Recentelijk was er veel nieuws over de fysieke achtergronden van postcovid. Zo waren er onder meer berichten over spierafwijkingen na inspanning en veranderingen in het immuun- en stollingssysteem en het onderbelichte leed van kinderen.
Deze nieuwshausse leidde tot enkele uiteenlopende opiniestukken. Van iemand die haar ervaring - dat angst haar herstel had belemmerd - generaliseerde naar een hele patiëntengroep, tot een zieke rechtenstudent die (terecht) aangaf dat de berichtgeving juist dubbel voelde: deze bevindingen waren niet alleen minder nieuw en revolutionair dan werd gesuggereerd, ook stond de trage erkenning van deze patiëntengroep voor hem symbool voor een – al lang bestaande – stigmatiserende consensus.
Een consensus die wetenschappers en behandelaren stimuleert kritisch te zijn op nieuwe bevindingen, maar niet op de achterhaalde wetenschap die de basis vormt voor het huidige behandelaanbod.
Over de auteur
Tom Molmans is psychiater, postcovidpatiënt en onderzoeksconsulent/vrijwilliger bij Stichting Long Covid.
Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.
Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.
Ook op de radio ging het erover. Zo kon Jolande Sap, voorzitter van het Maatschappelijk Impact Team (MIT) bij het radioprogramma Spraakmakers nog maar eens herhalen – met het oog op de begrotingsbehandeling van het ministerie van Volksgezondheid deze week – dat zij in juni 2023 al de noodklok luidde. Zelf vertelde ik daar dat we mensen met long covid, oftewel het postcovidsyndroom, onvoldoende kunnen helpen zolang we niet stilstaan bij de schadelijke rol die geneeskunde en maatschappij gehad hebben (en nog steeds hebben) in de fysieke en psychische behandeling van postinfectieuze aandoeningen.
Wat we daar bespraken was niet nieuw. Toch gaf een patiënt aan dat die uitzending voor hem ‘het keerpunt in de omgang van de maatschappij met long covid’ markeerde. Waarom? Onder meer omdat die laatste boodschap voor patënten belangrijk is, maar zelden publiekelijk wordt verkondigd. Ze valt zwaar en heeft daarom nog tot weinig reactie van politiek, media, verzekeraars, UWV, maar vooral de medische stand geleid.
Dat was wel anders voor degenen die het erop hadden gewaagd te zeggen dat postcovid dus niet ‘tussen de oren zit’: een bekende uitdrukking die in de volksmond wordt gebruikt voor klachten met (grotendeels) een psychische oorzaak – met de implicatie dat deze klachten meevallen en de persoon in kwestie zich aanstelt. Het gevolg was tekenend voor hoe er al jaren met patiënten met postcovid – en vooral andere postinfectieuze aandoeningen – wordt omgegaan.
Het regende namelijk reacties, maar vooral reacties die over een ander thema gingen. Menig hulpverlener had zich naar sociale media gesneld om zijn of haar verontwaardiging over deze ‘stigmatiserende’ uitspraak te laten blijken. ‘Psychische klachten zitten al veel te lang in het verdomhoekje’, zo klonk het. Platitudes als ‘maar de hersenen zitten ook tussen de oren’ en stropop-redeneringen als ‘maar er is geen scheiding tussen lichaam en geest’ passeerden vlot de revue.
Als psychiater doet het me natuurlijk deugd dat collega’s de nood voelden om voor deze patiëntengroep op te komen. Tegelijkertijd vond ik het ook triest. Men ging hiermee klakkeloos voorbij aan het jarenlange gebrek aan erkenning van de groep waar het bericht juist over ging. En misschien belangrijker, dit gebeurde op een voor hen pijnlijk herkenbare wijze.
Sommige collega’s weerden de ontvangen kritiek af door – foutief – te stellen dat het allang gemeengoed is dat postcovid vooral biologisch is. Nóg ongemakkelijker was het dat men het pijnlijkste punt volledig vermeed: dat we binnen en buiten de geneeskunde mensen zieker hebben gemaakt. Laat staan dat men inzag dat eenzelfde moraliserende houding (‘Dat je klachten psychisch zijn, maakt ze toch niet minder echt of erg?’) tot schade heeft geleid, meestal onbedoeld.
Laat één ding duidelijk zijn: het is minstens zo stigmatiserend om miskend te worden door een foute diagnose (en vervolgens verantwoordelijk gehouden te worden voor je ziekte, en beschadigd te worden), als om niet erkend te worden in psychisch leed. Te meer als dit allebei speelt.
Sommigen ontsnappen aan dit pijnlijke besef door deze twee door elkaar te halen. Het is nu eenmaal fijner om voor iemand op te komen dan om je hand in eigen boezem te steken. Wat als we als geneeskundige sector en maatschappij voor deze grote groep kunnen opkomen door ons, voor de verandering, juist wél kwetsbaar op te stellen?
We kunnen daarmee beginnen door te stoppen postinfectieuze aandoeningen te verwarren met psychische of psychiatrische aandoeningen. Al zijn beide belangrijk en bestaat er – zoals in alle systeemziekten – overlap. En we kunnen dat doen door te stoppen met deze aandoeningen en de berichtgeving erover voor andere doeleinden te gebruiken, om daarmee onze eigen feilbaarheid te verbloemen. Want hoe naar ook, we dienen stil te staan bij wat er fout is gegaan en hoe dat nog steeds doorwerkt. En bij hoe helend en verbindend het kan zijn om dat te erkennen.
Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
Voor snelle wijzigingen en bezorging
U bent niet ingelogd
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2024 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden