‘De vraag is niet óf we gaan’, zegt Jacqueline Aschkenasy voorafgaand aan de jaarlijkse Holocaustherdenking – ‘we móeten gaan. Als wij niet het voorbeeld geven, neemt het anti-Joodse sentiment nog meer toe.’
De 84-jarige Aschkenasy neemt plaats in het vak voor mensen die slecht ter been zijn, zondag in het Wertheimpark in Amsterdam. Hier, bij Jan Wolkers’ Auschwitzmonument, gelegen onder de monumentale boom 3750, wordt voor de 79ste keer de bevrijding van het vernietigingskamp Auschwitz herdacht.
Over de auteur
Wil Thijssen is politie- en justitieverslaggever van de Volkskrant. Zij schrijft wekelijks de politieserie Die ene melding. Eerder was zij economieredacteur en reisjournalist.
‘Dialoog is de laatste tijd niet makkelijk’, valt de 84-jarige Wilma Stein bij. Samen met haar zus Mieke (82) komt Wilma al vanaf de allereerste herdenking – die sinds 1993 naar dit park verhuisde – hier jaarlijks terug, om stil te staan bij de zes miljoen Joden die de Holocaust niet overleefden. ‘De Roma en Sinti zijn ook bij deze herdenking gehaald’, benadrukken de zussen, ‘wat zou het fijn zijn als er ook vertegenwoordigers van de moslimgemeenschap zouden komen.’
Bijna elke spreker refereert vandaag aan het toenemend antisemitisme als gevolg van de oorlog in Gaza. ‘We kunnen vandaag niet om 7 oktober heen’, galmt de stem van demissionair premier Rutte vanaf het podium. ‘De dag waarop de Joodse wereldgemeenschap voor de zoveelste keer in de geschiedenis werd geconfronteerd met een doelbewuste, geregisseerde moordpartij – met gijzeling, verkrachting en verminking als de meest smerige wapens om angst en terreur te zaaien. Met kort daarna een golf van anti-Joodse reacties die er, ook in ons land, toe leidden dat scholen en synagogen beveiligd moeten worden. Weer openlijk antisemitisme. Wéér die dreiging.’
Een Palestijns tegengeluid zal hier vandaag niet te horen zijn; zodra alle deelnemers aan de traditionele stille tocht vanaf het Amsterdams stadhuis naar deze plek zijn gekomen, vormt zich in de straten rondom rond het park een groot cordon politiemensen die de herdenking veilig, en potentiële demonstranten op afstand moeten houden.
‘Hier sta ik weer’, zegt voorzitter Jacques Grishaver van het Nederlands Auschwitz Comité, die ‘al ruim een kwart eeuw’ op deze herdenking het woord voert. ‘Destijds had ik de hoop, misschien de ijdele hoop, dat antisemitisme zou afnemen, dat educatie mensen dichter bij elkaar zou brengen. Maar zie waar we nu staan: alles waarop ik hoopte, is jammerlijk mislukt.’
Grishaver voegt aan zijn uitgeschreven toespraak toe dat hij deze zondagochtend met afgrijzen heeft vernomen dat de Hogeschool Utrecht een lezingenreeks over de Holocaust tot nader order heeft geschrapt, omdat de veiligheid van sprekers, studenten, docenten en bezoekers niet kan worden gewaarborgd. ‘Is dit weer het begin?’, besluit de voorzitter zijn toespraak. Hij verwijst met die vraag naar de Jodenvervolging die deze koude maar zonnige zondag wordt herdacht.
Op het groene vilt waarmee twee lange rijen tafels zijn bedekt, liggen 45 kransen van betrokken instanties en ambassades uit 34 landen die straks, na de herdenking, bij het Auschwitzmonument worden gelegd. Voorafgaand aan de kranslegging zullen Joodse schoolkinderen hetzelfde doen. In het publiek zitten ze met keppeltjes, bontgekleurde mutsen, oorwarmers en een witte anjer in de hand te wachten tot een vrouw hen maant op te staan en naar het kunstwerk van gebroken spiegels te lopen om daar hun bloemen te leggen, terwijl enkele van hen voorlezen hoe hun opa of oma de Tweede Wereldoorlog heeft beleefd.
Stemmige muziek van zigeunerorkest Brandt, dat onder meer Zwarte dag vertolkt op piano, viool, cello en gitaar, wordt begeleid door het krijsen van de halsbandparkieten die in het park van boom naar boom vliegen. Maar alsof het is geregisseerd, nemen zelfs de vogels na de gebeden, net als de genodigden, een minuut stilte in acht.
Zowel Jacques Grishaver als de Amsterdamse burgemeester Halsema citeren in hun toespraak de Joods-Italiaanse schrijver Primo Lévi: ‘Ik kan niet begrijpen dat men een mens beoordeelt niet naar wat hij is, maar naar de groep waartoe hij toevallig behoort.’ De volkerenmoord op Joden, Roma en Sinti, zegt Halsema, is met niets in de geschiedenis vergelijkbaar. Ook zij herinnert aan ‘de verschrikkingen op 7 oktober’, en zegt dat ‘het antisemitisme in ons land weer oplaait’.
De burgemeester vertelt haar gehoor hoe ze enkele maanden geleden met zeventien Amsterdamse jongeren naar Auschwitz reisde en het vernietigingskamp bezocht. ‘Daar werd al onze kennis ontdaan van alle abstractie. Bergen menselijk haar, opgehoopte pannen, kluwen brillen en stapels schoenen en koffers: we stonden oog in oog met de resten van mensen die vernietigd zijn; ook na bijna tachtig jaar blijft het zoeken naar de juiste woorden. Woorden die recht doen aan het leed van de slachtoffers. Via hun allerlaatste bezittingen die in Auschwitz bewaard zijn roepen ze ons toe: Vergeet ons niet!’
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
Voor snelle wijzigingen en bezorging
U bent niet ingelogd
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2024 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden