Het hof kan besluiten de zaak niet in behandeling te nemen, bijvoorbeeld omdat het niet ‘aannemelijk’ is dat Israël mogelijk het Genocideverdrag heeft geschonden. Dat zou een eclatant succes zijn voor Israël.
Het hof kan ook besluiten ‘voorlopige maatregelen’ te nemen, om te voorkomen dat de toestand verergert terwijl de zaak onder de rechter is. Met zo’n besluit geeft het hof tevens te kennen ‘op het eerste gezicht’ rechtsmacht (bevoegdheid) te hebben.
Israël heeft in dat geval de mogelijkheid de rechtsmacht van het hof aan te vechten. Mislukt dat, dan kan de inhoudelijke behandeling pas echt beginnen. De rechters moeten dan vaststellen of Israël het Genocideverdrag heeft geschonden. Dat wil zeggen: heeft het in Gaza genocide gepleegd of het heeft onvoldoende gedaan om een mogelijke genocide te voorkomen? Zo’n procedure kan wel drie of vier jaar duren.
Zuid-Afrika heeft negen voorlopige maatregelen geëist. De meest vergaande is dat Israël alle gevechtshandelingen in Gaza opschort. Ook moet Israël, zo is de eis, toestaan dat de inwoners van Gaza worden voorzien van voedsel, water en medicijnen. Mensen uit hun huis zetten is uit den boze.
Over de auteur
Rob Vreeken is correspondent in Istanbul voor de Volkskrant. Hij schrijft over Turkije, Iran en Israël/Palestina. Voorheen werkte hij op de buitenlandredactie, waar hij zich specialiseerde in mensenrechten, Zuid-Azië en het Midden-Oosten.
Het is mogelijk dat het hof slechts een deel van de maatregelen gerechtvaardigd acht. Met name een order om alle gevechtshandelingen te staken zou voor de rechters een brug te ver kunnen zijn. Ze zouden Israël bijvoorbeeld wel kunnen manen om meer hulp voor de Gazanen toe te staan, onderzoeksmissies tot de Gazastrook toe te laten of maatregelen te nemen tegen het oproepen tot genocide. Ook kan het hof van Israël eisen dat het zich aan het oorlogsrecht houdt – wat op zich een open deur is.
Hoewel uitspraken van het Internationaal Gerechtshof bindend zijn, wordt algemeen verwacht dat Israël een algeheel gevechtsverbod naast zich zal neerleggen. In zo’n geval roept Israël (opnieuw) het verwijt over zich af het internationaal recht niet te respecteren. Met een minder vergaand pakket aan maatregelen kan het mogelijk wél uit de voeten. Zo voorkomt Israël gezichtsverlies. Wat blijft, is natuurlijk het gezichtsverlies dat ontstaat als Israël nog jarenlang verdacht is van genocide, wat de afloop van de rechtszaak ook moge zijn.
Nee. Het feit dat Israël mogelijk het oorlogsrecht heeft geschonden, bijvoorbeeld door onnodig burgerdoden te veroorzaken, is feitelijk niet relevant in deze zaak, hoe vreemd dat ook mag klinken. De lat ligt bij deze zaak veel hoger: die heeft betrekking op genocide, de misdaad aller misdaden.
Is er geen sprake van genocide, dan is het nog steeds mogelijk dat Israël het oorlogsrecht heeft geschonden. Het Internationaal Gerechtshof is echter niet bevoegd daarover te oordelen. Het (eveneens in Den Haag gevestigde) Internationaal Strafhof doet wel onderzoek naar in Gaza en op de Westelijke Jordaanoever gepleegde misdrijven. Daarbij gaat het om individuele daders. Naast Israëliërs heeft hoofdaanklager Karim Khan ook leden van Hamas als mogelijke daders in het vizier.
Volgens sommigen is dit inderdaad het geval. Zo schrijft de jurist Peter Berkowitz, voormalig topambtenaar van het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken, onder de kop ‘Het Internationaal Gerechtshof staat terecht’ op de website Real Clear Politics: ‘Als het er niet in slaagt de grove beschuldigingen van Zuid-Afrika te verwerpen, zou het Internationaal Gerechtshof de legitimiteit moeten verliezen die het bezit, tenminste onder mannen en vrouwen over de hele wereld die de feiten respecteren, de rechtsstaat en de rechten van natiestaten om zichzelf te verdedigen tegen barbaarse agressie.’
Onder degenen die de Zuid-Afrikaanse eis steunen, lijkt vertrouwen te bestaan in een voor Zuid-Afrika gunstige uitspraak. Of dat terecht is, zal vrijdagmiddag om 1 uur blijken.
De Nederlandse regering houdt zich op de vlakte. De Canadese premier Justin Trudeau heeft gezegd dat de Canadese regering zich zal neerleggen bij elk besluit van het Internationaal Gerechtshof, welke beslissing dat ook zal zijn. Ook de Belgische regering heeft iets dergelijks gezegd. Inderdaad zijn staten, ook als ze niet direct partij zijn, volkenrechtelijk verplicht beslissingen van het hof te respecteren.
Nederland wil zich echter niet vastleggen. Een motie daarover van Kati Piri (GL-PvdA) is vorige week door de regering ontraden en door de Tweede Kamer afgewezen. Minister van Buitenlandse Zaken Hanke Bruins-Slot zei de uitspraak van het hof eerst te willen bestuderen. Zij wilde zich niet bij voorbaat binden aan het oordeel van de rechters. Het feit dat Nederland gastland is van een hof dat zetelt in ‘de hoofdstad van het internationaal recht’ is in deze ‘niet relevant’, zo zegt een woordvoerster van het ministerie.
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
Voor snelle wijzigingen en bezorging
U bent niet ingelogd
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2024 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden