Een dame uit Jutrijp parkeert haar donkerblauwe stationwagen aan de rand van het centrum in Sneek. Ze moet naar de fitnessles aan het Kleinzand. Vorig jaar zette ze de auto er nog voor de deur. ‘Maar nu moet ik dat hele eind lopen, terwijl ik slecht ter been ben. Het is een drama.’
In het nieuwe jaar begon de gemeente Súdwest-Fryslân met een pilot om het centrum van Sneek autoluw te maken. Op vier plekken is een ‘knip’ gezet in de oude singel rond de binnenstad. Tussen 12.00 en 18.00 uur mag doorgaand autoverkeer niet verder. Voor mensen met een ontheffing geldt een uitzondering.
Alle woningen en bedrijven blijven bereikbaar. Maar als wethouder Michel Rietman (PvdA) de afgelopen tijd één ding heeft geleerd, dan is het wel dit: ‘Als je als openbaar bestuurder aan iemands auto komt, ligt dat uitermate gevoelig. En dan druk ik me nog subtiel uit.’
Over de auteur
Jurre van den Berg is regioverslaggever van de Volkskrant in het noorden van Nederland en verslaat ontwikkelingen in de provincies Groningen, Friesland en Drenthe.
Werkgroepen met alle denkbare betrokkenen, verkeerscirculatiemodellen en informatiebrieven in de bus bij 20 duizend huishoudens gingen aan de proef vooraf. Zelfs de VVD-fractie in de gemeenteraad lag niet dwars. ‘En toch blijft er altijd een groep die zegt: waar bemoei je je mee?’
Hoe vaak kreeg Rietman niet te horen: ‘Dit is toch geen Amsterdam?’ Maar ook het historische centrum van Sneek is met z’n smalle straten niet langer berekend op steeds meer en steeds groter verkeer, zegt de wethouder.
Want dat is de trend in autoland: breder en zwaarder. Uit onderzoek bleek recentelijk dat auto’s sinds 2001 een halve centimeter per jaar breder zijn geworden. SUV’s dijen zelfs 2 centimeter per jaar uit.
De techniek mag schoner zijn geworden, mede door die ‘autobesitas’ is de totale CO2-uitstoot van auto’s nog net zo hoog als in 2012, becijferde de Europese Rekenkamer woensdag.
In Sneek speelt het milieu op de achtergrond wel een rol om de auto te weren. Rietman: ‘Minder uitstoot en minder ronkende motoren, dat maakt het centrum aantrekkelijker. We willen de stad meer lucht geven.’
Bovenal wil de stad meer ruimte bieden aan de voetganger en de fietser, zegt de wethouder. Neem de Prins Hendrikkade, de oude doorgaande weg tussen Joure en Bolsward, waar vroeger een trambaan lag. Die kan eigenlijk maar vijfduizend auto’s per dag aan. ‘Inmiddels is het aantal verdubbeld. En die auto’s worden ook nog eens steeds breder.’
Het is te zien in het straatbeeld: de wielen van een Toyota Hilux staan buiten het parkeervak aan de singel. In de krap bemeten parkeerplaats achter de Bristol moet de bestuurder van een grote Range Rover drie keer steken om te kunnen uitstappen. Hij wil even het centrum in, vertelt hij bij de parkeermeter. ‘Maar ik werd teruggestuurd en zag deze parkeerplaats. Geen probleem.’
Voor de wethouder is de één jaar durende proef geslaagd als het autoverkeer met een kwart is teruggedrongen. ‘Bijsturen kan altijd.’ Maar het is vooral een kwestie van gewenning, meent Rietman. Ook voor Google Maps, overigens. De nieuwe regels zijn nog niet doorgedrongen tot de navigatiesystemen.
Omrijden kan prima via de rondweg. De wethouder rekende het uit: hemzelf kost het twee minuten extra reistijd. ‘Zo groot is Sneek nu ook weer niet.’ Winkels zijn bovendien juist beter bereikbaar, als het minder druk wordt. Parkeren in het centrum is het eerste halfuur gratis, op de parkeerplaatsen erbuiten kost het niks.
Maar bij thuiszorgmedewerker Petra Valk kan de proef op weinig enthousiasme rekenen. ‘Echt een fantastisch idee, die autoluwe zone’, zegt ze cynisch, voordat ze haastig in haar bescheiden Kia Picanto stapt. Ze legt uit dat ze bij een cliënt aan de andere kant van het centrum moet zijn. ‘Maar daar kan ik niet meer komen. Wij zijn hulpverleners, dit kost me een kwartier extra.’
Volgende keer pakt ze misschien toch de elektrische fiets. ‘Maar al die auto’s die moeten omrijden, dat is toch juist niet goed voor het milieu?’
Verkeersregelaar Sietze Bakker (‘Beroeps hoor, niet vrijwillig’) bewaakt met collega Sandra Verhoef de rotonde aan de Prins Hendrikkade. Sinds 1 januari is hier het devies: linksomkeert. ‘En dan krijgen wij het over ons heen.’
Opeens zijn er heel veel mensen die ‘maar een paar honderd meter verderop’ moeten zijn, zegt Bakker. Maar na de woelige beginfase (met flink wat gemopper en gescheld) lijkt gewenning op te treden. Op de weg, tenminste – online is de toon nog steeds niet mild.
Het patroon: de handen van de bestuurder gaan eerst vragend naast het hoofd, vervolgens wijst Bakker op het verbodsbord en gaat het duimpje achter het stuur omhoog: begrepen. Gaat het raampje open, dan legt Verhoef geduldig uit hoe te rijden. ‘Terug, en dan de eerste links.’ Bakker: ‘Wij zijn nog vriendelijk, maar die camera die daar hangt is onverbiddelijk: 120 euro, plus administratiekosten.’
Met de fiets aan de hand slaat de 87-jarige Taeke Remery het tafereel grijnzend gade. De auto’s rijden hier veel te hard, zegt hij. ‘Ik vind het maar gevaarlijk, op de fiets.’ Toch vindt hij het veel gedoe om niets, het nieuwe autobeleid. ‘Ze zouden beter de weg wat breder kunnen maken, en een fietspad aanleggen. Maar dat ik nu loop, is vooral omdat ik vrees dat mijn hoed anders afwaait.’
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
Voor snelle wijzigingen en bezorging
U bent niet ingelogd
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2024 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden