Home

Niets zo verbindend als de hoge benzineprijs, zeker wanneer er een schuldige is aan te wijzen

Hadden de polariserende politici elkaar toch weer gevonden: rechts en links, schouder aan schouder bij de interruptiemicrofoons in de tijdelijke Tweede Kamer, waar een wat wezenloze sfeer hangt zolang andere politici in een ander zaaltje geheimzinnig doen over de komst van een uit polarisatie geboren kabinet. Maar hier glorieerde de eenheid. Democratie gaat door de tank: niets is meer verbindend dan een hoge benzineprijs, zeker als er een schuldige is aan te wijzen buiten de politiek.

Allemaal verontwaardigd: ‘Mensen staan bijna huilend bij de pomp’, Dijk (SP, links). ‘Ik schrik er echt van’, Postma (NSC, rechts). ‘Het is geld van de Nederlander, dat moet gewoon terug’, Thijssen (GroenLinks-PvdA, links). ‘Blij dat de automobilist centraal staat’, Erkens (VVD, rechts). ‘Van de zotte’, El Abassi (Denk, links).

Dit omdat in de media was te lezen dat benzineprijzen sneller stijgen dan dalen. De ‘olies’, zoals politici de brandstofbedrijven noemen als ze boos zijn, krikken hun winsten op over de rug van de hardwerkende Nederlander. Net als de supermarkten trouwens, de elektriciteitsbedrijven, de mobieletelefoonaanbieders, de banken en de overheid zelf, maar daar ging het niet over. Het ging over benzine.

Hadden ze net een accijnsverlaging geregeld voor de mensen, bleef het bij de aandeelhouders van de olies aan de strijkstok hangen: ‘de geldhonger kent geen grenzen’ (Thijssen, die de kwestie had aangezwengeld). Ook demissionair staatssecretaris Vijlbrief kon zich voorstellen dat de prijzen ‘sticky’ waren, en wilde er wat aan doen.

Inmiddels is de adviesprijs voor gewonemensenbenzine 2,108 euro per liter. Bizar natuurlijk, zeggen ze bij de goedkoopste pomp van het land, in het dorp Oene, waar ze soms een halfuur wachten om de wagen op het piepkleine rangeerterreintje te manoeuvreren, de tank tot overstromens toe vol te gooien à 1,769 per liter, en daarna het verschil te berekenen en of dat opweegt tegen de extra afgelegde afstand. 33,9 eurocent x 40 liter = 13,56 euro. Niet mis, voor wie afhankelijk is van de auto, en dat zijn er veel.

Waarom de benzine hier zo goedkoop is, kan de garagist in Oene niet zeggen. Hij verhuurt de pomp sinds een paar maanden aan Fieten Olie en die bepaalt de prijs. Maar duidelijk is wel dat de benzinewereld ‘een bizarre handel’ is. Koop je goedkoop in en stijgen de prijzen, heb je winst. En omgekeerd. Hoe groter de hoeveelheden, hoe kleiner de marges, zo werkt het ongeveer. Inmiddels gaat er hier elke dag een tankwagen van 8.000 liter doorheen. ‘Puur stunten’ waarschijnlijk, want ik ben niet de enige die de laagste prijs op internet heeft gezien. ‘En dat blijft dan hangen bij de mensen: je moet in Oene zijn’.

Handel = psychologie. En politiek. Elders in de wereld leiden hoge benzineprijzen tot rellen en revoluties, maar ook in Nederland hebben die consequenties. Niet het afschudden van de ideologische veren, maar het ‘kwartje van Kok’ was het begin van het einde van de PvdA, de partij die ooit een autootje voor iedereen beloofde (Den Uyl) en daar later een melkkoe van maakte (kwartje van minister Kok: extra benzinebelasting, 1991, met de belofte dat terug te geven aan de mensen, maar dat gebeurde niet; sindsdien een bewijs voor politieke onbetrouwbaarheid).

Goede reden om eensgezind te zijn, in de Tweede Kamer.

Fieten Olie is een Drents familiebedrijf met inmiddels 63 tankstations. Massa is kassa: ‘Wij kopen groot in en verkopen het scherp’, zegt financieel directeur Henk Strijker. Maar er is meer, iets politieks. Fieten opereert op ‘C-locaties’, en kan daardoor zo goedkoop zijn. Plekken langs de snelweg en provinciale wegen, de ‘A-locaties’, kosten goudgeld aan huurrechten, gebruiksvergoedingen en precario: belastingen. Dat komt bij de accijns, btw en voorraadheffing. Die kosten worden doorberekend aan de klant – ‘daar verdient de overheid goed aan’, ‘het is vaak vestzak-broekzak’.

Tweederde van de benzineprijs blijft hangen aan de strijkstok van de overheid, berekende United Consumers. De olies zelf maken zo’n 9 procent marge, niet slecht. Sticky prices, bizarre handel, inderdaad. Maar dat de overheid zelf belang heeft bij hoge benzineprijzen, hoor je de eensgezinde Kamerleden zelden zeggen.

Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.

Voor snelle wijzigingen en bezorging

U bent niet ingelogd

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2024 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden

Source: Volkskrant

Previous

Next