Home

Adriaan van Dis gaat geen onderwerp uit de weg in zijn vurige essay ‘De kolonie mept terug’

Tikkend en lezend als een literaire Sisyphus, zo beschrijft Adriaan van Dis zichzelf bij het schrijven van De kolonie mept terug, de uitgebreide versie van de Rudy Kousbroeklezing die hij op 1 november 2023 gaf. De lezing is vernoemd naar de in 2010 overleden schrijver en NRC-journalist Rudy Kousbroek, die in zijn boek Het Oostindisch kampsyndroom (1992) de kolonie – waar hij zelf geboren was – ontmaskerde als één grote leugen. Van Dis’ lezing was de tiende en laatste in de reeks.

In De kolonie mept terug duikt Van Dis in de maalstroom van boeken die onthullen wat hij bitter samenvat: ‘Niks tempo doeloe en de onschuld van de koloniale herinnering.’ Steeds als hij een boek heeft gelezen stuit hij op andere, en elk nieuw boek leidt tot nieuwe inzichten, en elk nieuw inzicht brengt hem weer naar nieuwe schrijvers en filosofen die zijn blik op de kolonie opnieuw veranderen. Het duizelt hem: ‘In de twee jaar dat ik met horten en stoten aan dit betoog werkte, groeide de stapel knipsels en fotokopieën op mijn werktafel.’ In De kolonie mept terug stort hij die knipsels uit over zijn lezers.

Van Dis begint op vertrouwd terrein: het ouderlijk huis waar de verloren kolonie in alles aanwezig was. Zijn hele familie heeft in ‘Indië’ geleefd, behalve hijzelf. Hij was de buitenstaander die werd opgezadeld met de Indische geschiedenis waarvan zijn familie doordesemd was, en schreef daar romans over. Van Dis kan met ongeëvenaarde lichtheid en humor schrijven over de hebbelijkheden, de etensluchtjes en het verlangen naar de mooie kolonie die er niet meer is.

Deze keer duurt de vrolijkheid niet lang. Hoe meer hij nadenkt over de kolonie, hoe somberder en bozer hij wordt. Het lijkt Van Dis zelf te verbazen: ‘Hoeveel vloeken ik schrijvend aan deze lezing niet heb moeten doorstrepen.’

Over de auteur
Michel Maas is buitenlandredacteur van de Volkskrant. Eerder was hij oorlogsverslaggever en correspondent in Oost-Europa en in Zuidoost-Azië.

Van Dis leest Revolusi van David Van Reybrouck, De wraak van Diponegoro van Martin Bossenbroek, De brandende kampongs van Generaal Spoor van Rémy Limpach en De strijd om Bali van Anne-Lot Hoek. Walgend citeert hij uit dat laatste boek de arrogante gouverneur-generaal De Jonge, die bij zijn afscheid in 1936 opmerkte dat ‘nu wij driehonderd jaren hier hebben gearbeid, er nog wel driehonderd jaar bij moeten komen, aléér Indië misschien voor een vorm van zelfstandigheid rijp zal zijn’. ‘De lul’, schrijft Van Dis.

De band met Rudy Kousbroek is oud en hecht (Van Dis noemt hem ‘lieve Rudy’). Als een schip vol vlaggetjes, zo zit zijn exemplaar van Het Oostindisch kampsyndroom vol met plakkertjes bij de vele pagina’s en passages die Van Dis dertig jaar geleden al aan het denken zetten. ‘Als Kousbroek nu had geleefd, met de kennis van nu, zou hij nog radicaler zijn geweest’, zegt hij, maar Kousbroek is er niet meer, dus ‘nu radicaliseerde ík’. Van Dis wordt ‘meer dan wakker, zeg maar woke’, hij wordt zelfs ‘fan van Kick Out Zwarte Piet’ en lid van Bij1.

Zijn radicalisering brengt hem tot het (her)lezen van oude bekenden als Frantz Fanon en Rabindranath Tagore, maar hij gaat ook luisteren naar rapper Tupac Shakur en sleurt de lezer langs Pankaj Mishra, Abdul Halim Sharar, Fukuzawa Yukichi, Chandra Chattopadhyay, Kwame Anthony Appiah en Jamal al-Din al-Afghani, schrijvers en denkers van wie menigeen in Nederland – inclusief hijzelf, geeft hij nederig toe – de namen vaak niet eens kende.

Al dekoloniserend schuwt Van Dis geen enkel onderwerp meer. Alles hangt immers met alles samen: de Holocaust, rellen in Frankrijk, het jonge continent Afrika, de migratie, islam, Gaza en het ‘verkleurend Europa’. Hij haalt Hannah Ahrendt aan die beweert dat de Holocaust ‘geworteld is in de koloniale ervaring’, en de Algerijns-Franse schrijfster Houria Bouteldja die betoogt dat het ‘witte Europa’ de Joden heeft ‘geofferd aan de gaskamer’, en nu uit ‘schuldgevoel’ Israël carte blanche geeft tegen de Palestijnen.

‘En nu moet ik oppassen dat wat volgt niet uit zijn verband wordt gerukt.’ Van Dis voelt dat hij zich op glad ijs begeeft, maar hij gooit alles toch op tafel, met een: ‘Laat het maar even op u inwerken. Ik weet ook niet wat ik ervan moet denken.’ Hij eindigt met een ongemakkelijke goede raad: ‘Erger je – heel gezond: ergernis is hét middel tegen dementie. Zo houd je de geest lenig’, en besluit zijn betoog met: ‘Lees Kousbroek.’
Daaraan mag worden toegevoegd: ‘Lees Van Dis.’

Adriaan van Dis: De kolonie mept terug. Atlas Contact; 96 pagina’s; € 12,99.

Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.

Voor snelle wijzigingen en bezorging

U bent niet ingelogd

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2024 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden

Source: Volkskrant

Previous

Next