De hoogte van het pensioen is een lot uit de loterij, maar de kansen in al die loterijen verschillen nogal. Deze maand gaat voor vele gepensioneerden de uitkering van hun fonds omhoog. Dat mag ook wel, na de geldontwaarding in 2022 en 2023. Maar er is ook een flink deel van de gepensioneerden voor wie schraalhans keukenmeester is. Die gepensioneerden zijn door hun fonds juist op de nullijn gezet.
Dat heeft niets met resultaten te maken, want 2023 was voor iedereen een beleggingsfeest. Het hangt er maar vanaf wat het paritair samengestelde bestuur van een fonds in alle wijsheid besluit. Neem de gepensioneerden die vroeger bij het UWV hebben gewerkt. Of die van bpfBouw. Zij krijgen, net als de slapers, niets extra’s.
Reden is dat de bestuurders van het pensioenfonds van de UWV-werknemers het inflatiecijfer van oktober hanteren. Toen was de inflatie op jaarbasis 1,2 procent negatief. Zogezegd deflatie. UWV-gepensioneerden mogen blij zijn dat er niet op hun pensioen wordt gekort. Of zoals het in de officiële brief aan de gepensioneerden staat: ‘Volgens het beleid van het fonds is een negatieve verhoging niet mogelijk, daarom hebben we besloten het percentage op 0 procent te zetten.’ Aldus het fonds met 22.301 actieve deelnemers, 20.583 gewezen deelnemers (slapers) en 16.782 gepensioneerden.
Het lijkt een troost, maar dat is het niet. Het fonds van het verzekeringsconcern Achmea hanteert voor zijn gepensioneerden hetzelfde CBS-prijsindexcijfer van oktober. Maar bij dit fonds vond men het gek dat er helemaal geen verhoging zou zijn. ‘Er was wel sprake van een bijzondere situatie. Het CBS besloot vanaf het voorjaar van 2023 de methode voor het berekenen van de inflatie aan te passen. Daardoor waren de inflatiecijfers van dit jaar niet vergelijkbaar met die van een jaar eerder.‘
Het bestuur van het Achmea-fonds komt uit dezelfde achterban (VNO-NCW, FNV, CNV) als die van het UWV, maar redeneert anders. Het Achmea-fonds baseert zich dit keer op het inflatiecijfer van het CBS van de afgelopen twee jaar. En dat was 14,5 procent. Die achteruitgang wilde het fonds compenseren. Na 10,5 procent in 2022 en 3 procent in 2023, komt er 2,9 procent bij. Dit heet inhaalindexatie.
Andere fondsen zijn nog veel royaler. De gepensioneerden van het ABP krijgen er deze maand 3 procent bij, die van Metaal en Electro 3,26 procent, van Pensioenfonds Zorg en Welzijn 4,8 procent, van Metaal en Techniek 7,55 procent en die van Hoogovens zelfs 8,39 procent. Deze verhogingen zijn doorgevoerd voor actieven, gepensioneerden en slapers. Ook bij al deze fondsen zijn werkgevers en werknemers gezamenlijk verantwoordelijk. Beleidsmatig nemen deze besturen een besluit dat afwijkt van UWV en bpfBouw. Bij het UWV wordt alleen de pensioengrondslag voor de nog werkende UWV’ers met 6,5 procent verhoogd.
Gezien de huidige discussie over de verhoging van de pensioenen en de nieuwe regeling is deze willekeur een bizarre ontwikkeling. In het verleden waren de indexaties bijna altijd gelijk. Nu maken de fondsbestuurders er een potje van, alsof ze ieder hun eigen grabbelton hebben.
Over de auteur
Peter de Waard is journalist en columnist van de Volkskrant, gespecialiseerd in financieel-economische onderwerpen. Onlangs verscheen van zijn hand Het geheim van Beursplein 5, over de Amsterdamse beurs. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit.