In zijn films laat Andrew Haigh het verleden niet rusten, integendeel: de doorwerking ervan op het heden fascineert hem. Ook in zijn nieuwste, het dromerige All of Us Strangers, waarin een zoon met zijn overleden ouders praat over zijn homoseksualiteit.
Stel, je mag terug naar je tienertijd. Je stapt in een tijdmachine, bewapend met alle ervaring, wijsheid en wellicht ook zelfverzekerdheid die je inmiddels als volwassene hebt opgedaan en loopt in het verleden plotseling je ouders tegen het lijf. Wat zou je ze vragen?
Het uitgangspunt van All of Us Strangers klinkt op het eerste gezicht als een eenvoudige therapeutische oefening, maar leidt in handen van de 50-jarige Engelse cineast Andrew Haigh (Weekend, Looking, 45 Years) tot een uniek en invoelbaar filmdrama. ‘Het is volgens mij een universele wens om zo in je verleden te duiken’, zegt Haigh, videobellend vanuit Londen. ‘De tijd verloopt lineair, maar in ons hoofd is het heel gewoon om naar het verleden of richting de toekomst te bewegen. Dat gevoel wil ik uitdrukken in mijn film.’
Over de auteur
Berend Jan Bockting schrijft sinds 2012 voor de Volkskrant over film.
In All of Us Strangers stapt veertiger Adam (Andrew Scott, vooral bekend als de Hot Priest uit de serie Fleabag) in zijn ouderlijk huis in een gedachtenwereld waar zijn ouders níét zijn overleden en waar hij voor het eerst een volwassen gesprek kan voeren over zijn homoseksualiteit. Die gesprekken leiden voorzichtig tot heling van een diep weggestopt trauma. Ondertussen leidt hij als scenarioschrijver een eenzaam bestaan in een ogenschijnlijk leeg Londens appartementencomplex, waar alleen zijn vriendelijke en verleidelijke buurman Harry (Paul Mescal) voor een sprankeling zorgt.
De vraag hoe we gevormd worden door ontmoetingen of gebeurtenissen uit het verleden loopt als een rode draad door het beknopte en fijnbesnaarde oeuvre van Haigh. In zijn doorbraakfilm Weekend (2011) sijpelt de pijn van vroeger door in de gesprekken tussen twee jongens die een spontane, tijdelijke, Before Sunrise-achtige romance beleven. En in het voor een Oscar genomineerde 45 Years (2015) brengt een relatie van een halve eeuw geleden het huwelijksjubileum van een bejaard stel in gevaar. Aan de basis van All of Us Strangers ligt de roman Strangers (1987) van de Japanse schrijver Taichi Yamada: meer dan Haighs verfilming een veredeld spookverhaal, met een heteroseksueel hoofdpersonage bovendien.
‘Het gedachtenexperiment. Tijdens het lezen vroeg ik mij af door welke momenten uit mijn verleden ik word achtervolgd. Wat zijn míjn spoken? Welke gebeurtenissen heb ik min of meer leren negeren, terwijl ze onder het oppervlak duidelijk aanwezig zijn? Ik ben inmiddels 50 en denk meer dan ooit aan vroeger, aan mijn kindertijd en tienerjaren, omdat de persoon die ik ben daar is gevormd.
‘Mijn ouders leven nog, in tegenstelling tot die van Adam in de film. Ze scheidden toen ik 9 was, dus er was wel sprake van verlies, van afscheid van een veilig, overzichtelijk thuis. Verder worden Adam en ik achtervolgd door een vergelijkbaar spook: we groeiden beiden op in de jaren tachtig, een afschuwelijke periode om te ontdekken dat je op mannen valt.’
‘Toen ik als tiener mijn geaardheid ontdekte was aids werkelijk overal: op tv, in de kranten. Wie gay was, kreeg de doodstraf, zo voelde dat. Ik ging er daarom van uit dat ik mijn hele leven alleen zou blijven. Voor jonge jongens als ik was dit een angstaanjagend, levensecht vooruitzicht. Homofobie was alom aanwezig, in de media, op het schoolplein, zelfs onder vrienden en familieleden. Kun je het je voorstellen, dat je leerde geloven dat zelfs je familie je zou verstoten? Er was zo veel pijn, trauma, zelfhaat, schaamte. Voor veel mensen van mijn generatie duurt het een heel leven om deze periode te verwerken.’
‘Ja. Zoveel mensen hebben een ingewikkelde relatie met hun ouders. Wie zou er niet eens willen tijdreizen naar belangrijke momenten van vroeger: waarom gingen jullie uit elkaar? Waarom deden jullie niet meer je best? Hielden jullie niet genoeg van me? Die laatste vraag vat trouwens de voorgaande vragen samen. Ik dacht dat mijn ouders vast bij elkaar waren gebleven als ze meer van mij hadden gehouden.
‘Je raakt in je leven ook voortdurend mensen kwijt om eenvoudigere redenen: omdat een liefdesrelatie eindigt, bijvoorbeeld, of omdat je een vriend uit het oog verliest. Al deze vormen van verlies houden me bezig. Dan denk ik: ik heb die ene vriend van vroeger eigenlijk nooit verteld hoeveel-ie voor me betekende. Onze levens zitten vol met nooit gevoerde gesprekken met mensen die ooit belangrijk voor ons waren.’
‘Ik kan daar niet aan ontsnappen. Ik studeerde geschiedenis aan de universiteit. Daar leerde ik hoe velen ervan overtuigd lijken te zijn in het heden te leven. Elke nieuwe generatie denkt dat ze alles voor het eerst uitvinden. Dat is uiteraard niet zo. Je borduurt bijna zonder uitzondering voort op iets wat eerder is gedaan. En binnen families borduur je voort op je ouders, je grootouders, overgrootouders et cetera. Veel van hun emotionele bagage heeft jou gemaakt tot wie je bent.’
‘De film móést gebaseerd zijn op een door mij diep doorvoelde werkelijkheid. Anders zou-ie te zweverig worden, vreesde ik. Het was niet de bedoeling om mijn publiek mijn ouderlijk huis te laten zien: voor hen is het een gewoon huis. Maar ik wilde wel alles op alles zetten om een zo specifiek mogelijke ervaring over te brengen, waardoor die scènes in het huis eerlijker en echter worden dan als ze in een willekeurig huis zouden zijn gefilmd. Dat werkte goed. De hele cast en crew wist wat deze plek betekende, hoe speciaal het was om hier samen te zijn. Dat zorgde voor een verhoogde concentratie die je terugziet in de film, hoop ik.’
‘Ja. Tijdens het schrijven vooral. In iets mindere mate tijdens het draaien. Maar het is dus nooit mijn intentie geweest een film over mijn leven te maken. Ik heb in eerste instantie gezocht naar een ervaring die specifiek is voor mijn generatie. Maar de film gaat ook over eenzaamheid en de wens tot een dieper contact met je ouders: die ervaringen delen we waarschijnlijk allemaal.’
Diplomatiek: ‘Ik zocht voortdurend naar visuele manieren om gevoelens te verbeelden. Toen ik het scenario herlas stelde ik mezelf steeds concrete vragen. Hoe vóélt het om alleen te zijn? Hoe voelt het om ketamine te gebruiken, in de hoop al je angsten even van je af te schudden? Hoe voelt het om iemand vast te willen houden? Om zelf geknuffeld te worden? Ik zoek voor zo’n knuffelscène bijvoorbeeld naar texturen die ik van zo dichtbij mogelijk film: de stof van een trui, om de sensatie van nabijheid over te brengen. We hebben slow motion en bewerkt licht gebruikt tijdens het filmen van de ketaminescène, om je dieper in het onderbewuste van mijn personages mee te nemen. We suggereren dat Adam en Harry de enige twee bewoners zijn in hun appartementencomplex, terwijl er in werkelijkheid misschien wel veel meer zijn, zodat hun eenzaamheid groot en alomtegenwoordig wordt.’
‘Door de wens niet steeds hetzelfde te maken. Ik zou niet durven om met een film als deze te debuteren. Het bleek bevrijdend om op deze manier te filmen. Ik hoefde niet over logica na te denken. Zolang het maar goed voelde binnen de context van de film. Ik begon ook van het risico te houden. Het idee dat je aan iets werkt dat óók vreselijk kan uitpakken, waardoor er iets op het spel staat.’
‘Het is wel wat makkelijker geworden om queerfilms te maken, maar niet zo makkelijk als we denken, vrees ik. Vooral de budgetten zijn meestal vrij beperkt. Er worden nog steeds weinig films gemaakt met een budget van 50 miljoen dollar waarin de belangrijkste personages queer zijn.’
‘Ik zie ruimte voor verbetering. Maar ik zie het ook als onvermijdelijk: je krijgt geen massafilmbudget wanneer je kleinere, onderscheidende films maakt. Zo functioneert de wereld nou eenmaal. Ik denk dan ook meteen hoe sáái ik veel van die grote, dure films vind. Ik hoef die grote massa helemaal niet te bereiken. Zolang er voldoende mensen komen kijken zodat ik mijn films kan blijven maken, dat is genoeg.’
In Petite maman (2021) van Céline Sciamma komt een 8-jarig meisje in de achtertuin van haar pas overleden oma een leeftijdsgenootje tegen dat vermoedelijk de jongere versie van haar moeder is. Andrew Haigh werkte toen al enkele jaren aan het scenario van All of Us Strangers, maar zijn film wordt desondanks veelvuldig met die van Sciamma vergeleken. Haigh: ‘Prachtige film. Ik hou van deze gelijkenissen. Het betekent dat er iets in de lucht hangt waar verschillende kunstenaars zich blijkbaar toe aangetrokken voelen. Het voelt verbindend om te zien dat er meer filmmakers zijn die je fascinaties delen.’
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
Voor snelle wijzigingen en bezorging
U bent niet ingelogd
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2024 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden