Home

De kust raakt in de knel, door gebouwen en wegen: ‘We staan hier met de rug tegen de muur’

Een zonnige winterdag op het strand van Scheveningen. Meeuwen dansen krijsend boven het groengrijze zeewater, de bruisend witte koppen van de golven achterna. Aan de horizon liggen tussen de windmolens zo’n acht olietankers voor anker. Over het strand egaliseren graafmachines het strand voor strandtenten; de winkeltjes en horeca op de troosteloze Pier en de boulevard liggen er deze middag verlaten bij.

Je zou er een typisch Hollands strandtafereel in kunnen zien, maar Eva Lansu (27), onderzoeker kustsystemen bij het Nederlands Instituut voor Onderzoek der Zee (Nioz), ziet iets anders. ‘We staan hier met de rug tegen de muur’, zegt ze in de fikse wind die langs de boulevard giert. Wat ze bedoelt: ‘Duinen ontbreken hier geheel, het strand botst pal tegen het beton van de boulevard, een weg en huizenblokken aan.’

Een slechte zaak, vindt de onderzoeker. Hier in Scheveningen is de kustverdediging, de bescherming tegen een stijgende zeespiegel, bedroevend. ‘Enkel zandsuppletie beschermt hier de bewoners tegen hoger water. Dat redden we vast nog een tijd, maar afhankelijk van de klimaatscenario’s komt er ooit, over langere tijd, een omslagpunt waarop het zand net zo snel en daarna sneller weer wegspoelt dan dat er aangevoerd wordt.’

Over de auteur
Jean-Pierre Geelen werkt op de wetenschapsredactie van de Volkskrant als redacteur natuur en biodiversiteit. Hij schreef onder meer het boek Blinde vink – Hoe ik vogels leerde kijken.

Bij Scheveningen staan we op het dunste strookje strand van heel Nederland, weet Lansu. Het totaalbeeld van de Nederlandse kust is gevarieerd: badplaatsen als Zandvoort en Vlissingen hebben soortgelijke smalle stroken. De contrasten zijn groot: het breedste duingebied van Nederland vind je bij Schoorl, met zo’n 4,4 kilometer. Enkele kilometers daarboven ligt Petten, waar je na 300 meter vanaf de zeelijn al op een kerncentrale stuit.

Lansu kan het weten, want zij en haar team brachten wereldwijd per kilometer in kaart hoe breed of smal de zandstranden zijn. Op maar liefst 235.469 punten berekenden zij de hemelsbrede afstand van de kustlijn bij hoogwater tot de eerste verharde weg of bebouwing. Niet door al die stranden te bezoeken met meetlint in de hand, maar door eerder verzamelde gegevens van de TU Delft te combineren met de kaarten van Open Street Map. De resultaten publiceerden zij onlangs in het wetenschappelijk tijdschrift Nature Communications.

De conclusie is verontrustend: gemiddeld wordt al na 390 meter vanaf zee een gebouw of verharde weg aangetroffen. In Nederland is dit gemiddeld al na 210 meter, in Frankrijk is de ruimte met 30 meter nog veel krapper. ‘De helft van de kust daar is zelfs nog smaller, tot aan nul meter toe – bij hoogwater klotst de zee daar gewoon tegen een boulevard aan. Onvoorstelbaar’, zegt Lansu. ‘Kustbeknelling’ is de term die de onderzoekers voor het fenomeen hebben gemunt. Van alle continenten heeft Europa met een gemiddelde afstand van 130 meter de meest beknelde stranden en duinen.

Door de voorspelde stijgende zeespiegel zal de kustbeknelling wereldwijd toenemen, verwachten de onderzoekers. In een natuurlijke situatie zouden stranden en duinen bij een oprukkende zee naar het binnenland opschuiven, maar gebouwen en wegen belemmeren dat.

Is dat erg? Jazeker: wanneer er niets aan gedaan wordt, zal 23 tot 30 procent van de stranden en duinen in het jaar 2100 zijn weggespoeld of verdronken, verwachten de onderzoekers.

Voor Nederland dreigt dat gevaar wat minder snel, maar er zijn meer redenen om te hechten aan een brede kuststrook, zegt Lansu: ‘Strand en duinen beschermen ons tegen golfslag en overstromingen. We hebben ze nodig voor het winnen van drinkwater en voor het behoud van de biodiversiteit.’

Wat dat laatste betreft: de onderzoekers vonden dat de grootste variëteit aan begroeiing bereikt wordt met een duinstrook die breder is dan 1,8 kilometer. ‘Dieper het land in vlakt de toename aan soortenrijkdom sterk af tot die gelijkblijft’, zegt Lansu.

De onderzoekers bekeken op 35 plekken aan de Nederlandse kust wat de breedte van strand en duin betekent voor de biodiversiteit. Op 300 meter ligt een eerste grens: vanaf die breedte ontstaan kansen voor de eerste embryonale duintjes, lage bergjes zand die met wat grasbegroeiing op termijn zouden kunnen uitgroeien tot grotere duinen van betekenis.

Door gestaag afnemende stressfactoren als zanddynamiek, zout en wind stijgt elke 100 meter landinwaarts de biodiversiteit. Lansu: ‘Je ziet dan eerst meer grassen, dan een strook vol struiken, daarna weer gras, struiken, tot bosvorming aan toe.’

Al die soorten vegetatie trekken elk verschillende diersoorten aan, wat het plaatje compleet maakt. Lansu: ‘Vanaf 1,8 kilometer breedte nadert een duingebied zijn potentiële biodiversiteit. De keerzijde daarvan is dat elke kuststrook die smaller is dan die afstand, soorten heeft verloren.’

Valt het tij nog te keren? Ook dat hebben de wetenschappers uitgezocht. Wat bleek: natuurbescherming loont ook hier. ‘In duingebieden met een beschermde status blijken gebouwen en wegen op een vier keer grotere afstand te staan dan in onbeschermde gebieden’, luidt de conclusie. In Nederland is de gehele Noordzeekust beschermd Natura 2000-gebied, maar wereldwijd is maar 16 procent van de zandige kusten beschermd. ‘De resultaten van ons onderzoek zijn dan ook tevens een pleidooi om kusten wereldwijd beter te beschermen’, zegt Lansu.

De praktijk leert, ook in Nederland, dat de mens een onbedwingbare hang naar het water heeft. Wonen aan het water trekt mensen aan, terwijl dat nu juist steeds gevaarlijker dreigt te worden. ‘Een verstikkende liefde voor het water’, noemt Lansu het. Verstikkend, omdat de kust wereldwijd gemiddeld smaller wordt, de bevolkingsgroei mondiaal nog een tijd zal aanhouden en de druk op de kust overal dus alleen maar zal toenemen.

Ook in Nederland ziet Lansu ‘een rare paradox’: ‘Rijkswaterstaat heeft in 1990 onze basiskustlijn opgesteld. Overal waar erosie over de opgestelde grens komt, spuit Rijkswaterstaat zand op. Dat kunnen wij Nederlanders goed, maar doordat de stranden zo weer breder worden gemaakt, gaan we op sommige plekken ook weer steeds dichter op de kust wonen.’

In plaats daarvan ziet Lansu veel mogelijkheden voor een ‘zandmotor’, zoals die enkele kilometers van Scheveningen vandaan ligt, bij Kijkduin: een opgespoten zandplek die door natuurlijke zeestroming in de loop der jaren zand ‘levert’ aan de kust waarvoor die ligt.

Lansu: ‘Zand opspuiten is natuurlijk zo gek nog niet. Het is onze beste optie. Als we het goed zouden vormgeven, zouden we het hele kustsysteem kunnen uitbouwen. Door stranden breed genoeg te maken om nieuwe duinen te laten ontstaan.’

Analoog aan de zandmotor voor de kust van Kijkduin ziet Lansu hardop dromend een reeks soortgelijke projecten voor zich, die elkaar ook zouden kunnen ‘voeden’ met zand. ‘Je zou kunnen denken aan het creëren van een soort langgerekt eiland voor de kust. Als daar geen recreanten zouden mogen komen, zou de natuur er ook veel baat bij hebben.’

Op andere plekken, waar de breedte voldoende is, zou de natuur meer vrij spel moeten krijgen, vindt de onderzoeker. ‘Bij een breed strand als dat van Schoorl zou je niet steeds hoeven opspuiten, daar is ruimte genoeg om de zee haar werk te laten doen. Dat zou goed zijn voor de biodiversiteit.’

Vooralsnog hoopt Lansu dat het thema van haar onderzoek – kustbeknelling – meer aandacht krijgt. Een gevoel van urgentie ontbreekt volgens haar: ‘Als we niets zouden doen, zal 30 procent van alle zandige kusten op termijn alle ruimte tussen de zee en de infrastructuur verliezen. Een substantieel deel van de wereldwijde zandige kusten is dus in gevaar.’

Het gaat al geregeld fout in de wereld. In Bangladesh, een dichtbevolkt land waar mensen dicht op de kust wonen, zijn nogal eens overstromingen. Ook Egypte is meermaals getroffen. In Florida verwoestten orkanen de huizen aan de kust. Lansu: ‘Het gekke is dat het in de berichtgeving daarover nooit gaat over ruimtelijke ordening. Ik was eens in Florida na een orkaan die woningen aan het strand had vernietigd. De enige respons was: herbouwen.’

De mens lijkt het gevaar niet te willen zien, zegt Lansu. Kortetermijnbelangen lijken het steeds te winnen van die van de langere termijn. ‘Pas na rampen, zoals in Nederland met de Watersnoodramp, zien we nieuwe strategieën en maatregelen ontstaan. Maar zelfs in een land als Nederland, waar ruimtelijke ordening zo’n grote rol speelt, is er maar weinig aandacht voor dit thema. Heel gek.’

Intussen blijft er voor Lansu genoeg te onderzoeken over. Zo hoopt ze ooit een bijzonder kustsysteem in Brazilië onder de loep te kunnen nemen: ‘Er is daar een duingebied van wel 25 kilometer breed. Dat natuurlijke systeem zou ik weleens gedetailleerd willen bekijken’, zegt ze.

Maar eerst werkt ze met haar team aan een vergelijking tussen de biodiversiteit aan de kusten van Florida en Nederland. ‘In Florida vlakt de biodiversiteit af na zo’n 1,3 kilometer, mensen wonen er nog dichter op de kust dan hier. Hoewel het een ander systeem is, in een andere klimaatzone, met andere soorten, blijken de twee best vergelijkbaar. Dat betekent dat onze bevindingen over de biodiversiteit kennelijk algemener gelden dan enkel voor Nederland.’

Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.

Voor snelle wijzigingen en bezorging

U bent niet ingelogd

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2024 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden

Source: Volkskrant

Previous

Next