‘My name Borat, I like sex’, dat is de veelzeggende introductie van Borat Sagdiyev in de gelijknamige film. Die speelt zich af in een dorp in Kazachstan. We zien Urkin, de dorpsverkrachter, gekooid op een houten pallet met wielen, voortgetrokken door zijn vrouw. „Naughty, naughty”, duidt Borat. Het plaatselijke kinderdagverblijf is een modderpoel, voorzien van kalasjnikovs. Voor zijn huis tongt Borat met zijn zus. In zijn huis verblijft een koe.
Tijdens een van mijn co-schappen verwees een specialist steevast naar mij als ‘die Borat’, daarmee verwijzend naar mijn Montenegrijnse afkomst. Een van mijn columns in een universiteitsblad had hem mishaagd. Met mijn collega co-assistenten deed ik er in de avonduren lacherig over. Nadien had ik weinig meer met hem van doen.
De vergelijking blijft echter knagen. Op YouTube kijk ik de film terug. Eerst: een onvoorziene vreugdescheut van nostalgie. In de warme huiskamers van mijn jeugd zong ik regelmatig mee met het openingslied van de film, Caje Sukarije gezongen door de legendarische Esma Redzepova, al begreep ik niets van de woorden. Maar zij is geen Kazachse, zij is een Macedonische Roma. Dan: de dorpelingen. Zij hebben niet de Aziatische gelaatstrekken die je verwacht van een Kazach. Ze lijken meer op Roma. Uit de opmerkingen onder het filmpje leer ik dat de scène niet is opgenomen in Kazachstan maar in een Roemeens dorp.
Kazachen zullen zich dus in niets van Borat herkennen. Roma zullen het dédain herkennen waarmee hun cultuur beschouwd wordt. Ik herken erin hoe gelaagd en lomp de verwijzing van de specialist naar mij als ‘die Borat’ was.
Recent besloot een tuchtrechter om de BIG-registratie van een internist die zich ernstig seksueel grensoverschrijdend gedroeg voor één jaar door te halen, in plaats van hem compleet te schrappen, zoals volgde uit een eerder oordeel. De internist filmde vrouwelijke co-assistenten stiekem in hun ondergoed en betastte hen in hun schaamstreek tijdens ‘echo-onderwijs’. Een jaar: een sabbatical.
De slachtoffers zijn collega’s die tegelijk met mij aan hun co-schappen begonnen. In de vroege lente van je doktersbestaan hoor je je zorgen te maken over de vraag of je alles weet van de ontlasting van je patiënt, niet over je veiligheid. Ik weet hoe verpulverend de ervaring is en hoe die onveiligheid doorsijpelt in andere facetten van je leven.
Met het stappen naar de tuchtrechter hebben zij een primeur geleverd. Nooit eerder deed een co-assistent een aanklacht tegen een arts. Dat getuigt van lef. Des te schrijnender de publicatie van een grote enquête van Medisch Contact onder artsen en co-assistenten, waar naar voren komt dat meer dan de helft te maken heeft met grensoverschrijdend gedrag.
Jurist en arts Ten Hag onderstreept dat het Centraal Tuchtcollege met zijn uitspraak heeft getoond de zaak serieus te nemen, en hoopt op „een laagdrempeliger klimaat om aan de bel te trekken bij gedrag dat niet door de beugel kan”. Algemeen bestuurslid Lars Nijman van De Geneeskundestudent (een vereniging met 15.000 leden) vreest het tegenovergestelde. Waarvan akte.
Over twee maanden mag de excommunicado alweer terug. We moeten troost putten uit de blindheid van Vrouwe Justitia. We melden fout gedrag vaak niet, vanwege de straffe afhankelijkheidspositie, uit vrees voor carrièreconsequenties. De artsen die naar de media stappen, vertellen vervolgens vrijwel altijd anoniem hun verhaal. Hun welbespraakte tegenwicht zijn de vakvertegenwoordigers. Hoewel goed bedoeld, zorgt dit proces ervoor dat de nadruk verschuift naar oplossingen en de verhalen van klagers worden gerelativeerd.
Daarom deel ik mijn eigen verhaal nu openlijk. Tegen de pestkoppen in carrièreland, zeg ik: zie mijn groene trui en mijn krullen. Onthoud mijn naam: Borat Sagdiyev.
Source: NRC