Alles van waarde is weerloos: zo ook, blijkbaar, het Amsterdamse stroomnetwerk. Mijn melkschuimertje, nét snorrend begonnen aan zijn sympathieke ochtendtaakje, zweeg opeens bedremmeld. Ook in de anders zo gretig gloeiende ogen van het espressoapparaat zag ik het licht doven. Mij restte slechts een halve pot lauwe thee, een lege laptop en een gestaag naderende deadline.
Wat te doen? In een niet eens zo ver verleden, dat ik nog heb meegemaakt, kon je zo’n stukkie met een pen op papier schrijven en dan telefonisch dicteren aan een stenotypiste van de krant, desnoods vanuit een postkantoor in Vladivostok. Maar stenotypistes bestaan niet meer, en ook mijn eigen handschrift heb ik al jaren niet meer gezien.
Over de auteur
Sylvia Witteman schrijft voor de Volkskrant columns over het dagelijks leven.
‘Ga gewoon in een koffiebar zitten met je laptop’, ried mijn dochter per app aan. Nu houd ik niet van schrijven in het openbaar, want er zitten altijd mensen naast je die allerlei gesprekken voeren, bijvoorbeeld over een film die ik óók heb gezien, en waar ik iets héél anders van vond dan zij, of over ‘box 3’, waarvan ik nog steeds niet weet wat het is (van box 2 of box 1 trouwens ook niet), en dan kan ik me niet meer concentreren op mijn werk, want ik ben Ernest Hemingway niet. Of Carrie Bradshaw.
Maar ja, er zat niets anders op, en ook mijn trek in koffie begon nijpend te worden, dus toog ik naar buiten, met mijn laptop in een rugzakje. Het straatbeeld was bepaald ontredderd. Trams stonden verstard midden in een bocht, voor de deur van de slager hing het personeel angstig te speculeren over de effecten van de storing op het versgedraaide gehakt en in de dichtstbijzijnde koffietent zat het baristameisje mokkend in het donker achter een flesje cola.
Ik liep en ik liep en ik liep. Overal duistere etalages. Nee, zelfs bij McDonald’s hadden ze blijkbaar geen noodaggregaat. De ziekenhuizen wél, hoopte ik, want een ochtend zonder koffie is tot dáár aan toe, maar als je op een operatietafel ligt en dokter Bibber wil net een verse donornier in je wijd opengesperde romp laten zakken is het toch sneu als het licht opeens uitvalt. ‘Deadline’, hamerde het in mijn hoofd. ‘Deadline.’ ‘Heb jij wél stroom?’, appte ik naar mijn broer. Dat had hij.
Ik zit nu in het werkhok van mijn broer met open mond te staren naar een fles kruipolie, een poster van Arnold Schwarzenegger, een drumstel, vier gitaren, een lijmpistool, een gezinspak Rennies, een vogelhuisje en een leeg scherm.
Ik hoor net van mijn kinderen dat thuis het licht weer aan is.
Source: Volkskrant