Hoe hoort het en wat spreken we af? In deze onregelmatig verschijnende serie doen verschillende auteurs een voorzet voor nieuwe etiquetteregels op veelal onontgonnen terreinen. Deze keer geeft filosoof Lena Bril twaalf suggesties voor een praatje, oftewel smalltalk. ‘Klagen smeedt een band, maar zeur wel met humor en met mate.’
Je loopt door de winkelstraat, werpt een blik door de ruit van een nagelsalon en aanschouwt het volgende tafereel: een meisje, jaar of 17, haar handen rustend in die van de schoonheidsspecialist. Zwijgend staart ze naar haar glanzende, Barbieroze nagels. Tussen haar blonde krullen zie je ze in haar oren zitten, die verdomde witte bolletjes. De beschaving is op z’n retour, denk je hoofdschuddend. Waar is de tijd gebleven van de beleefde gesprekken bij de kapper of de bakker, de tijd van de koetjes en kalfjes?
Je bent niet de enige met gedachten over de teloorgang van normen en waarden. Het is zelfs een wetmatigheid, ontdekten Harvard-onderzoekers afgelopen jaar: elke generatie denkt dat er sprake is van morele achteruitgang. Nog opmerkelijker: het begin van deze fatsoensval situeren mensen steevast in het eigen geboortejaar. De wereld wordt niet daadwerkelijk immoreler, concludeerden dezelfde onderzoekers – het is een kwestie van perceptie. En toch, ook als je rationeel wéét dat van sociale achteruitgang geen sprake is, kun je je niet onttrekken aan het gevoel dat daar, in die nagelsalon, de scheuren in de maatschappij ontstaan.
Toegegeven: zelf ben je ook geen groot fan van smalltalk. Maar dat unheimliche gevoel over de scène in de nagelsalon bevat een belangrijke kern van waarheid. Smalltalk, zou je kunnen stellen, is het tegengif voor polarisatie in de samenleving. In de ‘wat een weer hè’ en ‘de natuur is wel blij met de regen’ zoeken we namelijk naar gemeenschappelijke grond, naar een gedeelde werkelijkheid, waar we samen, al is het maar een paar minuten, kunnen vertoeven. En zo – wie weet – door te glijden in een betekenisvoller gesprek, of – wie weet! – in een jarenlange vriendschap.
Dus doe je airpods uit, negeer je sociale ongemak en omarm het nietszeggende – maar o zo waardevolle – gesprek aan de oppervlakte. Om de chitchat op de borrel, bij de kapper of in de lift soepel te laten verlopen: twaalf suggesties voor succesvol gekeuvel.
De meest gehoorde klacht over smalltalk: het gaat nergens over. Die inhoudsloosheid is precies het punt. Het doel van het gesprek is elkaar met geluidsgolven voorzichtig af te tasten. Je lichaamshouding is in dit spel je belangrijkste troef.
Dit zijn volgens etiquette-expert Anne-Marie van Leggelo de fysieke spelregels:
• Zorg dat je tenen richting je gesprekspartner staan, daarmee straal je openheid uit.
• Kijk de ander aan, maar niet te lang: 3 seconden geldt als het omslagpunt van geïnteresseerd naar verontrustend.
• Bewaar de juiste afstand. Iedereen wordt ongemakkelijk van een space invader, net als van te luide praters (sta dus ook niet te ver weg). Een meter ruimte tussen jou en de ander is een aardige richtlijn.
• Kantel je hoofd. De theorie: deze houding legt de halsslagader bloot en toont daarmee kwetsbaarheid, en dus ontvankelijkheid.
• Mijd handtastelijkheden. ‘De onderarm is de enige veilige plek voor een korte aanraking’, aldus Van Leggelo.
Een groepje sociologen van de Vrije Universiteit onderzocht hoe in een Amsterdams buurthuis een bloeiende, zeer diverse, gemeenschap kon ontstaan. Wat zorgde ervoor dat deze buurtbewoners, uit alle hoeken van de wereld, betekenisvolle verbindingen met elkaar aangingen, en zo samen lokale problemen aanpakten? Smalltalk speelde een cruciale rol, vertelt een van de wetenschappers, Zsuzsa Kovács. Een van de randvoorwaarden voor geslaagde smalltalk, zag Kovács tijdens het onderzoek, is het gevoel welkom te zijn. En precies daarin blonken de vrijwilligers van het buurthuis uit: iedereen verwelkomen. ‘Dat betekent: de ander benaderen met onverdeelde aandacht en een open houding.’
Sinds haar onderzoek maakt Kovács in haar privéleven van gastvrijheid een serieuze zaak. ‘Als ik vrienden ontvang, of met een onbekende praat, probeer ik actief welkom te heten. Ik maak er een bewuste handeling van.’ Klinkt zweverig, werkt wel: probeer de verwelkoming te voelen in je lichaam. Op die manier kom je uit je hoofd (‘Heb ik wel genoeg flessen wijn?’ ‘Staat de oven aan?’) en kun je onverdeelde aandacht geven aan de ander. De Amerikaanse journalist David Brooks pleit in zijn boek De kunst van mensen kennen voor een soortgelijke houding. De vijand van zo’n welkome attitude: generalisaties en vooroordelen. Betwijfel gedachten en aannamen als ‘O, dat is er zo eentje’, en probeer degene voor je te zien voor wat hij is: een uniek individu. Mensen voelen zich door zo’n houding gezien, ontspannen makkelijker en zo maak je de weg vrij voor een diepgaander gesprek. Hét instrument voor deze open houding: de vraag (zie ook: punt 7).
Je fietst naar kantoor, en je ziet hem al staan bij het stoplicht: een collega van een andere afdeling. Houd je in of fiets je door, in de wetenschap dat je ten minste tien minuten gekeuvel tegemoet gaat? Mensen hebben de neiging het effect van contact met anderen, zeker met vreemden, te onderschatten, ontdekten onderzoekers. De meeste mensen die in de trein een praatje aanknopen met een medereiziger, rapporteerden achteraf een significante verbetering in hun gemoed. Dus ook als je écht geen zin hebt, waag je toch aan een fietstocht met koetjes en kalfjes. Wie weet verlicht het je ochtendhumeur, of leer je iets nieuws over je collega. En als het gesprek echt niet vlot, dan zeg je gewoon: ‘Leuk je te spreken. Ik trap even door, tot de volgende keer!’
Nog zo’n smalltalkergernis: altijd maar dat geklets over het weer, zo saai. Toch is het weer een geweldig begin van een gesprek, omdat – of je nu links, rechts of ‘soeverein verklaard’ bent – iedereen in de acute realiteit van regen, hittegolf of storm Henk leeft. Zo’n gespreksbegin levert zelden frictie op en is een prima opzet naar een ander onderwerp. Waak daarbij wel voor een bruggetje naar het klimaat – bij uitstek een gevoelig thema, en daarmee een bedreiging voor de poreuze verbinding. Om diezelfde reden zijn persoonlijke onderwerpen (politiek, religie, seks, ziekte) al eeuwen verboden terrein tijdens de smalltalk.
Voor wie ‘Lekker weertje, hè’ echt niet uit de strot krijgt: richt je op andere opmerkelijkheden in de omgeving. Zeg: ‘Wat zit die papierbak weer vol hè’, als je naast de buurvrouw de pakketjes plattrapt, of ‘Gezellige vibe hier’, tegen de kring op een congresborrel.
Wat smalltalkonderwerpen als het weer, de papiercontainer of de catering gemeen hebben: je kunt er zo lekker samen over miepen. Klagen, ontdekten onderzoekers, smeedt een band. Vergelijk het met de kracht van gezamenlijke ontberingen. Je zit in hetzelfde schuitje, daar heb je die gedeelde realiteit weer – en dat verbroedert. Zeur wel met humor en beheers de kunst van de dosering: niemand zit te wachten op een oeverloze klaagzang.
Ongemakkelijker dan een gesprek beginnen, is de stilte die volgt op de ijsbreker. Na anderhalve seconde zwijgen, gaan de meeste mensen al koortsachtig op zoek naar manieren om de stilte te verbreken. Ofwel met een ander gespreksonderwerp, ofwel door een einde aan het gesprek te breien. Dit is je kans om het gladde oppervlak te verlaten en samen een teen in het water te steken. Het hulpmiddel: de vraag. Kijk af bij goede interviewers, adviseren Liz Luyben en Iris Posthouwer in het boek Smalltalk survival. Stel open, doch specifieke, vragen. Blijf dus weg bij de zeer algemene: ‘Hoe gaat het’, waarop het antwoord zelden authentiek of uitnodigend is. Vraag eerder: ‘Hoe was je dag tot nu toe?’. Of kijk af bij de meester in ijsbrekers, schrijver David Sedaris, en stel een hyperspecifieke vraag. Bijvoorbeeld een van Sedaris’ favorieten: ‘Wanneer heb je voor het laatst een aap gezien?’ of ‘Ken je veel mensen die in een rolstoel zitten?’ Interessante gespreksstof gegarandeerd. Pas wel op voor de Pickwickvraag: die gezapige gespreksstarters op theezakjes, zoals ‘Waar heb je het meeste spijt van?’ en ‘Wat was jouw laatste geluksmomentje?’ Zo’n vraag voelt al snel te intiem.
Als je het echt even niet meer weet, vraag ouders dan naar hun kinderen. Gespreksstof gegarandeerd, en bonuspunten als je de volgende ontmoeting kunt terugkomen op de leerproblemen van de jongste. Maar gooi deze troefkaart enkel in de strijd als je zeker weet dat je een ouder tegenover je hebt. Bij twijfel: bewaar het onderwerp ‘kinderen’ voor een verder stadium van het gesprek. De vraag of iemand kinderen heeft of wil, is nogal persoonlijk en niet iedereen heeft zin om met elke vage bekende een onvervulde kinderwens of gekozen kindvrij bestaan te bespreken.
Niemand houdt van slechtnieuwsgesprekken. De ontvanger voelt de bui al hangen. De boodschapper ziet de teleurstelling al in diens ogen, wordt overvallen door schuldgevoel of gewetensvragen, en grijpt uit paniek naar de enige tactiek voorhanden om het gevreesde moment uit te stellen: koetjes en kalfjes. Opeens is de baas bijzonder betrokken bij het functioneren van het koffieapparaat en de vakantieplannen van de, inmiddels, panikerende werknemer. Ook een vervelende conversatie gedijt bij enige opwarming, maar bespaar de ander eindeloos gekeuvel en houd de smalltalk kort.
Borrelen, zeker met oud-bekenden of vreemden, kan al snel voelen alsof je door een levende tijdlijn scrollt. Iedereen werkt de grote levensgebeurtenissen af: de sabbatical vorig jaar, de nieuwe baan, het tweede kleinkind. Zo’n hoogtepuntengesprek is zelden gezellig, en voor vrijwel alle partijen een bron van stress. Allereerst behoort smalltalk, net als een normaal gesprek, een uitwisseling te zijn en geen presentatie. Wees dus niet te lang aan het woord en vermijd opsommingen. Ten tweede zijn we geneigd om de subtekst bij deze mijlpalen te verzwijgen. De sabbatical was een burn-out, de nieuwe baan voelt nu vooral overweldigend en de kleinkinderen snoepen alle vrije tijd op. Deze vorm van onauthenticiteit heeft de neiging als een muur tussen de gespreksdeelnemers in te komen staan, die elke vorm van betekenisvol contact blokkeert. Houd de update daarom kort, en grijp elke stilte (na twee seconden mag je van onderwerp veranderen) aan om over te gaan naar punt 7.
De andere kant van de medaille, een overdaad aan authenticiteit, staat eveneens een aangenaam vervolggesprek in de weg. Het delen van intieme details – het lange ziektebed van je moeder, de worsteling met medicatie, de extase na de ochtendseks met je nieuwe vlam – draagt het risico in zich de ander in het harnas te jagen. Zie jezelf als een masseur. Voordat je met je handen begint aan het echte werk – de stijve schouders, de knoop vlak boven de kont – warm je eerst je vingers op en tast je voorzichtig af. Pas als jullie lichaamstemperatuur ongeveer hetzelfde is (‘Niet te koud?’) kun je beginnen over hoe het écht met je gaat.
Vervelende eigenschap van de menselijke psyche: het einde bepaalt het begin. Een gesprek kan nog zo bevlogen zijn, als de afloop stroef verloopt (de ander voelt dat je een smoes oplepelt), zal de afdronk zuur zijn. Liz Luyben en Iris Posthouwer hameren daarom in hun Smalltalk survival op de kunst van de elegante exit. Smalltalk, beargumenteren de auteurs, wordt sowieso minder intimiderend als je weet hoe je het gesprek soepel afkapt. De volgende tactieken van Luyben en Posthouwer komen daarbij van pas:
• Zorg dat de ander zich gehoord voelt. Onderzoek toont aan dat als je niet luistert, de ander dat opmerkt, zich zal herhalen – en je langer vastzit in het gesprek.
• Blijf in contact. Als je weg wilt, of je ongemakkelijk voelt, merkt de ander dat. Benoem je onrust. ‘Ik zit op hete kolen’, of ‘Ik ben er niet helemaal bij met mijn hoofd.’
• Neem de regie. Wil je het gesprek verlaten, wacht dan niet tot het gekeuvel uitdooft. Sluit zelf af, zonder onnodige verhullingen of omslachtigheden. Pas daarom op met woorden als ‘maar’, ‘echt’ en ‘wel.’ Dit zijn de zogeheten smoestussenvoegsels. Iedereen hoort het verschil tussen ‘Sorry, ik vind het superjammer, maar ik moet écht weg, anders mis ik de trein’, en ‘Ik moet de trein halen.’
• Maak de punt aan het einde van je zin hoorbaar. Als je je uitsmijter eindigt met een komma, of erger, een vraagteken, nodig je de ander uit om verder te praten. De truc: laat je intonatie aan het einde van de zin naar beneden gaan.
• Sluit eventueel af met een uitroepteken: ‘Veel plezier nog!’ of ‘Leuk je te spreken!’
Lena Bril (1992) studeerde filosofie en specialiseerde zich in ethiek. Sindsdien werkt ze als communicatiestrateeg en journalist. Voor dit artikel maakte ze gebruik van de boeken Smalltalk survival (2019) van Liz Luyben en Iris Posthouwer, De kunst van het mensen kennen (2023) van David Brooks en Better Small Talk (2020) van Patrick King. Ze interviewde socioloog Zsuzsa Kovács over haar onderzoek naar smalltalk in de diverse wijk, en etiquette-expert Anne-Marie van Leggelo. Verder raadpleegde ze de prominentste Nederlandstalige etiquetteboeken: Hoe hoort het eigenlijk (1938) van Amy Groskamp-ten Have, Moderne etiquette (2020) en Het Grote Etiquette Boek (2010) van Beatrijs Ritsema.
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
Voor snelle wijzigingen en bezorging
U bent niet ingelogd
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2024 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden