Het is het grondigst voorbereide advies dat de Raad voor Cultuur ooit heeft uitgebracht, stelt voorzitter Kristel Baele (65). In Toegang tot cultuur; op weg naar een nieuw bestel in 2029 zit drie jaar werk. ‘Er hebben zo’n vierhonderd mensen uit de cultuursector aan bijgedragen. Zoiets hebben we nog nooit gedaan.’
Kernpunt van de 233 pagina’s die vrijdag zijn gepresenteerd: de ‘BIS’, de culturele basisinfrastructuur waarlangs het Rijk nu veel subsidies verdeelt, moet op de schop. De voornaamste reden is volgens Baele dat ‘cultuur niet voor iedereen even toegankelijk is’. Makers en instellingen buiten de Randstad krijgen veel minder rijksgeld, ook qua inwonertal gezien, waardoor het aanbod daar onevenredig schraal is. ‘Talent heeft hierdoor ook minder kans om tot bloei te komen.’
Nog een reden voor verandering is volgens de raad dat nieuwe kunstvormen nauwelijks BIS-geld krijgen. ‘Zoals hiphop. Dat komt doordat het huidige systeem gericht is op meer klassieke kunstvormen.’ Ook is al jaren de klacht dat het stelsel te bureaucratisch is. ‘De rijksoverheid verwacht dat je bij een aanvraag haar logica volgt. Daardoor is het een nogal talige kwestie. Waarom kan je niet, zoals bij crowdfunding, een filmpje opsturen? Bij kleinere subsidies zijn niet 15 pagina’s met vragen nodig.’
Over de auteur
Michiel Kruijt werkt sinds 1994 voor de Volkskrant. Hij is nu verslaggever op de kunstredactie en schrijft veel over fotografie en kunstbeleid.
De BIS, opgericht in 2009, bestaat uit twee delen. Het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) subsidieert ruim honderd instellingen en festivals rechtstreeks, van het Concertgebouworkest in Amsterdam tot het Friese theatergezelschap Tryater. Hieraan wordt jaarlijks zo’n 245 miljoen euro uitgegeven. Elke vier jaar kunnen instellingen en festivals een aanvraag doen. Nadat de Raad voor Cultuur (een zwaarwegend) advies heeft gegeven, beslissen de staatssecretaris van Cultuur en de Tweede Kamer wie financiële steun krijgt.
Daarnaast wordt elk jaar circa 275 miljoen verdeeld over zes rijkscultuurfondsen. Die besteden het hun toegekende geld aan een eigen aandachtsgebied. Er zijn fondsen voor cultuurparticipatie, podiumkunsten, creatieve industrie, film, letteren en beeldende kunst en erfgoed (het Mondriaan Fonds). Veel hiervan gaat naar projecten, maar ook naar instellingen en festivals.
De raad stelt voor de BIS helemaal om te gooien. Het geld dat nu jaarlijks wordt verdeeld via het ministerie en de zes rijkscultuurfondsen moet vanaf 2029 naar één instantie vloeien, een nieuw ‘Rijkscultuurfonds’. Dat bepaalt zelf waaraan subsidie wordt gegeven, zonder inmenging van de staatssecretaris of de Tweede Kamer.
Regionale instellingen, festivals en cultuurmakers kunnen een aanvraag doen bij provinciale afdelingen van dit fonds. Die krijgen via een verdeelsleutel een budget om voor vier jaar subsidie te verlenen. Hierdoor wordt het rijksgeld rechtvaardiger over het land verdeeld, temeer daar deze afdelingen het grootste deel van de subsidiëring gaan verzorgen. Instellingen en festivals met een ‘regio-overstijgende’ betekenis komen in een ‘nationale portefeuille’. Zij krijgen acht jaar financiële steun, vier jaar langer dan nu.
Baele zegt dat bewust nog niet is bepaald wie in welke categorie moet vallen. ‘Omdat het dan alleen nog maar daarover gaat.’ Ze noemt wel een voorbeeld: de Nationale Opera & Ballet in Amsterdam zou passen in de nationale portefeuille en Opera Zuid in Maastricht in de afdeling provincie Limburg. Of de tot nu toe gehanteerde aandachtsgebieden als podiumkunsten en film moeten blijven bestaan, is volgens haar een vraag voor later.
De Raad voor Cultuur dient niet langer elke vier jaar te adviseren welke instellingen subsidie moeten krijgen. Die taak komt ook bij het nieuwe Rijkscultuurfonds te liggen. ‘Wij zouden in de toekomst alleen nog maar strategische adviezen moeten geven.’
Het merendeel van de culturele instellingen is nu gevestigd in de Randstad. Vooral Amsterdam kent een grote concentratie. Dit moet zo blijven, stelt Baele, omdat een cluster van cultuur om meerdere redenen waardevol is. ‘Het is niet de insteek dat we instellingen gaan verhuizen van Amsterdam naar regio’s buiten de Randstad. Het gaat niet om een herverdeling, maar om het rechttrekken van een disbalans. Daarom stellen we voor dat er structureel 100 miljoen euro extra per jaar komt voor de provincies buiten de Randstad.’ Eenzelfde bedrag moet worden uitgetrokken om meer kunstvormen te kunnen ondersteunen. ‘Zodat hiphop, jazz en fotografie zich niet steeds hoeven in te vechten in het systeem.’
De politieke partijen die nu aan het formeren zijn, gaan mogelijk bezuinigen op cultuur. Is het niet vreemd om dan 200 miljoen per jaar extra te vragen? ‘Iedereen, ongeacht zijn of haar politieke kleur, doet aan cultuur. Iedereen geniet van muziek, van lezen, mensen spelen in de fanfare, zitten samen in theatergezelschappen. Onze taak is om advies te geven hoe je iedereen in Nederland, ook in de regio’s buiten de Randstad, een rijk cultureel leven kan bezorgen. Dat is er nu niet overal. Oplossingen kosten geld.’
In het advies staat ook een voorstel voor een andere kwestie: dat op de subsidies van gemeenten en provincies geregeld wordt bezuinigd door de lokale politiek. Het in stand houden van cultuurvoorzieningen is daar geen wettelijke taak, zodat die budgetten niet zijn beschermd. Terwijl die van groot belang zijn: gemeenten nemen 53 procent voor hun rekening van de totale overheidsuitgaven aan kunsten. Het aandeel van de provincies is 8 procent.
Baele: ‘Wij horen van cultuurwethouders en -gedeputeerden dat bij het verdelen van het beschikbare geld eerst naar de wettelijke taken wordt gekeken en dan pas naar cultuur, waardoor zij vaak aan het kortste eind trekken. Het is geen gelijkwaardige verhouding. Cultuur draagt ook bij aan een fijne leefomgeving. Daarom zouden lokale budgetten ook wettelijk moeten worden verankerd.’
Nu de Raad voor Cultuur zijn langverwachte advies heeft uitgebracht, is het de vraag hoe het verder moet. Het ligt voor de hand dat de politiek pas over een herziening van de BIS oordeelt als er een nieuw kabinet is. De raad stelt daarom voor dat het advies nu in de cultuursector wordt besproken en zo mogelijk verder wordt uitgewerkt. ‘Dan heb je dat al liggen tegen de tijd dat er een kabinet komt.’
Het Rijk geeft dit jaar 1,3 miljard euro aan cultuur uit. Dat is 0,3 procent van de totale rijksuitgaven (433,6 miljard). Via de culturele basisinfrastructuur (BIS) wordt 520 miljoen subsidie toegekend aan projecten, festivals en instellingen. Rijksmusea horen daar niet meer bij. Zij krijgen sinds een aantal jaren subsidie via de Erfgoedwet voor in totaal 260 miljoen. Dat moet volgens de Raad voor Cultuur zo blijven; alleen de BIS moet worden hervormd.
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
Voor snelle wijzigingen en bezorging
U bent niet ingelogd
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2024 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden