders praten. Na de derde klas ben ik van hbs-a overgestapt naar hbs-b. Ik was helemaal geen ster in exacte vakken, maar ik vond de hbs-a maar een bekakt zooitje; je hoorde erbij of je hoorde er niet bij. En ik hoorde er niet bij. Op de hbs-b was de sfeer anders en kreeg ik vrienden. Het lukte mij met zevens en hoger mijn diploma te halen.

‘Vooral de padvinderij heeft mij gevormd. Ik ging er vanaf mijn 11de naartoe. Ik leerde er een manier van leven: trouw zijn, omzien naar elkaar, je doelen hoog stellen. Dat kreeg ik met de paplepel ingegoten van onze leidster Annie van Leeuwen. Zij was een en al toewijding.’

‘In mijn trouw in contacten met buren, familie en vrienden – en in mijn bezigheden. Ik ben bijna veertig jaar lid geweest van de padvinderij, totdat ik in 1961 zelfstandig ging wonen. Ook in de dagelijkse arbeid was ik trouw – 43 jaar heb ik bij de Sociale Verzekeringsbank gewerkt, die eerst Rijksverzekeringsbank heette. Ik heb altijd, op een keer na, op de PvdA gestemd. Ons systeem zit zo in elkaar dat partijen moeten samenwerken om het land leefbaar te houden. Groepsvorming en stabiliteit zijn daarbij belangrijk voor de besluitvorming.

‘En ik heb meer dan veertig jaar gezongen in de cantorij van de Oude Kerk in Amsterdam, waar ik nog bij hoor; elke zondag volg ik op de computer de kerkdienst. Zingen is een belangrijk onderdeel van mijn leven. Er zit altijd wel een liedje in mijn hoofd. De muziek draagt bij aan het doordringen van de tekst in je wezen. Een zin uit Lied 992 uit het Liedboek voor de Kerken geeft het beste weer hoe ik mijn levensweg zie: ‘Wat vraagt de Heer nog meer van ons dan dat wij recht doen, trouw zijn en wandelen op zijn weg.’

‘Een voorwaarde van trouw zijn, is dat je veel geeft, waardoor anderen weten op jou te kunnen rekenen, vastgehouden te worden. Als je gelooft, weet je dat daar een hogere macht achter zit, maar hier wil ik mij niet te veel over uitlaten, want ik weet niet of ik daar nog in geloof.’

‘Je bent maar een mens. Bij wat er nu allemaal in de wereld gebeurt, zoals in Gaza, poeh, dan ga je denken: waar is de sturende hand bij al die oorlogen, bij al die haat en wraak op zo veel plaatsen? Waar moet het heen? Ik heb geleerd dat het vrederijk Gods op aarde zal komen, maar ik zie er geen moer van. Ik begin mij af te vragen of de wereld dan eerst moet vergaan voordat het zover is.’

‘In 1940 haalde ik mijn hbs-diploma. De oorlog was uitgebroken, in die tijd was het niet makkelijk aan werk te komen. Shell nam geen leerling-laboranten meer aan en bij de Rijksverzekeringsbank, waar ik solliciteerde, was ook geen plek. Ik besloot een opleiding steno en typen te volgen. In december van datzelfde jaar ontsloeg de Rijksverzekeringsbank alle Joodse ambtenaren en kon ik als ponstypiste de plaats innemen van een Joods meisje. Haar naam zal ik nooit vergeten: Doortje Liefman.’

‘Heel belastend. Pas 1,5 jaar nadat ik haar baan had overgenomen, begon mij te dagen wat er met Joden gebeurde. Tot mijn grote opluchting bleek dat ze de concentratiekampen had overleefd, waardoor ik niet indirect had meegewerkt aan een tragisch einde van haar leven. Doortje Liefman kwam na afloop van de oorlog langs op kantoor en zo heb ik haar ontmoet. Ze maakte een bescheiden indruk. Voor zover ik mij kan herinneren, heeft ze niet geprobeerd weer bij de bank in dienst te komen.’

‘Ik ben rechten gaan studeren en veel gaan reizen. Een jaar na mijn pensioen in 1983, maakte ik mijn eerste reis buiten Europa, een groepsreis naar Kenia. Daarna zei mijn goede vriend Jan Huij dat hij bij een volgende verre reis graag mee wilde. Jan was lange tijd mijn chef bij de Sociale Verzekeringsbank (SVB). We konden het goed met elkaar vinden. Met hem heb ik na Kenia nog veel reizen gemaakt: door China, de Verenigde Staten, Zuid- en Midden-Amerika, IJsland, Kreta. Toen we een reis door Italië maakten, ging zijn vrouw mee.’

‘Dat accepteerde zij. Ze wist dat Jan en ik een bijzondere band hadden, ook voor haar was die van betekenis. Ze kwamen geregeld samen bij mij op bezoek. Jan had mij als chef bij de SVB opgeleid voor het internationale werk. We reisden toen al veel samen naar het buitenland, voor overleggen en conferenties. Uiteindelijk kreeg ik een leidinggevende positie, ik werd de contactpersoon van de Sociale Verzekeringsbank met andere verzekeringsorganen, het ministerie van Sociale Zaken en Volksgezondheid en buitenlandse verzekeringsorganisaties. Mijn taak was het uitwisselen van gegevens om te toetsen of iemand die door omstandigheden arbeidsongeschikt was geworden, recht had op een uitkering. Door dit werk ben ik altijd gedwongen geweest de zaken overzichtelijk en systematisch te benaderen.

‘Als Jan en ik na mijn pensioen samen op vakantie waren, vingen de buren zijn vrouw op. Nadat zij in 1989 was overleden, werd onze band steeds hechter en waren we veel samen. In 1998 zijn we getrouwd, ik was toen 76 jaar. Jans zoons accepteerden dat volledig. Mijn man heeft nog meegemaakt dat ik in 2002 afstudeerde als meester in de rechten, maar bij de uitreiking van mijn bul kon hij niet meer aanwezig zijn, kort daarvoor stierf hij. Met die studie heb ik niet veel meer gedaan, behalve bekenden adviseren in juridische kwesties.’

‘Ik ben vroeger weleens verloofd geweest, maar ben heel blij dat dat huwelijk niet doorging. Hij was niet de ware, en anders was ik ontslagen op mijn werk. Een getrouwde vrouw mocht als ambtenaar niet werken in die tijd. Zo’n bestaan zonder baan en eigen inkomen is mij gelukkig bespaard gebleven. Ik zie mijn leven als rijk en gezegend, nog steeds.’

geboren: 9 oktober 1923 in Amsterdam

woont: zelfstandig, in Zaandam

beroep: van ponstypiste tot leidinggevende

familie: een zus, twee broers, neven en nichten

weduwe: sinds 2002

Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.

Voor snelle wijzigingen en bezorging

U bent niet ingelogd

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2024 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden

Source: Volkskrant

Previous

Next