In Port Talbot in Wales, waar het Britse filiaal van Tata ligt, gaat een frisse wind waaien. Noodgedwongen. Want de hoogovens van het staalconcern, waar met behulp van vieze cokes uit erts ruwe ijzer wordt gewonnen, zullen daar worden opgedoekt.
Daarvoor in de plaats komen zogenoemde elektro- of schrootovens, die staal maken uit gerecycled materiaal zoals sloopcabs, verroeste lichtpalen of overbodig geworden rode brievenbussen, telefooncellen en dubbeldekkers. Dat is niet alleen een flinke opsteker voor de kringloopeconomie, het betekent ook dat de uitstoot van allerlei vervuilende stoffen, zoals zwaveldioxide, stopt.
Maar in plaats van dat in de stad met 37 duizend inwoners de vlag uitgaat, worden er tranen vergoten. Het kost niet alleen 2.500 banen, maar het betekent ook dat de fabriek geen hoogwaardig staal meer zal maken, dat nodig is voor bijvoorbeeld de glanzende, gladde bovenkant van de motorkap van een auto. Dat vereist gemakkelijk vervormbaar en schoon, dieptrekbaar staal dat met erts moet worden geproduceerd. Tata in Port Talbot kan alleen nog staal leveren voor de onderkant van de motorkap, waar onregelmatigheden uit zicht blijven.
In schroot zitten nu eenmaal andere elementen, zoals nikkel of mangaan, die beletten dat een piekfijn oppervlak kan worden gecreëerd dat ook nog vervormbaar is tot flinterdun verpakkingsmateriaal of een gladde motorkap.
Het moet de Britten pijn doen dat in het Nederlandse filiaal van Tata in IJmuiden het hoogwaardige staal nog wel wordt gemaakt en in Port Talbot het laagwaardige. Het is een nieuw dieptepunt in de ontmanteling van de Britse industrie. ‘Groot-Brittannië is straks het enige G20-land dat geen hoogovens meer heeft en met erts geen staal kan maken’, klaagde The Guardian, toch een krant die het milieu hoog in het vaandel heeft staan. Groot-Brittannië heeft geen Bénédicte Ficq, noch een actiegroep Frisse Wind die er wat blij mee zijn. In de kranten komen alleen de vakbonden aan het woord die ‘het een groot schandaal’ vinden, helemaal omdat de regering een investeringsbijdrage van 500 miljoen pond aan Tata had toegezegd. The Daily Telegraph kopte: ‘Port Talbot is overgeleverd aan de boze God van de nul-emissie’. ‘De mensen hadden goede banen. Nu heeft de gemeenschap niets meer. Hoe vermoord je een stad’, aldus het artikel.
De Britse premier Rishi Sunak wrong zich afgelopen weekeinde in alle bochten om zijn bijdrage van 500 miljoen pond aan die sanering toch te verdedigen. ‘De walserijen worden wel behouden’, zo zei hij. Maar de werknemers, de vakbonden, de oppositie in het Lagerhuis en ook de mensen in de omgeving hadden er geen goed woord voor over. Die eisen een bedrijf dat hoogwaardig staal kan maken voor die bovenkant van de motorkap.
In IJmuiden mogen ze voorlopig nog wel de hoogovens gebruiken. Volgende maand zal hoogoven 6 na een renovatie eindelijk weer in gebruik worden genomen. Groen is het staal daar nog niet. Maar wel hoogwaardig genoeg voor een glanzende motorkap.
Voor een frisse wind kunnen de bewoners van de IJmond in Port Talbot terecht.
Over de auteur
Peter de Waard is journalist en columnist van de Volkskrant, gespecialiseerd in financieel-economische onderwerpen. Onlangs verscheen van zijn hand Het geheim van Beursplein 5, over de Amsterdamse beurs. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit.