Veel automobilisten dachten al te merken dat de prijzen aan de pomp sneller stijgen dan ze weer dalen, en dat is nu ook bewezen. In economenvakblad ESB schrijft onderzoeker Stef de Jong dat de consument van 2007 tot en met vorig jaar per liter benzine 2,2 tot 4,8 eurocent meer kwijt was door de vertraging van de doorwerking van de prijsdalingen van olie. Dat kan per volle tank enkele euro's schelen.
De Jong geeft meerdere redenen voor het feit dat de prijs aan de pomp minder snel omlaaggaat dan omhoog. Consumenten gaan doorgaans niet snel op zoek naar alternatieven, ook omdat prijzen niet makkelijk te vergelijken zijn.
Ook lijkt er een soort stilzwijgende overeenstemming onder pomphouders om de prijsdalingen vertraagd door te voeren, waardoor zij gezamenlijk de prijs langer hoog houden. Daarnaast is het volgens het onderzoek voor aanbieders van benzine moeilijker om prijsverlagingen door te voeren, omdat zij de goedkopere brandstof maar beperkt kunnen opslaan en daardoor niet gegarandeerd zijn van de lagere prijs.
Het kan helpen om pomphouders te verplichten hun prijzen online te publiceren, zodat automobilisten deze makkelijker kunnen vergelijken, volgens De Jong. In Duitsland gebeurt al zoiets.
Ook zouden deze praktijken voorkomen kunnen worden als toezichthouder Autoriteit Consument & Markt (ACM) meer mag optreden. Nu is de functie van ACM nog beperkt tot vooral het toezien op fusies en verboden prijsafspraken, maar dit zou volgens de onderzoeker kunnen worden uitgebreid.
Na het uitbreken van de oorlog in Oekraïne stegen de adviesprijzen aan de pomp snel, tot een recordhoogte van 2,505 euro per liter Euro95 in juni 2022. Volgens consumentencollectief UnitedConsumers ligt die adviesprijs nu op 2,095 euro. Dat wordt doorgaans alleen aan de snelweg gevraagd.
Source: Nu.nl economisch