Home

Onzekerheid troef bij de VVD, de voormalige machtsmachine

Achter de schermen zeiden VVD’ers het al jaren tegen elkaar: het moment komt eraan dat we niet meer de grootste zijn, ooit komt de onvermijdelijke klap, geen partij blijft eeuwig verkiezingen winnen, we moeten voorbereid zijn.

Toen het zover was, stond de VVD alsnog te duizelen op de benen. De ooit zo gedisciplineerde machtsmachine van Mark Rutte, die in 2012 nog beloofde ‘het partijtje’ van Wilders tot de laatste zetel af te breken, werd bij de verkiezingen op 22 november met tien zetels verlies geknipt en geschoren. En besloot om niet stil te zitten.

Alles is sindsdien voorbijgekomen. Een partijleider die zegt dat de VVD geen zitting neemt in een rechts kabinet en alleen wil gedogen, kopstukken als Halbe Zijlstra en Hans Hoogervorst die betogen dat de VVD wél moet meeregeren met de PVV, een petitie tégen regeren met de VVD, de Eerste Kamerfractie die de door de partijleider afgeschreven Spreidingswet aan een meerderheid helpt, partijprominent Fred Teeven die beweert dat de partijleider daarmee ‘voor de bus’ is gegooid en dat alles vergezeld door de steeds treuriger peilingen van Maurice de Hond.

De VVD weet zich er in elk geval van verzekerd dat alle ogen zaterdag zijn gericht op het partijcongres in Noordwijk. Komt er meer bloed op de blazers? Als het aan de partijtop ligt niet. Het congres moet eerder het signaal afgeven dat het interne gekrakeel achter de rug is.

Die boodschap is al aangekomen bij interne critici, blijkt bijvoorbeeld als er contact wordt gezocht met het VVD-raadslid Erik Verweij. Hij haalde het nieuws met een petitie die de VVD-top opriep om vooral niet in zee te gaan met de PVV. Nu laat hij weten dat die petitie ‘een interne brief’ was en nooit naar buiten had mogen komen. ‘Ik heb met mijn fractie afgesproken hier verder niet meer over te praten.’

Ook van Paul Slettenhaar, de wethouder uit Castricum en voorman van de groep Klassiek Liberaal binnen de VVD, valt in Noordwijk geen vuurwerk te verwachten. Hij sprak zich meteen na de verkiezingen nog vierkant uit vóór deelname aan een rechts kabinet, maar nu houdt hij zich meer op de vlakte. ‘We zijn heel blij met onze lijsttrekker Dilan. De inzet van de formatie is een onderhandelingsresultaat dat de asielinstroom flink beperkt. Dilan voert die onderhandelingen en wij steunen haar. We gaan nu niet allerlei moties indienen.’

Andere kopstukken die zich recentelijk roerden, willen inmiddels ook liever ‘een rondje overslaan’ en in de Tweede Kamer volgen VVD’ers al het voorbeeld van Dilan Yesilgöz, die volhoudt dat er weinig aan de hand is. Een probleem? Welk probleem? Dat VVD’ers nu associaties oproepen met het in mootjes gehakte Monty Python-personage dat volhoudt ‘alleen een schrammetje’ te hebben, nemen de liberalen op de koop toe.

Verkiezingszeges verdoven in de politiek alle pijnen, maar nu die anesthesie bij de VVD is uitgewerkt, komen oude kwalen boven. Niet alleen de wrijving tussen de liberale en conservatieve vleugel, maar ook de van oudsher niet al te zachtzinnige omgang met partijleiders die niet winnen, zoals ook voormannen als Joris Voorhoeve, Hans Dijkstal, Gerrit Zalm en Jozias van Aartsen ooit ervoeren.

Yesilgöz kan achter de schermen ook op weinig mededogen rekenen. Al haar keuzes tot dusver worden bezien vanuit het perspectief van de verkiezingsuitslag van 22 november: tien zetels verlies.

Haar breuk met de Rutte-doctrine – geen samenwerking met Geert Wilders zolang hij zijn minder-Marokkanen-uitspraak niet terugneemt – zal haar nog lang worden nagedragen. Het was een onnodige zet, menen progressieve VVD’ers. Kiezers waren eraan gewend dat je voor echte oplossingen niet bij Wilders moest zijn, omdat niemand met hem wil samenwerken en hij altijd aan de zijlijn blijft. Dankzij de nieuwe VVD-leider kwam er voor de PVV alsnog een tweede akte.

Rechtse VVD’ers verdedigen Yesilgözs beslissing. Kiezers snakken naar een oplossing voor de immigratieproblemen, redeneren zij. Linkse partijen saboteren dat, dus moet de deur naar rechts open. Er was geen andere keuze.

Dat de PVV de grootste zou worden, was door geen van beide kampen voorzien. Dat heeft ook het zelfbeeld van de VVD aangetast. De partij leek tijdens campagnes altijd gevoel te hebben voor de juiste thema’s en sloeg daar dan vaak zonder scrupules munt uit. Ooit greep een strateeg, gevraagd naar het succes van de VVD als campagnemachine, met twee handen naar zijn buik. Boodschap: allemaal instinct.

Dat instinct heeft nu gefaald. Binnen de VVD werd er vanuit gegaan dat de PVV geen echte electorale concurrent meer was. Mensen die zich aangetrokken voelen door Wilders, zouden inmiddels al vertrokken zijn. De rest van de VVD-achterban leek solide - veel meer dan bij andere partijen. Er was zelfs hoop dat PVV-kiezers zouden terugkeren, omdat Yesilgöz liet zien dat het haar ernst was met het inperken van de asielinstroom.

Na de nederlaag presenteerde de VVD zich als een machtspartij met fantoompijnen. Yesilgöz probeerde behandeling van de spreidingswet in de Eerste Kamer tegen te houden, maar vestigde daarmee alleen maar meer aandacht op de interne verdeeldheid binnen haar partij.

Kort na de verkiezingen liet Yesilgöz ook meteen weten alleen te willen gedogen. De VVD zou geen zitting nemen in een rechts kabinet van PVV, NSC en BBB. Het leek een tactisch slimme zet – de VVD was Pieter Omtzigt, die ook liever alleen wil gedogen, te snel af – maar zelfs op een keurig platform als LinkedIn waren de reacties furieus. De VVD wil blijkbaar alleen in een rechts kabinet als het zelf de lakens mag uitdelen, zo luidde de kritiek. Binnen de partij kwamen voor- en tegenstanders tegenover elkaar te staan.

De partij probeert nu alsnog de oudste les uit het ‘Handboek voor partijen in nood’ in praktijk te brengen: wie geschoren wordt, moet stilzitten. Maar op de achtergrond blijft de verdeeldheid sudderen. Een deel van de partij wil zich weer meer op het eigen liberale gedachtegoed oriënteren. Kiezers moeten vaker worden tegengesproken over zaken als Europa en asiel, een enkeling heeft het zelfs over ‘het opvoeden van kiezers, hoe vervelend dat ook klinkt’. Dat de VVD niet meer de grootste is, kan ook bevrijdend werken: niet alles hoeft meer in het teken te staan van het verdedigen van die positie.

Een groter deel van de partij lijkt juist gehoor te willen geven aan de schreeuw van de rechtse kiezer, die een kabinet met de PVV wil. Voor een deel heeft de VVD dat geluid al geïnternaliseerd, merkt de meer liberale vleugel. Mensen die een paar jaar geleden nog niks wilden weten van Wilders, staan nu bijna achteloos open voor samenwerking. Op partijbijeenkomsten zijn er genoeg VVD’ers die net als de PVV pleiten voor ‘nul asielmigratie’.

Yesilgöz moet proberen beide flanken te overtuigen en de formatie is daarbij haar eerste vuurproef. Niemand zal nu roepen om haar vertrek, maar Yesilgöz kan ook niet rekenen op onvoorwaardelijke steun. Keer op keer valt binnen de VVD dezelfde zin te horen: Mark Rutte had ook tijd nodig om te groeien als partijleider.

Het is een hart onder de riem, maar wel met een licht dreigende ondertoon: wat Yesilgöz tot dusver heeft laten zien, was niet genoeg.

Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.

Voor snelle wijzigingen en bezorging

U bent niet ingelogd

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2024 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden

Source: Volkskrant

Previous

Next