Home

Joodse kolonisten grijpen hun kans met buitenposten op de Westoever: ‘Soldaten keken lachend toe’

Sinds de aanval van Hamas vergroten Joodse kolonisten hun greep op de Westelijke Jordaanoever door buitenposten op te richten. Een Israëlische organisatie ziet een ‘ongeëvenaarde toename’ van activiteit. Palestijnen worden weggetreiterd of met geweld verjaagd.

Dus zo ziet het eruit, landjepik. Zo’n drie, vier Israëlische kolonisten laten hun kudde schapen grazen op een stuk land dat sinds jaar en dag eigendom is van de Palestijnse familie Nawaja. Leden van de familie kijken van een afstandje toe. Zo’n 150 meter zit er tussen de twee partijen, soms niet meer dan 60, wanneer de kolonisten zo vermetel zijn verder door te dringen op het te veroveren terrein.

‘Dieven! Dieven!’, roepen twee vrouwelijke leden van de familie als de gehoorsafstand klein genoeg is. ‘Klootzakken!’, is het antwoord van de kolonisten, jonge mannen van hooguit 30 jaar, kennelijk goed voorzien van testosteron. En uitdagend: ‘Kom dan! Kom hier als je durft!’

Maar nee, dat durven de Palestijnen niet. De kolonisten zijn bewapend, ze hebben M16-geweren, de Palestijnen hebben alleen hun handen. En zelfs die kunnen ze beter niet gebruiken, want bij een handgemeen tussen Palestijnen en kolonisten zal het Israëlische leger altijd de kant van de kolonisten kiezen. Militairen mogen kolonisten niet eens arresteren, dat mag alleen de politie.

Dat de verhoudingen zo liggen is al jaren genoegzaam bekend, maar sinds 7 oktober, de dag van de terroristische aanval van Hamas, staan de zaken op scherp hier op de Westelijke Jordaanoever. Joodse kolonisten, vooral die in de (ook volgens de Israëlische wet illegale) ‘buitenposten’, maken van de situatie gebruik om hun greep op het gebied te vergroten. Palestijnse dorpelingen worden getreiterd of met geweld verjaagd.

Dat begon al meteen na 7 oktober. De Volkskrant was er bij toen een week na de aanval van Hamas de bedoeïenen van het dorp Ein Rashash hun hele hebben en houwen op vrachtwagens laadden en hun toevlucht zochten in de stad Duma. Kolonisten van de naburige buitenpost hadden hen zo geïntimideerd, dat ze vreesden voor hun leven. Ein Rashash bestond niet langer.

Over de auteur
Rob Vreeken is correspondent in Istanbul voor de Volkskrant. Hij schrijft over Turkije, Iran en Israël/Palestina. Voorheen werkte hij op de buitenlandredactie, waar hij zich specialiseerde in mensenrechten, Zuid-Azië en het Midden-Oosten.

De Israëlische mensenrechtenorganisatie Vrede Nu spreekt in een recent rapport van een ‘ongeëvenaarde toename van kolonistenactiviteit op de Westoever sinds het begin van de Gaza-oorlog’. Kolonisten hebben negen nieuwe buitenposten opgericht en op z’n minst achttien wegen zijn of worden aangelegd. ‘Dit maakt inbeslagname mogelijk van uitgestrekte nieuwe gebieden langs de route van de wegen.’

Daarnaast zijn wegen afgezet en hekken geplaatst, soms kilometers lang. Dit om autoverkeer door Palestijnen onmogelijk te maken en hun dorpen van de buitenwereld af te sluiten. Nergens zag Vrede Nu dat de overheid dergelijke activiteiten had verhinderd of dat graafmachines in beslag waren genomen, ‘in tegenstelling tot het wijdverbreide fenomeen van inbeslagname van zwaar materieel wanneer Palestijnen zonder vergunning bouwen’.

Dit alles in de context van een algehele inperking van de bewegingsvrijheid van Palestijnen op de Westoever. Ook het leger heeft tal van wegen afgesloten. Duizenden Palestijnen zijn gearresteerd en eind december waren al ruim driehonderd Palestijnen omgekomen bij incidenten met leger, politie of kolonisten. De Amerikaanse president Joe Biden heeft de Israëlische regering diverse malen opgeroepen op te treden tegen het kolonistengeweld, tot nu zonder merkbaar resultaat.

Van geweld is vandaag, op de licht glooiende heuvels nabij het Palestijnse dorp Susya aan de zuidrand van de Westoever, geen sprake. Het blijft bij een soort kat-en-muisspel. De kolonisten komen tot vlak bij de Palestijnse nederzetting en laten hun schapen aan de olijfbomen van de Nawaja’s knabbelen. Tergend langzaam rijden ze langs in een witte landrover. Bij hun buitenpost, een paar gebouwtjes en schuren op de heuveltop, lopen ze heen en weer met een M16 aan de schouder. Eén gewapende kolonist rijdt paard. Soms is er ook een soldaat te zien.

Dat het verder rustig blijft, is te danken aan de aanwezigheid van Israëlische vredesactivisten. Zes van hen verblijven in de tenten van Ahmed Nawaji (38), zijn vrouw Halima en de vrolijke dochtertjes Sara (7) en Siwar (8). Twee activisten hebben er afgelopen nacht geslapen.

Onder het wakend oog van de jonge, Joodse Israëliërs houden de kolonisten zich doorgaans in. ‘Maar door het leger en de politie worden we geregeld opgepakt’, zegt Yasmin, een student uit Jeruzalem die geen achternaam wil geven. ‘Dan word je urenlang ondervraagd en krijg je een gebiedsverbod van vijftien uur.’

Haar groep kwam hier medio oktober aan, na een noodkreet van de familie Nawaja. Ahmed vertelt hoe ze op 17 oktober bezoek kregen van acht gemaskerde kolonisten. Hij werd geslagen en met de dood bedreigd. Er werden vernielingen aangericht. ‘De telefoon van mijn vrouw werd afgepakt, ze mocht niet filmen. Siwar trilde van angst, Sara kreeg een bloedneus van de spanning. Er kwamen soldaten bij, die keken lachend toe.’

De boodschap: wegwezen hier, want anders. Dat ‘anders’ is dankzij de activisten nog niet gebeurd. Met verrekijkers en camera’s met telelens staan ze aan de rand van de graasweide om de verrichtingen van de kolonisten te volgen, als generaals die het slagveld overzien. Vanochtend hebben ze de politie gebeld om melding te maken van de indringers. De agenten kwamen even kijken en dat was het.

Heisa dus in Susya, maar wat hier gebeurt is geenszins nieuw. De buitenposten dateren van na de Oslo–akkoorden van 1993, toen Israël het bouwen van nederzettingen zou bevriezen (een belofte die nooit is nagekomen, integendeel). Fanatieke zionisten besloten dan maar op eigen houtje de claim op de gehele Westoever te gaan verwezenlijken, stap voor stap. De strategie: de Israëlische vlag op een afgelegen heuveltop planten, een paar caravans neerzetten en dan geleidelijk uitbreiden.

De stoottroepen van de buitenposten zijn de Hilltop Youth, een losjes georganiseerde extremistische groep. Inspiratie kregen ze van de toenmalige minister van Defensie en latere premier Ariel Sharon, die in 1998 de jeugd opriep ‘de heuveltoppen te grijpen’. ‘Iedereen moet heuvels veroveren, het territorium uitbreiden. Alles wat we grijpen, zal in onze handen zijn. Alles wat we niet grijpen, zal in hun handen zijn.’

Dit draaiboek werd in 2005 bevestigd door een commissie, nota bene aangesteld door de regering-Sharon: de in naam ‘illegale’ buitenposten worden royaal geholpen en aangemoedigd door de Israëlische overheid. Het Sasson-rapport beschrijft hoe staatsorganen stiekem miljoenen naar buitenposten sluisden. Twee ministeries spanden daarvoor samen met de Zionistische Wereldorganisatie. Het gedogen van de buitenposten is sindsdien gewoon voortgezet, zeker onder Benjamin Netanyahu, die sinds 2009 meestal premier was.

Veel buitenposten zijn uitgegroeid tot ware nederzettingen en een flink aantal heeft die status ook verkregen. Zo wordt, op het deel van de Westoever dat niet onder Palestijns bestuur valt, de Israëlische voetafdruk groter en groter, en komen Palestijnen verder in het nauw.

Buitenpost Mitspe Yitzhar, in het noordelijk deel van de Westoever, is zo te zien al een eind op weg naar legalisering. De rafelrandachtige sfeer is er nog, maar er zijn ook grote stenen woningen, speeltuintjes, een basisschool en een houten synagoge. Vlakbij, onder aan de berghelling, ligt Huwara, de Palestijnse stad die een jaar geleden het toneel was van wat een Israëlische legercommandant een ‘pogrom door kolonisten’ noemde. Honderden van hen gingen er als een furie tekeer.

Een groot roze gebouw domineert de aanblik van Mitspe Yitzhar. Het is een jesjiva, een religieus studiecentrum. Jonge mannen in zwarte kostuums met pijpekrullen verdiepen zich zittend en staand, soms prevelend, in de heilige boeken van het jodendom.

Een van de weinigen die willen praten is de 20-jarige Mendel Lane. Hij is Amerikaan, hij woont in New York. Na 7 oktober kwam hij naar Israël. Om het land te helpen? ‘Om mijn land te helpen’, corrigeert hij met een vet Brooklynaccent. Vanaf de veranda van de jesjiva wijst hij over het dal van Huwara. ‘De Joden wonen al vierduizend jaar hier. Dit is ons heilige land.’

Is daar plaats voor Arabieren? ‘Het hangt ervan af wat ze doen. Wat moet je, als je buurman iedere ochtend met een geweer klaarstaat om je te vermoorden? Ik vind dat we nooit land moeten opgeven, op geen enkele voorwaarde.’

Wat Lane beschrijft, is exact de toestand in het 90 kilometer zuidelijker gelegen Susya, maar dan omgekeerd. Daar zijn het de Palestijnen die hun land niet willen opgeven, ook niet onder dreiging van buren met een geweer.

Het stelt de jonge Israëlische activisten voor een keuze. ‘We hebben zes Palestijnse dorpen hier in de buurt om in de gaten te houden’, zegt Yasmin. ‘Maar we hebben net genoeg mensen voor vijf dorpen. We dachten dat we hier vanavond niet zouden zijn, maar gezien de toestand overwegen we toch maar te blijven slapen. Dan moeten we een ander dorp laten schieten.’

Daniella Weiss (78) is directeur van de Nachala Settlement Movement, die jonge Israëliërs aanspoort zo veel mogelijk land in ‘Judea en Samaria’ (de Westelijke Jordaanoever) in bezit te nemen. Zij woont in de nederzetting Kedumim, waar zij van 1996 tot 2007 burgemeester was.

‘Nee, nee. Er zijn geen Joden die Arabieren aanvallen. Arabieren vallen Joden aan. Als je over botsingen hoort, is het altijd, altijd, altijd een Arabier die een Jood aanvalt, altijd. Geen enkele Jood wordt ’s ochtends wakker met het plan Arabieren te vermoorden. Het zit niet in onze aard. Aan de tafel waar u nu zit, hebben in de loop der jaren duizenden jonge mannen en vrouwen gezeten. Nooit is er gesproken over geweld. We houden ons maar met één ding bezig, het stichten van nederzettingen. Alles wat ik doe gaat om grond, ook in Gaza.’

‘Ja, maar dan ook alles. Niet alleen de nederzettingen die tot 2005 bestonden. Wij willen heel Gaza, Gaza is van ons. Dat is een grotere bedreiging voor onze tegenstanders dan een M16. We gaan bouwen in de hele Gazastrook. Dat is de gevaarlijkste bom.’

‘Ja. Maar wij doden niet. Wij willen alleen het land.’

‘Ja, naar Egypte. Of naar Turkije, of Duitsland, of Nederland. Waar de mensen wel van ze houden.’

‘Sommigen. Sommigen zullen blijven. Als ze de Joodse soevereiniteit accepteren. Als ze dingen doen tegen Joden, zal hun lot hetzelfde zijn als dat van Gaza. Wat de Arabier doet blijven, is de droom dat er ooit een Palestijnse staat komt. Maar dat zal niet gebeuren, wat Biden ook zegt. Ieder verstandig mens weet dat als we al die gemeenschappen hebben er geen Palestijnse staat kan bestaan. (Ze laat een kaart zien.) Kijk, in totaal 250 nederzettingen, met 500 duizend Joden. Dus waar wil je die Palestijnse staat hebben?’

‘Dat is kunstmatig. Ik zag net een tv-fragment uit 1977, toen vroeg men zich bij verkiezingen af of in de buitenposten wel gestemd kon worden. Tegenwoordig is dat geen punt, er zijn gewoon stemlokalen. Alle buitenposten zijn onlosmakelijk onderdeel van de staat Israël.’

‘Ja. Maar ze kan niet alles doen wat wij willen. Netanyahu luistert te veel naar de Amerikanen.’

‘Ja, we delen dezelfde ideologie. Zij doen het vanuit de overheid, wij vanuit de basis.’

‘Zeker.’

‘Klopt, daar ben ik op tegen. Wij hebben maar één rol: het stichten van gemeenschappen. Schieten is niet ons actieterrein. Wij verlossen het land door nederzettingen te vestigen. Dat doet de vijand het meest pijn. Het is een heel eenvoudige formule. Ingewikkeld en eenvoudig.’

Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.

Voor snelle wijzigingen en bezorging

U bent niet ingelogd

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2024 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden

Source: Volkskrant

Previous

Next