Eerst was de winkel er nog niet, nu wel. In een smal straatje in het centrum, tussen de koffiebranders, de patatbakkers en een handelaar in goedkoop ondergoed, was een nering geperst die alles verkocht wat je nodig hebt om te overleven in een crisissituatie, ‘of je daar nu gepland of ongepland in terechtkomt’.
Het fenomeen ‘preppen’ kende ik vooral uit ellenlange reportages over geschifte internetmiljardairs die, in een psychotische draaikolk van doodsangst, verveling en een onbestemd schuldgevoel over de eigen rijkdom, in Nieuw-Zeeland ondergrondse bunkers lieten ontwerpen, met voldoende blikvoer en hoogwaardig entertainment om burgeropstanden, klimaatrampen en nucleaire conflicten een beetje comfortabel te kunnen uitzingen. De enige keer dat ik er direct mee in aanraking was gekomen, had een buurjongen een boomhut volgeladen met petflessen water en lang houdbare ontbijtkoek. Terwijl hij zijn voorraden liet zien, puilden zijn ogen uit hun kassen: hier sprak iemand die niet kon wachten tot het grote overleven zou gaan beginnen.
Over de auteur
Frank Heinen is schrijver en columnist voor de Volkskrant. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Nu, zo’n 25 jaar na die boomhut, passeerde ik die overleefwinkel en dacht voor het eerst níét: wat zijn mensen soms toch raar. Betekende dat dat ik nu zelf ook raar begon te worden? Ging mijn fantasie met me op de loop, of mijn realiteitszin?
Wie het nieuws volgt, ziet soms nauwelijks nog het onderscheid tussen mee- en doordraaien. Her en der verschijnen de laatste tijd weer berichten over de kans op oorlog in West-Europa; in Rusland schijnt er onophoudelijk over gefantaseerd te worden en hoge legerofficieren en hoogleraren conflictstudies en andere specialisten zingen in canon het lied over onze gebrekkige paraatheid. Omdat we ons geen andere situatie dan vrede kunnen voorstellen, is voorbereiding op iets anders dan vrede een hele klus.
Nieuwsuur sprak dinsdagavond met een Nederlandse soldaat, inclusief camouflagestrepen op het gezicht. Hij was er klaar voor. Ook dat soort reportages herinner ik me uit andere tijden; het is niet voor het eerst dat een hoge generaal wijst op een instabiele wereldorde, en dat je je dus moet voorbereiden op het onverwachte. Nooit was mijn verbeelding krachtig genoeg om die woorden werkelijk te verstaan. Ander voorbeeld: ik luisterde naar een podcast van deze krant waarin het ging over de meer dan een miljoen Duitsers die dit weekend de straat op gingen tegen de radicaal-rechtse AfD. Prominente AfD’ers bezochten een geheime bijeenkomst waar massadeportaties van migranten en andersdenkenden werden besproken. Dat laatste detail was me ontgaan, zodat ik even in de war was, tijdens het vouwen van de was, toen ik hoofdredacteur Pieter Klok plots tamelijk zakelijk aan correspondent Remco Andersen hoorde vragen: ‘Dat deportatieplan, worden daar ook nog details bij gegeven, hoe ze dat voor zich zien?’
Het is zelden aangenaam om je het onvoorstelbare voor te stellen. De klimaatcrisis is een crisis van de verbeelding, schreef Amitav Gosh. Je kunt je niet voorstellen wat er kan gebeuren als er te weinig gedaan wordt, maar het moet toch. Hetzelfde geldt in zekere zin voor de wereldorde. Het is niet voor niets dat de geweldige documentaireserie Niemand die het ziet (VPRO, elke maandag op NPO2) op zijn beste momenten aan fictie doet denken: een film van Pakula, een boek van Le Carré, zoiets. Tijdens het kijken wint je fantasie geleidelijk aan kracht. En dat is nodig, want alleen dan slaag je erin je te realiseren: veel van wat je verbeelding te boven gaat, kan gebeuren.
En een steeds groter deel daarvan gebeurt.
Source: Volkskrant