Het mensen-doen-dit-al-sinds-mensenheugenis-argument is: zeggen dat iets prima is omdat mensen het al doen zolang ze bestaan.
Tijdens het vragenuur, bij een vraag over onlinegokken van Mirjam Bikker (CU), komt minister Franc Weerwind (D66) al snel op de proppen met het mensen-doen-dit-al-sinds-mensenheugenis-argument. ‘U en ik weten allebei dat gokken al veertigduizend jaar oud is, en dat de mens dit al zo lang doet. Toen waren het nog geitenbotjes. Nu merken we dat het om hele harde euro’s gaat’, zegt Weerwind.
Wat de kracht van deze argumentatievorm is, is zelden duidelijk; dat mensen duizenden jaren geleden iets deden, betekent niet dat we het prima moeten vinden. Ze hakten elkaar in de pan, vochten, verkrachtten, poetsten nooit hun tanden en deden vast heel onaangenaam tegen dieren; dat betekent niet dat je het nu nog steeds zou moeten doen.
Maar Chris Stoffer (SGP) slaat aan op een ander aspect van Weerwinds beweringen over de reeds gokkende oermens, en daarmee bereikt het debat over online gokken ineens een diep, bijbels niveau. Stoffer stapt naar de interruptiemicrofoon en zegt: ‘De minister zei zojuist dat er al zo’n veertigduizend jaar gegokt wordt. Ik vraag me af of dat kan, bij een wereld die pas zesduizend jaar geleden geschapen is.’ Hij gaat verder met zijn vraag, over reclame voor onlinegokken.
Aaf Brandt Corstius doet eens per week op geheel eigen wijze verslag van een debat in politiek Den Haag.
Maar onlinegokken is ineens ver weg nu het over het ontstaan van de wereld gaat. Franc Weerwind zegt dat hij ‘buiten deze zaal’ een ‘mooie discussie’ met Stoffer wil voeren over de boeken Genesis, Exodus en Leviticus. En hij voegt toe dat hij de Jellinekkliniek heeft benaderd met de vraag hoelang de mens al gokt. ‘Er wordt gesteld dat uit 40.000 voor Christus de eerste bewijzen zijn dat mensen gokten met botjes van schapen. Dat is mijn bron. Ik vertel u mijn bron.’
‘Net zei hij nog botjes van geiten’, zegt de scholier achter me op de publieke tribune. De vraag ‘Hoeveel duizend jaar bestaat de mens, hoeveel van die tijd gokt hij al, en met wiens botjes?’ behoeft duidelijk nader onderzoek.
Wie ook een fascinerende manier van argumenteren heeft, is Gijs Tuinman van BBB. Hij begint zijn vraag zo dat hij een groot pleitbezorger lijkt van onmiddellijke uitbreiding van het leger, om vervolgens plots met de paardensport op de proppen te komen, waarna hij blijkt te vinden dat het leger mag worden uitgebreid, maar vooral niet ten koste van de paardensport, omdat het leger de paardensport juist beschérmt.
Een citaat uit dit ingewikkelde labyrint: ‘Defensie is het schild dat al onze andere ambities en doelen mogelijk maakt. Tegelijkertijd is de slogan van ons leger: beschermen wat ons dierbaar is. Dat houdt ook in dat we niet als een olifant in een porseleinkast door alle dierbaarheden heen kunnen walsen, want ook de natuur is dierbaar, ook de voedselproductie is dierbaar en ook de Nederlandse paardensport is voor heel veel Nederlanders dierbaar.’ Oké.
Tuinman doelt met zijn complexe redevoering op de Peel, het gebied waar een militaire basis heropend zal worden, maar dat tot ontzetting van paardenhouders naast ‘de hippische hotspot van Nederland’ ligt.
Staatssecretaris van Defensie Christophe van der Maat (VVD) moet erop reageren. Hij is to the point, monter en spreekt snel en staccato. Zo heeft hij het over ‘Eerst nutnoodzaak’. Dat betekent dat ze bij het leger altijd eerst naar nut en noodzaak kijken, en dan pas naar, bijvoorbeeld, of er een hippische hotspot naast een te openen militaire basis ligt.
Joeri Pool (PVV) waarschuwt Van der Maat dat de boswachters nu al boos zijn over het uitbreiden van defensieterreinen. Van der Maat, cordiaal: ‘Ik heb die boswachters nog niet gesproken, maar dank voor de heads-up.’ En als Pool de vrees uitspreekt dat ‘natuurclubs’ vast rechtszaken gaan aanspannen als hij van natuurgebieden legerterreinen maakt, zegt Van der Maat: ‘De mooiste natuurterreinen zijn defensieterreinen.’ Want: ‘Er rijdt af en toe een stevige pantserhouwitser doorheen, maar voor de rest komen er niet zo heel veel mensen.’
Een heel nieuwe manier om naar een terrein vol pantserhouwitsers te kijken: het ideale stiltegebied voor vogels.
Source: Volkskrant