Terwijl ik met mijn gezin door nachtelijk Groningen liep – we waren er voor een nachtje, en we waren nog laat op – zag ik ineens een snackbar die me bekend voorkwam. Hij heette Hoek.
Ik hou van snackbars met een korte naam. Zelf woon ik vlakbij snackbar “Hallo”, inclusief dubbele aanhalingstekens. Een snackbar met een korte naam is goed, maar een snackbar met een korte naam en dubbele aanhalingstekens is nog beter. In dit geval wordt het allemaal nog intrigerender door het ontbreken van het uitroepteken dat je achter Hallo verwacht. Het is een snackbarnaam als een bloedeloze groet in mineurstemming. ‘Voor echt iets lekkers’ staat er voor de zekerheid onder de “Hallo”.
Ik zag dus snackbar Hoek, op de hoek van de Grote Markt, en er ging een lichtje branden in mijn hoofd. Vroeger kwam ik weleens in nachtelijk Groningen, omdat mijn broer en mijn beste vriend er allebei studeerden. Ik had alle tijd van de wereld en een ov-jaarkaart waarmee ik overal gratis naartoe mocht reizen. Ik besefte van beide niet wat een gigantische luxe dat was, maar af en toe gebruikte ik mijn oeverloze tijd en mijn ov-jaarkaart wel, en dan ging ik dus naar Groningen.
We gingen dan vaak uit in de Blauwe Engel, een kelder waar je kon dansen en copieuze hoeveelheden tweedehands rook kon inademen. Het stond er ook echt blauw. Na het dansen verplaatste iedereen zich naar Hoek, de snackbar op de hoek, en dan haalde je iets uit de muur. Ineens wist ik het: dat was altijd een eierbal.
‘Hier zijn eierballen!’ riep ik tegen het voltallige gezin, en voor we het wisten hadden we er een heleboel uit de muur gehaald. Het viel me op dat alle andere mensen dat ook deden; niemand sloeg acht op de hamburgers of de kaassoufflés. Iedereen nam een eierbal.
Ooit ontdekte ik in Nijmegen het fenomeen kaasgehakt bij Café de Plak, en dat klinkt erg vies, maar het is ontzettend lekker. Het is namelijk een gefrituurde bal kaas. De eierbal is net zoiets: een ei met een laagje ragout en vaak ook kerrie eromheen, met daaromheen de gefrituurde korst die een bitterbal ook heeft.
‘Er zit geen vlees in!’ riep ik uitgelaten op de winderige hoek.
Thuis na-googelend bleek dat overigens misschien niet te kloppen. Er zit weleens vlees door de ragout. Maar toen hadden we alles al op.
Eigenlijk komt het hierop neer: alles is lekker als je het frituurt. Maar het is nog lekkerder als je het maar op een paar plekken ter wereld kunt krijgen.
Source: Volkskrant