Home

De ‘Jesus Christ Superstar’ van Ivo van Hove is eigentijds en zal geen toeschouwer onberoerd laten

Meng de onverwoestbare muziek van Andrew Lloyd Webber en Tim Rice met de rauwe, confronterende regiestijl van Ivo van Hove en je krijgt een theaterervaring die erin hakt. In de nieuwe productie van Jesus Christ Superstar wordt de muziek gloedvol uitgevoerd door een live orkest, maar staat toch het drama op de eerste plaats.

In zijn nieuwe enscenering van de klassieker uit 1970 heeft regisseur Ivo van Hove een reeks ingrepen gedaan die heel goed uitpakken. Allereerst wordt het motto less is more met succes toegepast. Eerdere uitvoeringen van de musical worden gekenmerkt door decors van stellages en steigers, van gesleep met grote kruizen en acteurs in Romeinse gewaden, wapperend met palmbladeren.

Over de auteur
Joris Henquet is theaterjournalist van de Volkskrant. Hij schrijft vooral over cabaret, stand-upcomedy en musical.

Zo niet in deze nieuwe versie, waarin een decor afwezig is. We zien slechts een rond zwart speelvlak. Het publiek is door het toevoegen van zogeheten ‘superseats’ rondom geplaatst. Dat biedt een intieme sfeer; een groot deel van het publiek zit met de neus op de acteurs, die soms ook tussen het publiek in spelen.

Ook regisseur Van Hove en scenograaf Jan Versweyveld hebben zich ingehouden met hun kenmerkende gereedschappen; geen live video dit keer. In plaats daarvan worden er met een uitgekiend lichtplan en enkele attributen alsnog imposante toneelbeelden neergezet.

Wat overblijft zijn goed gekozen hoofdrolspelers en een krachtig ensemble dat het verhaal vertelt met enerverende zang, dans en spel. De nadruk ligt op de tijdloze elementen uit het lijdensverhaal. Jezus is de idealist die de arme inwoners van de Romeinse provincie Judea wil helpen, en daarvoor de leider wordt van een activistische beweging. Zijn volgelingen aanbidden hem, maar hoe groter de status van Jezus wordt, hoe meer mensen in hem een bedreiging gaan zien. Onder hen de Joodse hogepriester Kajafas (Richard Spijkers) en de Romeinse gouverneur Pontius Pilatus (Edwin Jonker), maar ook onder zijn eigen apostelen groeit het wantrouwen, met voorop de verrader Judas. Op aangrijpende wijze toont de musical hoe wispelturig de massa zich kan gedragen. Eerst aanbidden ze Jezus, om zich later tegen hem te keren.

De keuze om popzangers te casten in de rollen van Jezus en Judas maakt de productie eigentijds. Lucas Hamming heeft als Judas de juiste stoere uitstraling en zingt zijn solo’s als een indierockzanger. Hij vormt een mooi duo met Jeangu Macrooy, die als Jezus juist meer soul in zijn zang legt. Macrooys versie van het cruciale lied Gethsemane wordt bloedmooi gezongen. Maar ook in zijn acteren weet Macrooy de juiste toon te raken en te ontroeren.

Ivo van Hove heeft de reputatie een regisseur te zijn die doordringt tot de kern van een theatertekst. Toen hij in 2020 de musical West Side Story bewerkte in New York, schrapte hij de pauze en het frivole liedje I Feel Pretty. Hierdoor zou de ‘emotionele snelkookpan’ die het drama is niet uit balans raken. In Jesus Christ Superstar heeft Van Hove wel de pauze geschrapt, maar ditmaal geen liedjes.

In plaats daarvan heeft hij iets bijzonders gedaan met het enige komische liedje, King Herod’s Song. Dat wordt nu nog steeds gezongen door een komiek, namelijk Alex Klaasen, maar gekleed in een zwart pak geeft Klaasen een angstaanjagende draai aan het nummer.

Dat is verrassend, en zo zijn er nog meer aangename verrassingen in deze voortrazende voorstelling van 1 uur en 40 minuten, volledig Engelstalig. Belangrijk is de choreografie van Jan Martens, die de dansers uit het ensemble de scènes knap laat ondersteunen.

Naast de drukke groepsnummers kent de musical ook zijn rustmomenten. Magtel de Laat is een stoere Maria Magdalena, die Jezus een kus geeft en in de nacht tegen hem aankruipt. Ze zingt een fraaie uitvoering van I Don’t Know How To Love Him.

Zet u schrap voor de finale, waarin het bloederig wordt – dit is dan weer wel zo’n vertrouwd element van een Ivo van Hove-regie. Het is slim om de slotscène niet al te expliciet te verbeelden, maar wel op een manier die geen enkele toeschouwer onberoerd zal laten.

In zijn pakkende, meeslepende muziekscore van Jesus Christ Superstar maakt componist Andrew Lloyd Webber veel gebruik van afwijkende maatsoorten, weg van de standaard vierkwarts- of driekwartsmaat. Het lied Everything’s Alright, waarin Maria Magdalena toenadering zoekt tot Jezus, is geschreven in een 5/4-maat. Het opruiende rocknummer The Temple, waarin de tempel door het volk wordt gebruikt als marktplaats, heeft dan weer een 7/4-maat. Lloyd Webber heeft verteld dat hij deze maatsoorten uitkoos om het verhaal voort te stuwen en een gejaagd gevoel mee te geven aan de muziek.

Musical

★★★★★

Door Albert Verlinde Theater. Muziek Andrew Lloyd Webber, tekst Tim Rice, regie Ivo van Hove, scenografie Jan Versweyveld, choreografie Jan Martens.

21/1, DeLaMar Theater Amsterdam. Daar t/m 18/2, daarna tournee.

Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.

Voor snelle wijzigingen en bezorging

U bent niet ingelogd

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2024 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden

Source: Volkskrant

Previous

Next