Op het eerste gezicht lijkt Whitney Siegel, protagonist van ongemaksserie The Curse, helemaal geen personage om te verafschuwen. Hooguit is ze een wat clichématig uithangbord van de moderne havermelkelite, daar ze met haar man Asher (Nathan Fielder) een (geheim) gentrificatieproject runt in een latinogemeenschap in een stadje in New Mexico. Hardop zeggen doen ze dat nooit, want Whitney en Asher hebben naar eigen zeggen écht het beste voor met die gemeenschap.
Als kijker willen we Whitney in eerste instantie best geloven op haar groene ogen. Het helpt dat Whitney wordt gespeeld door Emma Stone, de alom geliefde, grappige, getalenteerde Hollywoodster, die de kijker met haar aanwezigheid als vanzelf op het gemak stelt. Met die charmante, betoverende glimlach, die warme blik en het knisperende, haast meditatieve stemgeluid kunnen we niet anders dan met haar meeleven.
Over de auteur
Alex Mazereeuw schrijft voor de Volkskrant over film en televisie. Eens in de vijf weken is hij tv-recensent.
Maar in de loop van The Curse laat Stone dat nobele havermelkmasker van Whitney langzaam vallen. Whitney is geobsedeerd door beeldvorming en wil niets anders dan waardering en erkenning van de buitenwereld. En om die beeldvorming haar kant op te trekken, gaat Whitney over lijken. We zien het vooral in Stones ogen. Elke aflevering worden die ogen vijandiger, obsessiever, soms zelfs demonisch. Het is alsof Whitney eigenhandig de duivel naar boven brengt in Emma Stone. Van haar geruststellende aanwezigheid is aan het eind van de serie niets meer over.
In The Curse zien we een Stone die we hiervoor zelden zagen: verschrikkelijk, verwerpelijk en soms zelfs monsterlijk. Het is de meest onbevreesde en gewaagde rol die ze tot nu toe speelde.
Voor Stone is 2024 sowieso het jaar waarin ze definitief lijkt te breken met het veilige Hollywoodkorset, daar ze vooral opvalt met twee projecten die zich laten samenvatten in het woord ‘lef’. Naast haar rol in The Curse speelt Stone ook een glansrol in het met elf Oscarnominaties (waaronder één voor Stone) bekroonde Poor Things: een Frankensteinachtige ‘coming-of-seks-komedie’, waarin ze Bella Baxter speelt, een tot leven gewekte dode vrouw, die nu het brein heeft van een baby (met dank aan een inventieve wetenschapper). Bella wordt al snel begeerd door de ganse mannelijke buitenwereld, maar moet alles in het leven eerst nog zélf ontdekken.
En ontdekken doet ze, want in Poor Things zien we opnieuw een Stone die we zelden zagen: neukend, scheldend, dansend en manipulerend, net zolang tot ze genoeg (lichamelijke) macht en bewustzijn heeft verworven om haar omgeving te domineren. Wat Whitney doet in The Curse doet Bella in Poor Things: haar schoonheid en open houding inzetten als nietsontziend wapen, om uiteindelijk precies datgene te krijgen wat ze wil. Stone laat in beide rollen steeds wat meer waanzin toe in haar blik, zonder dat ze ooit vervalt in het naïeve of groteske.
Emma Stone is op haar best in dat soort transformaties, waarin ze, vaak op zelfbewuste wijze, de draak steekt met onze verwachtingen. Ze is op haar best als ze de filmster is die je laat vergeten dat ze een filmster is. Dat doet ze als onbekende actrice die niet aan de bak komt (La La Land), als iconische tennislegende in wording (Battle of the Sexes) of als afgevaardigde van de horrorhavermelkelite (The Curse). Met als rode draad die grote, geruststellende groene ogen, die altijd ergens het midden houden tussen charmant, kwetsbaar en zelfverzekerd.
Dat laatste durft Stone steeds meer toe te laten in haar werk, ook omdat ze op het veilige middenpad niets meer te bewijzen heeft. Ze droeg klassieke Hollywood-crowdpleasers (The Help), was het emotionele hart van superheldenfilms (The Amazing Spider-Man), bewees haar komische talent in komedies als Crazy, Stupid, Love en Zombieland, en overtuigde ook op dramatisch vlak in Birdman (Oscarnominatie). In 2017 volgde de voorlopige kroon met een Oscar voor Beste Actrice voor La La Land. In datzelfde jaar was Stone ’s werelds best betaalde actrice en werd ze door tijdschrift Time uitgeroepen tot een van de honderd invloedrijkste personen ter wereld. En dat alles nog vóór haar 30ste.
Met zo’n vroege sterrenstatus had Stone waarschijnlijk tot in lengte van dagen moeiteloos elke veilige, gemiddelde Hollywoodfilm kunnen dragen, zonder ooit de randjes op te zoeken.
Maar ergens rond haar 30ste besloot Stone wat vaker de grenzen op te zoeken. Ze speelde naast Jonah Hill in de ondergewaardeerde Netflix-serie Maniac en werkte in 2018 samen met de Griekse absurdist Yorgos Lanthimos voor het zwart-komische koningsdrama The Favourite. In die veelgeprezen film zagen we voor het eerst een Emma Stone die vakkundig afrekende met het beeld van de actrice die ‘op safe’ speelt, maar juist de duisternis toelaat, als jonge rebel aan het hof die zich langzaam een weg naar boven vrijt, manipuleert en elleboogt. De ‘gok’ betaalt zich uit met een derde Oscarnominatie.
Die durf zat er al in op jonge leeftijd: op haar 14de overtuigt de in Arizona geboren Stone haar ouders middels een Powerpointpresentatie van de noodzaak om te verhuizen naar Hollywood. Op haar 16de begint ze aan haar zelfbenoemde ‘Project Hollywood’, al loopt het in de eerste auditiemaanden bepaald niet storm. Stone gaat uiteindelijk noodgedwongen aan het werk in een bakkerij die lekkernijen maakt voor honden.
‘Project Hollywood’ komt pas echt op stoom als Stone een bijrol bemachtigt in de populaire tienerkomedie Superbad (2007). Op papier is het een (vrouwen)rol van niets, maar Stone houdt zich moeiteloos staande tussen alle platte seksgrappen (en dat zijn er een hoop). Iconisch werd haar ‘What the fuuuuuck?’ op het moment dat ze een kopstoot krijgt van de haar potentiële geliefde (Jonah Hill). Stone improviseerde de scène, waarbij het helpt dat ze als kind jarenlang aan improvisatie deed in een lokaal jeugdtheater.
Drie jaar na Superbad volgt de definitieve doorbraak met een hoofdrol in Easy A, waarin ze een tiener speelt die doet alsof ze zoveel mogelijk mannelijke bedpartners heeft om populair te worden gevonden. Al snel wordt Stone gezien als dé nieuwe it-girl van Hollywood, een filmster voor wie mensen als vanzelf naar de bioscoop trekken.
Die sterrenstatus is Stone steeds meer in haar voordeel gaan gebruiken: ze werkt vaker samen met absurdistische makers als Fielder (The Curse) en Lanthimos, en treedt óók vaker op als producent (bijvoorbeeld bij Poor Things). Maar ook binnen het systeem zoekt Stone wat meer de randjes op: zelfs in een ogenschijnlijk veilig (en lucratief) Disney-uitstapje als Cruella gaat Stone (als superschurk Cruella de Vil) op zoek naar een balans tussen plezierige gekte en serieus achtergrondverhaal.
Het is zoals haar personage Mia zingt in een klassiek geworden auditiescène in La La Land: ‘Een beetje waanzin is de sleutel om ons nieuwe kleuren te geven.’
In haar spel laat Stone de laatste jaren steeds meer zien van die ‘waanzin’, waardoor we voortdurend nieuwe kleuren zien op een toch al behoorlijk rijk palet. Weinig dingen zo saai als een filmster die op safe speelt, maar na The Curse en Poor Things zal niemand nog beweren dat Stone een veilig carrièrepad bewandelt. En hoe sinister die warme, groene ogen soms ook mogen worden: we blijven kijken.
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
Voor snelle wijzigingen en bezorging
U bent niet ingelogd
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2024 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden