Als een mens kinderen krijgt, komt een levend, functionerend wezen uit het lichaam van de moeder. Maar weinig diersoorten krijgen op die manier kinderen. Veel meer soorten leggen eieren, zoals ook de meeste slakken.
Maar de ruwe alikruik, een slakkensoort die overal ter wereld in de branding leeft, legt geen eieren. In plaats daarvan blijven de embryo's, omhuld door een eitje, in het lichaam van de moeder. Daar blijven ze niet. Zodra de baby's oud genoeg zijn, kruipen ze zelf uit het eitje en uit hun moeder.
Moederslakken kunnen wel een paar honderd embryo's in hun slijmklier meedragen. Deze klier vormt een soort baarmoeder. De embryo's zijn niet allemaal even oud. Sommige zijn al klaar voor het 'echte' leven, terwijl andere nog maar net bestaan.
Toch worden ook veel te jonge embryo's geboren. Dat komt doordat de moederslak wel kán persen. Dat doet ze een aantal keer per dag. Alleen de babyslakken die volgroeid zijn, overleven het.
De slakkensoort doet dit waarschijnlijk pas de laatste 100.000 jaar. Voor evolutiebegrippen is dat kort. Uit onderzoek van de Universiteit van Sheffield blijkt dat zo'n vijftig mutaties in het DNA verantwoordelijk zijn voor deze ontwikkeling.
Source: Nu.nl algemeen