Home

Internationaal Gerechtshof eist dat Israël alles doet om genocide te voorkomen, maar eist geen einde aan de gevechten

Naar de uitspraak was wereldwijd met grote spanning uitgekeken, nadat Zuid-Afrika en Israël twee weken geleden hun eerste pleidooien hadden gehouden. De voorzitter van het hof, de Amerikaanse rechter Joan Donoghue, had ongeveer drie kwartier nodig om de beslissing voor te lezen, vrijdagmiddag in het Vredespaleis in Den Haag.

De op het oog belangrijkste maatregel is dat Israël moet voorkomen dat zijn leger in Gaza daden pleegt die in strijd zijn met artikel 2 van het Genocideverdrag. Dat behelst onder andere het doden van leden van de getroffen bevolkingsgroep en het toebrengen van ernstig lichamelijk of geestelijk letsel. Het moet echter gaan om handelingen gepleegd ‘met de bedoeling’ om een bevolkingsgroep ‘geheel of gedeeltelijk als zodanig te vernietigen’.

Over de auteur
Rob Vreeken is correspondent in Istanbul voor de Volkskrant. Hij schrijft over Turkije, Iran en Israël/Palestina. Voorheen werkte hij op de buitenlandredactie, waar hij zich specialiseerde in mensenrechten, Zuid-Azië en het Midden-Oosten.

Dit deel van de uitspraak is in zekere zin een open deur: Israël is sowieso gebonden aan het Genocideverdrag, en de Israëlische regering meent het verdrag niet te schenden. Het is volgens Israël immers niet de bedoeling de Palestijnse bevolking van Gaza als zodanig te vernietigen.

De grote vraag is daarom of wat Israël nu in Gaza doet een schending betekent van artikel 2. Dat is vatbaar voor interpretatie, en het is en blijft de kernvraag die de rechters te behandelen krijgen, nu ze besloten hebben de zaak op zich te nemen.

Toch pakt de beslissing van het hof niet alleen positief uit voor Israël. Nu het gerechtshof heeft besloten de zaak op te pakken, zal het land nog lange tijd, mogelijk drie of vier jaar, in Den Haag te boek staan als verdachte in een genocidezaak. Israël kan dat alleen nog voorkomen door alsnog aan te tonen dat het hof in deze geen rechtsmacht heeft. Voor het treffen van de voorlopige maatregelen hoefden de rechters alleen maar ‘op het eerste gezicht’ vast te stellen dat ze bevoegd zijn.

Tot de voorlopige maatregelen behoort verder de opdracht humanitaire steun voor de bevolking van Gaza toe te laten. Ook moet de Israëlische regering het aanzetten tot genocide voorkomen en bestraffen. Bovendien met voorkomen worden dat bewijs van mogelijke misdrijven wordt vernietigd. Binnen een maand moet Israël aan het hof rapporteren wat het heeft gedaan om uitvoering te geven aan de order van het hof.

In bloemrijke bewoordingen schetste rechter Donoghue uitvoerig de humanitaire catastrofe in de Gazastrook. Zij citeerde VN-rapporteurs, die melding van een ‘onophoudelijke beproeving’ van een bevolking die bijna in haar geheel is verdreven, naar plekken waar het ook onveilig is. ‘Velen zullen hun leven lang de littekens dragen, kinderen zijn diep getraumatiseerd. Hun lot is hartverscheurend.’

Voorkomen moet worden, zei Donoghue, dat het humanitair systeem in Gaza geheel instort en dat de toestand verder verslechtert nog voordat het hof tot een definitief oordeel is gekomen. Vandaar de voorlopige maatregelen.

De Israëlische regering staat nu voor een keuze. Zij moet besluiten of Israël gevolg zal geven aan de order van het hof. Die is juridisch bindend. Doet het dat niet, dan roept het land het verwijt over zich af het internationaal recht niet te respecteren, een verwijt dat toch al klinkt vanwege het nederzettingenbeleid in de bezette Palestijnse gebieden.

In een eerste reactie herhaalde premier Benjamin Netanyahu vrijdagmiddag dat de zaak voor het Internationaal Gerechtshof ‘schandalig’ is. Dat klonk niet bepaald nederig en meegaand. Hij voegde er echter aan toe dat het hof ‘terecht de eis van Zuid-Afrika heeft verworpen dat we ons recht op zelfverdediging opgeven’.

Het hangt er helemaal van af hoe Israël de eerste maatregel van het hof – naleven van artikel 2 van het Genocideverdrag – denkt te kunnen interpreteren en uitvoeren. Op zich zou Israël kunnen zeggen: ‘Uiteraard houden we ons aan het verdrag. Niets aan de hand.’

Dat is de benadering van Yuval Sasson, volkenrechtskundige van de Universiteit van Tel Aviv. In een eerste telefonische reactie zegt hij dat Israël ‘heel blij’ kan zijn met de uitspraak. ‘Israël hoeft niets te veranderen aan zijn gedrag. Het handelt nu al verantwoordelijk, volgens de regels van het Genocideverdrag. De rechters hebben slechts vastgesteld wat overduidelijk is: het is oorlog, en in een oorlog vallen doden.’

Gezien de intense wijze waarmee het hof de humanitaire catastrofe in Gaza schetst, en de kracht waarmee het benadrukt dat daar een eind aan moet komen, zal het voor Israël moeilijk zijn te concluderen dat het op dezelfde voet kan doorgaan met de militaire operaties in de Gazastrook.

‘Zal de uitspraak de realiteit ter plekke helpen veranderen?’, zegt Aeyal Gross, een collega van Sasson. ‘Er moet een einde komen aan de verschrikkelijke humanitaire situatie. Het hof lijkt daarop te mikken. Israël zegt dat het doet wat het kan, maar een groot deel van de wereld is het daar niet mee eens.’

Andere landen moeten nu ook hun houding bepalen. Steunen zij de uitspraak? Nederland en veel andere westerse landen wilden tot vrijdag niet bij voorbaat zeggen of zij de beslissing van het hof zouden respecteren. Gezien het compromiskarakter van de uitspraak zullen zij dat nu ongetwijfeld wel doen. Maar dan nog is de vraag hoe ze daarnaar moeten handelen. Ze zullen zich het pleidooi van de rechters ter harte moeten nemen dat er een einde komt aan de menselijke ramp in Gaza.

Volgen er strafmaatregelen als Israël de voorlopige maatregelen naast zich neerlegt? Afdwingen is niet mogelijk, tenzij door de Veiligheidsraad van de VN. Daar geniet Israël echter de bescherming van het Amerikaanse veto.

Het gerechtshof was opmerkelijk eensgezind. De meeste onderdelen werden gesteund door vijftien of zelfs zestien van de zeventien rechters. De tegenstemmers waren (meestal) de Israëlische rechter Aharon Barak en (altijd) de Oegandese rechter Julia Sebutinde. De Zuid-Afrikaanse rechter Dikgang Moseneke behoorde tot de vijftien. Barak en Moseneke waren ad hoc benoemd, omdat hun landen tegenover elkaar staan.

Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.

Voor snelle wijzigingen en bezorging

U bent niet ingelogd

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2024 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden

Source: Volkskrant

Previous

Next