IJskoude voeten heeft Linda. De sociaal psychiatrisch verpleegkundige heeft net twee uur in de kou en de regen, onder een afdakje, gewacht. In de hoop dat de verwarde meneer Van Dijk (gefingeerde naam) zijn deur open zou doen. Al een tijdje zijn er zorgen over deze man op leeftijd: hij heeft een thuiszorgmedewerker geslagen, slikte zijn medicatie niet en is psychotisch. Bovendien heeft hij sinds kort de gewoonte om in zijn onderbroek in de tuin te schreeuwen naar zijn buren. Toen meneer Van Dijk vandaag opnieuw roepend en halfnaakt in de regen ging zitten, was voor hen de maat vol. De Spoedeisende Psychiatrie Amsterdam (SPA) werd gebeld, met het verzoek hem per direct op te nemen.
Alleen: meneer Van Dijk gelooft dat er in zijn woning twee kostbare schatten liggen. Hij weigerde daarom Linda en haar collega-arts van de SPA binnen te laten. ‘Wij mogen de deur niet openbreken’, zegt Linda. ‘Daarom kwamen de politie, de brandweer en zelfs een hondengeleider. Meneer was niet aanspreekbaar en oogde agressief. Een hele toestand, de buren waren in rep en roer.’
Elsbeth Stoker verslaat als regioverslaggever van de Volkskrant ontwikkelingen in Amsterdam en omstreken. Eerder schreef ze veel over politie, justitie en criminaliteit. Ze maakte onder meer de podcast Grijs gebied, over een omstreden undercovermethode.
Net op het moment dat de politie de deur wilde intrappen, deed meneer Van Dijk alsnog open. ‘Gelukkig maar’, zegt Linda, ‘anders had hij naderhand de rekening van de kapotte deur gekregen van de woningcorporatie. Mijn indruk is dat hij dat niet kan betalen.’
Linda zit in de meldkamer van de SPA achter haar computer om het verslag te schrijven. Meneer Van Dijk – nu wel gekleed – zit verderop, in een afgesloten spreekkamer. Hij is in afwachting van medisch onderzoek.
Het is maandagavond, half zes. Hier, in dit kantoorpand aan de Eerste Constantijn Huygensstraat in Amsterdam, komen alle meldingen uit de regio binnen van verwarde mensen die acuut hulp nodig hebben. Van dementerende, agressieve bejaarden tot mensen met zelfmoordgedachten of toeristen die na drugsgebruik denken dat ze kunnen vliegen. Sommigen zijn geholpen met een goed gesprek, anderen moeten hun roes uitslapen, maar er zijn er ook die – al dan niet gedwongen – worden opgenomen in een psychiatrische kliniek.
Jaarlijks komen in de SPA-meldkamer zo’n 60 duizend telefoontjes binnen, gemiddeld 165 per dag. Die leiden tot de psychische beoordeling van zo’n 16 duizend mensen per jaar.
Afgelopen zomer luidden politiechef Frank Paauw en burgemeester Femke Halsema in de stadskrant Het Parool de noodklok na een reeks ernstige incidenten met verwarde personen, waarbij doden en gewonden vielen. Volgens hen ‘ontsnappen’ nog te veel mensen aan zorg. En dat baart hen zorgen: ‘Wij staan met een getrokken taser of vuurwapen tegenover de verkeerde personen. Patiënten die eigenlijk geen kwaad wilden, maar wél levensgevaarlijk zijn voor hun omgeving of voor ons’, aldus politiechef Paauw.
In 2023 rukten Amsterdamse agenten 9.627 keer uit voor een melding over iemand met onbegrepen gedrag, een stijging van 50 procent in tien jaar tijd. Die stijging is overigens niet uniek voor Amsterdam, ook in de rest van Nederland is een toename te zien. Daarbij gaat het in verreweg de meeste gevallen niet om gevaarlijke psychiatrische patiënten, maar om mensen die kortstondig en eenmalig in de war zijn door drank, drugs of emotionele nood.
‘Het is dus niet zo dat meer verwarde personen de straten onveilig maken’, benadrukt SPA-directeur en psychiater Jeroen Zoeteman. ‘Maar het is ons ook opgevallen dat er afgelopen zomer een reeks ernstige incidenten waren. We hebben navraag gedaan bij aan ons gelieerde ggz-instellingen, of deze mensen ergens in behandeling of in het vizier waren. Een groot deel van deze excessen lijkt vanuit het niets te zijn gekomen.’
Zo bedreigde in augustus een Georgische man met een mes passagiers op de pont over het IJ, in diezelfde maand stak in stadsdeel West een verwarde man twee mensen neer, van wie er één overleed. En in oktober doodde een verwarde man op straat in Amsterdam-Noord een andere man. De gemeente doet momenteel onderzoek of er signalen zijn gemist, of dat er andere obstakels zijn tussen maatschappelijke organisaties waardoor informatie niet is uitgewisseld.
Om te laten zien wat er gebeurt als er een melding binnenkomt over een ernstig verward persoon en welke dilemma’s daarbij komen kijken, mag de Volkskrant bij hoge uitzondering een avond meelopen bij de SPA. Dit is de ggz-instantie waar binnen korte tijd de een na de andere spoedmelding binnenkomt, waar het zorgpersoneel snelle, maar soms ingrijpende beslissingen moet nemen. Ook als de informatie over de persoon in kwestie incompleet is, of een coherent gesprek met de patiënt onmogelijk blijkt. ‘We hebben geen glazen bol. We proberen zo goed mogelijk een inschatting te maken, en je weet nooit hoe een besluit uitpakt’, zegt arts Willem.
Aan het meelopen zijn wel voorwaarden verbonden: omdat hun patiënten niet altijd wilsbekwaam zijn, of op zijn minst op een kwetsbaar moment in hun leven verkeren, is direct contact niet toegestaan. Bovendien mogen de besproken casussen niet herleidbaar zijn.
‘Je bent in paniek?’, zegt triagist Rob. ‘Ja, dan begrijp ik dat je belt. Ben je lang geleden gestopt met je medicatie?’ Rob zit naast Linda in de meldkamer. Aan de lijn heeft hij een verstandelijk beperkte vrouw met een paniekaanval. Bij de SPA is de vrouw niet bekend, maar hij kan wel in haar zorgdossier kijken om in te schatten hoe acuut de situatie is. ‘Probeer je rust te pakken’, zegt Rob nadat hij een minuut of vijf met haar heeft gepraat. ‘En we spreken af: als je over twee uur nog in paniek bent, bel me dan even terug. Hou je taai, vrouw’, zegt hij terwijl de naastgelegen telefoon alweer rinkelt.
Rob is een van de twee triagisten die vanavond aanwezig zijn, om telefonisch de eerste inschatting te maken. ‘We staan paraat voor de hele regio Amsterdam en omstreken, oftewel: voor meer dan een miljoen mensen.’ Hij beoordeelt of de situatie zo acuut is dat er meteen iemand heen moet, of dat bijvoorbeeld een telefonisch gesprek voldoende is. Daarnaast zijn er vanavond drie artsen, drie verpleegkundigen en één psychiater aanwezig, samen met twee cliëntbegeleiders, die zorgen voor de veiligheid. Als de triagist geoordeeld heeft dat er meteen psychische hulp nodig is, doen de arts en verpleegkundigen de eerste intake bij de patiënt thuis, of in een van de onderzoeksruimtes. Uiteindelijk is het de psychiater die beslist wat er met de patiënt gebeurt.
Als het nodig is worden de patiënten tijdelijk opgesloten in een onderzoeksruimte. Dat is een kleine kamer die doet denken aan een cel, waarin ‘hufterproof’ meubilair staat voor het geval ermee gegooid wordt. Zijn de patiënten gewond, of zitten de onderzoeksruimtes vol – en dat komt geregeld voor – dan belanden verwarde personen eerst op de Spoedeisende Hulp (SEH) van de ziekenhuizen.
‘Als ze heel agressief zijn, krijgen ze daar kalmeringsmiddelen en – soms – worden ze gefixeerd aan het bed’, zegt psychiater Eefje Suk. In ziekenhuizen zijn immers geen cellen, en bovendien veel andere patiënten. ‘Met name dat vastbinden is naar. Dus zodra er hier weer ruimte is, proberen wij die patiënten over te nemen.’
Suk zit op haar werkkamer om een verslag te schrijven over een dementerende vrouw die naar een gesloten instelling moet. Een paar uur eerder heeft ze de bejaarde bezocht in het verzorgingstehuis waar ze nu nog woont. Heel verdrietig, vertelt Suk. ‘De situatie daar is onhoudbaar.’ De verwarde vrouw ziet het personeel en medebewoners ’s nachts aan voor inbrekers. En hoewel ze fragiel oogt, kan ze echt agressief worden. ‘Maar toen ik haar net sprak, had de vrouw vooral het idee dat ze straf had gekregen en daarom weg moest uit dit verzorgingstehuis.’
Jaarlijks worden in de regio Amsterdam tientallen dementerende ouderen wegens agressief gedrag opgenomen in een gesloten zorginstelling. ‘Dat zijn treurige zaken. Meestal wonen deze mensen nog thuis. Wij beslissen dan dat ze opgenomen moeten worden, maar als je in hun huis staat, doet alles daar denken aan het leven dat ze hebben geleid. En je weet: er is een grote kans dat ze dat huis nooit meer zullen terugzien.’
Toch zijn dat volgens Suk niet de moeilijkste zaken. Dat zijn de mensen die twijfelen over zelfdoding, de grootste groep waarmee Suk en haar collega’s te maken krijgen. ‘Ik bepaal niet of iemand wel of geen zelfmoord mag plegen. Het enige wat ik kan doen, is onderzoeken of die persoon het besluit om te sterven overziet.’
Zo zal ze nooit tegen iemand zeggen dat hij niet dood mag. ‘Dat werkt vaak averechts. Soms heeft iemand de dood nog als enige oplossing, en geeft de gedachte daaraan juist houvast.’
Wat wel kan, is vragen of ze ergens mee kan helpen. ‘Dan zeg ik: ik zou het erg vinden als je voor de dood kiest, terwijl we nog iets hadden kunnen doen waardoor je misschien nog wel zou willen leven.’ Bovendien probeert Suk, als iemand twijfelt, spullen waarmee zelfdoding gepleegd kan worden, het huis uit te halen. ‘Ik heb geregeld messen, en soms touwen, meegenomen. Maar alleen met toestemming. Het liefst gooi ik zo’n touw of mes dan samen weg.’
Ook vanavond komt een dertiger, die vaak denkt aan suïcide, binnen bij de SPA. De huisarts heeft de patiënt hier naartoe gestuurd, nadat deze gisteren een strop knoopte van een elektriciteitssnoer. Zojuist heeft verpleegkundige Marga, samen met een arts, met de persoon gepraat. Nu stappen ze de kamer van psychiater Suk binnen om verslag uit te brengen. Suk – gekleed in een colbertje en op gympen – is een goedlachse verschijning, die net als haar collega’s het leed dat ze dagelijks ziet zo nu en dan probeert te relativeren met een grap.
‘Eerst kom ik even mopperen, Eef’, zegt Marga voordat ze over de suïcidale dertiger begint. ‘Kijk dit nou.’ Ze houdt een bruine scherf in haar hand, afkomstig van een bloempot.
De dag ervoor is in de wachtruimte een verwarde man door het lint gegaan. Hij gooide met planten. De potige cliëntbegeleiders moesten hem in een van de onderzoeksruimtes opsluiten. Marga heeft zelfs aangifte gedaan, wegens bedreiging.
Marga: ‘Die planten zijn van plastic en we dachten de potten ook. Maar die blijken van steen.’
‘O’, antwoordt Suk. ‘Ik dacht dat die planten juist echt waren. Ik gooide er altijd mijn oude thee bij. Maar de planten zijn dus van plastic?’
Marga, lachend: ‘Maar even serieus: dit is gevaarlijk, voor hetzelfde geld had die man gisteren zo’n scherf van een bloempot gepakt en ons ermee aangevallen.’
‘Je hebt gelijk, ik ga er melding van maken’, zegt Suk.
De patiënt die beneden in een spreekkamer wacht, is onlangs uit een afkickkliniek ontslagen, maar inmiddels weer aan de crystal meth en GHB. ‘Het is niet iemand die echt dood wil’, zegt Marga, ‘want de persoon durfde gisteren niet met de strop om de nek van de stoel te springen. Het probleem is vooral eenzaamheid.’
‘Kan de patiënt naar iemand toe?’, vraagt Suk.
Marga: ‘Een kennis, maar die woont tientallen kilometers verderop. De persoon zegt geen geld te hebben voor de reis. Het is een illegaal werkende sekswerker, die net zei: dan bel ik een klant om geld te verdienen, en kan ik daarna naar die vriend.’
Dat lijkt Marga geen goede oplossing. De patiënt heeft een ernstige soa en slikt al een tijdje geen medicatie.
‘Laten we nog eens met de patiënt praten’, zegt Suk. Het liefst zou deze persoon opgenomen willen worden, vertelt Marga. Maar, zegt Suk, dat ‘is echt niet altijd de oplossing. Je moet nooit iemand voor de zekerheid opnemen. Er zijn ook mensen die slechter worden van zo’n opname, en er is geen garantie dat het in de kliniek wel goed gaat, ook daar komt zelfdoding voor.’
Wel of niet opnemen? Die vraag kan tot lastige discussies leiden. Met de patiënt, maar ook met diens naasten. Iemand kan alleen gedwongen worden opgenomen als hij een gevaar vormt voor zichzelf of zijn omgeving. Daarnaast kan iemand vrijwillig worden opgenomen, maar alleen als de psychiater oordeelt dat een opname zinvol is én als er voldoende bedden in de ggz-klinieken zijn. Bedden voor een acute crisis zijn er altijd wel, maar bedden voor de minder urgente gevallen zijn schaars.
‘We maken hier soms heftige dingen mee’, zegt arts Willem. Zo moest hij onlangs heel wat verwijten van boze familieleden ‘van zich af laten glijden’ omdat hij hun volwassen zoon niet wilde laten opnemen. ‘Ik begreep dat ze boos waren.’
De zoon, afkomstig uit Zuid-Europa, had tot voor kort een goede baan. Maar hij raakte aan lager wal, is inmiddels verslaafd en dakloos. ‘Heel treurig. Zijn vader was uit het buitenland overgekomen om zijn zoon te zoeken in parken en bij bruggen. Uiteindelijk had hij hem gevonden en bracht hij hem hier. Maar wij hadden geen grond om hem vast te houden, de jongen wilde niet geholpen worden en vormde geen gevaar.’
Dat betekent dat de artsen, verpleegkundigen en psychiaters van de SPA in zulke gevallen ‘de boeman’ zijn.
Inmiddels heeft psychiater Suk samen met haar twee collega’s gepraat met de suïcidale dertiger. Een opname is niet nodig, is de conclusie. Bovendien is de kennis gebeld, deze is bereid een Uber te betalen zodat de persoon naar hem kan. Suk: ‘Morgen nemen we contact op met de afkickkliniek, de behandelaars daar kunnen dan de zorg voor deze patiënt weer overnemen.’
Het is inmiddels rond tien uur in de avond, en Suk heeft haar verslag over de dementerende vrouw nog steeds niet af. Telkens loopt er iemand haar kamer binnen om te overleggen.
Ditmaal is het verpleegkundige Monique. Ze is zojuist naar het hoofdbureau van de politie geweest, omdat daar iemand in de cel zit die mogelijk verward is.
Want naast de spoedeisende eerste hulp van ziekenhuizen en de SPA belanden mensen met onbegrepen gedrag ook vaak bij de politie. En dat leidt soms tot frustratie en discussie. Sommige agenten vinden dat ze te veel tijd kwijt zijn aan meldingen over geflipte drugstoeristen of psychiatrische patiënten. Het is tijd die ze liever aan iets anders zouden besteden. Het gevolg is dat het soms schuurt tussen de politie en de ggz. Dan zegt de politie: wij zijn niet van de zorg. En de ggz zegt op haar beurt: wij zijn niet van de veiligheid.
Zo leidden ook de uitspraken van politiechef Paauw en burgemeester Halsema van afgelopen zomer, over dat nog te veel psychiatrische patiënten ‘ontsnappen’ aan zorg, bij de SPA tot gefronste wenkbrauwen. ‘Want onze vakgebieden zijn onlosmakelijk aan elkaar verbonden’, zegt SPA-directeur Jeroen Zoeteman, die een intensievere samenwerking bepleit. ‘We kunnen veel dingen niet voorkomen. Maar als je optimaal gebruik wilt maken van signalen, dan moeten we ervoor zorgen dat de zorg, de politie, de GGD, de gemeente en misschien ook wel de woningbouwvereniging heel snel met elkaar kunnen schakelen.’
Zo wil Zoeteman graag één meldpunt voor meldingen over ‘verward en onveilig gedrag’, zodat er sneller een juiste inschatting kan worden gemaakt op basis van de informatie die bij verschillende instanties over iemand bekend is, en er beter ingeschat kan worden of het een zaak van de politie is, van de gzz, van beiden, of misschien van een andere instantie. ‘Nu heb je bijvoorbeeld een meldpunt Veilig Thuis, het meldpunt Verwarde personen, de Crisisdienst van de ggz, een Vangnetteam. Sommige zorgorganisaties hebben ook nog eens een eigen crisisnummer en daarnaast is er natuurlijk nog 112.’
Het zijn discussies die ook in andere regio’s spelen, zegt Bauke Koekkoek. Hij is als lector ‘onbegrepen gedrag, zorg en samenleving’ verbonden aan de Politieacademie en de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen. ‘Het is voor sommige agenten lastig te bevatten dat als personen in behandeling zijn bij de ggz, ze meestal niet achter slot en grendel zitten en nog steeds een veiligheidsrisico kunnen vormen. Agenten verwachten bovendien soms te veel van de crisisdienst. Vaak denken ze: we bellen de psychiatrische crisisdienst en dan komt het goed. Maar in veel gevallen kan de crisisdienst deze lastige situaties ook niet meteen rechtbreien.’
Volgens Koekkoek, die zelf ook crisisdienstverpleegkundige is, is de samenwerking tussen de politie en de ggz afgelopen decennium wel verbeterd. ‘Maar je ziet nog steeds dat de discussie over wat wiens taak nou precies is, soms verhardt.’
Een eenvoudige oplossing voor dit probleem is er niet. Al zijn er afgelopen jaren wel verschillende vormen van samenwerking geprobeerd. Zo zat er in Arnhem op de politiemeldkamer een tijdje een triagist van de ggz. Deze beoordeelde de meldingen over personen met onbegrepen gedrag, en had toegang tot de zorgdossiers. ‘Op die manier kon beter een inschatting worden gemaakt of het écht nodig was om een politiewagen te sturen, of meteen iemand van de ggz of een andere dienst’, zegt Koekkoek. En hoewel het project een succes was, ging het ter ziele toen de meldkamers van Apeldoorn en Arnhem werden samengevoegd. ‘Het werd te complex, en er waren bovendien al personeelsproblemen.’
En in Twente rijdt sinds enkele jaren voor het project ‘straat-triage’ een ggz-verpleegkundige mee in de politiewagen. Doel is om de politie tijd te besparen, en de patiënt sneller de juiste zorg te geven. ‘Daar werkt het goed, hoor ik’, zegt Koekkoek. ‘Maar ze hebben het ook in andere regio’s geprobeerd, en daar zat de ggz-verpleegkundige duimen te draaien.’ Er is dus geen gouden formule, wil hij maar zeggen, één die overal werkt. ‘Je moet goed kijken naar de specifieke kenmerken van de regio.’
In haar kantoor kijkt psychiater Suk inmiddels met verbaasde blik naar haar collega Monique. Want, vertelt deze verpleegkundige: ‘Toen ik op het politiebureau kwam, trof ik helemaal geen verwarde man. De meneer was gewoon boos.’
Suk haalt haar schouders op. ‘Ik bel de officier van justitie. Boze heren kunnen gewoon bij de politie blijven’, zegt Suk. Suks ervaringen met individuele agenten ‘zijn overigens vaak goed’. Zo was ze onlangs blij dat tijdens een huisbezoek aan een psychiatrisch patiënt ook agenten aanwezig waren. De politie was gebeld door verontruste buren, wegens het harde gegil. ‘Ik stapte toen met een geruster hart die woning binnen. Ik ben niet opgeleid voor geweldsituaties, en wil ook graag heelhuids thuis komen.’
Dat de meneer op het politiebureau niet verward is, maar gewoon boos, komt bovendien goed uit. Want beneden zijn de onderzoeksruimtes van de SPA inmiddels nagenoeg vol: meneer Van Dijk zit er nog, er zit een vijftiger met het verstand van een 3-jarige die agressief is geweest, en de zorgambulance is nog onderweg met een dakloze man die stemmen zegt te horen. Daarnaast is er net een man van middelbare leeftijd binnengebracht, die heeft ‘staan schreeuwen en dreigen’ in zijn begeleidwonenvoorziening.
Deze man, die kampt met schizofrenie, eist een opname, terwijl hij een week eerder uit een kliniek ontslagen is. Naar eigen zeggen hoort hij stemmen. ‘Hij zegt dat er ‘kanker-Marokkaan’ tegen hem geschreeuwd wordt’, legt een arts uit die net met hem probeerde te praten. Alleen: het gesprek verliep niet vlot. ‘Hij is moeilijk te verstaan, alsof zijn kunstgebit niet goed zit.’
De arts wil samen met psychiater Suk nog een keer met de man praten. Ze gaan naar de onderzoeksruimte, een cliëntbegeleider gaat mee. Vlak bij de open deur blijven ze staan. Voor het geval dat.
De man vindt zichzelf niet agressief. ‘Maar ik voelde spanning toen we binnen waren’, zegt Suk even later. Uit zijn dossier blijkt dat de man trouw zijn medicatie neemt – een cocktail van antipsychotica en kalmeringsmiddelen. Maar er staat ook dat hij jaren geleden in een tbs-kliniek zat, nadat hij in een waan een willekeurige vrouw had neergestoken. Zulke incidenten hebben zich nadien niet meer voorgedaan, al denkt de man soms wel dat ‘er een geest in hem woont’. ‘Maar er staat ook dat zijn vaste ggz-behandelaar hem vandaag nog heeft gezien, en dat er toen nog niets bijzonders aan de hand was’, zegt Suk.
De psychiater twijfelt: is er direct gevaar? Eigenlijk, zegt ze, ‘heb ik te weinig informatie voor een goed besluit. Ik kan hem moeilijk verstaan. Het enige wat hij zegt, is: neem me op, en als je me niet opneemt, moet je een taxi voor me bellen.’ Op dit tijdstip – het is inmiddels elf uur ’s avonds – is niet meer te achterhalen waarmee de man precies heeft gedreigd in zijn begeleidwoneninstelling. Suk kijkt bedenkelijk. ‘Ik denk dat een time-outopname het beste is.’ Vannacht gaat de man naar een crisisbed in een kliniek, en morgen wordt er overlegd met zijn vaste behandelaar.
Ondertussen zit meneer Van Dijk nog altijd in de spreekkamer. Ook hij wordt zo naar een crisisbed gebracht. Zijn agressieve bui van eerder die dag lijkt vergeten. In een grote fauteuil, gemaakt van hufterproof materiaal, kijkt hij rustig naar de tv die beschermd wordt door een laag extra dik plastic. ‘Moet je nagaan’, zegt Suk, ‘een paar uur geleden stond er nog een heel politieteam en een hondengeleider paraat om zijn deur in te trappen. En net vroeg hij mij heel bescheiden of hij misschien wat warms kon eten. Maar hij zei: een bekertje Cup-a-Soup is ook goed, hoor.’
Op zulke momenten is Suk tevreden. ‘Dan denk ik: fijn. Hij is misschien tegen zijn zin in hier gekomen, maar hij verzet zich niet meer. Dat betekent dat wij kunnen starten met de behandeling.’
De naam van Marga is gefingeerd, in verband met de aangifte tegen de agressieve patiënt die met planten gooide.
Praten over gedachten aan zelfdoding kan bij 113 Zelfmoordpreventie. Bel 0800-0113 of 113 voor een gesprek. U kunt ook chatten op www.113.nl
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
Voor snelle wijzigingen en bezorging
U bent niet ingelogd
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2024 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden