Home

Absurde situatie: de rijken willen graag inleveren, maar worden tegengehouden door de gewone man

Een groep van progressieve miljonairs presenteerde vorige week in Davos een onderzoek waaruit blijkt dat driekwart van de miljonairs hogere kapitaalbelastingen wil betalen. Daarmee zitten we in de tamelijk absurde situatie dat de rijken willen inleveren, maar daarbij worden tegengehouden door de gewone man, die mordicus tegen hogere vermogens- en erfbelastingen is, in de kennelijke veronderstelling zelf rijk te zijn.

Voor deze paradox is een aantal verklaringen. Allereerst ís de gewone man ook relatief rijk. De grote meerderheid van de Nederlandse huishoudens woont in een eigen huis, we werken steeds minder voor een steeds hoger salaris en de werkloosheid was nooit lager. De welvarende Nederlandse middenklasse heeft de geestesgesteldheid van de rijken overgenomen; zij voelen meer angst om iets kwijt te raken, dan verlangen om erop vooruit te willen gaan.

Daarnaast is het collectief de afgelopen decennia zo uitgehold, dat de massa ervan overtuigd is dat het nalaten van een zo groot mogelijk vermogen aan de eigen kinderen een daad van altruïsme en solidariteit is. ‘Spaarzaamheid is een deugd’, zeggen zij dan, alsof hun aangewaaide overwaarde iets met sparen te maken heeft. Voeg daarbij de onmacht van linkse en liberale partijen om de noodzaak van herverdelende kapitaalbelastingen uit te leggen, en je snapt waarom iedere logica lijkt te ontbreken.

Over de auteur
Sander Schimmelpenninck is journalist, ondernemer en columnist van de Volkskrant. Eerder was hij hoofdredacteur van Quote. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier de richtlijnen van de Volkskrant.

De ondervraagde rijken zeggen met name te willen inleveren omdat ‘extreme rijkdom de democratie bedreigt’. Dat klopt, maar ik vraag me wel steeds vaker af wiens extreme rijkdom nu voor die dreiging zorgt. De gewone man gaat immers niet met een kruiwagen vol D-marken naar de bakker, maar met zijn Dodge RAM onbeperkt spareribs eten. Anderzijds is er voor jongeren wel degelijk reden om te klagen over toenemende kansenongelijkheid.

Ondanks de enorme welvaart bestaat er bij velen een gevoel van relatieve armoede. De vraag is daarbij welke relatie de meeste woede opwekt. Extreme rijkdom is obsceen, maar voor de maatschappelijke stabiliteit lijkt het gat tussen de superrijken en de rijke middenklasse minder problematisch dan het gat tussen die middenklasse en de steeds definitiever wordende onderklasse. Die laatste kloof is namelijk veel moeilijker te overbruggen, net zoals het eerste miljoen altijd het moeilijkste is.

Met het vervliegen van het communistische spook leek er voor de rijken geen vijand meer. Maar na dertig jaar ongekende voorspoed doemt er met het welvaartsfascisme nu opeens een nieuw gevaar op. Waar de rijken altijd al wisten dat absolute armoede voor maatschappelijke instabiliteit zorgt, blijkt relatieve armoede in tijden van extreme welvaart minstens zo gevaarlijk te zijn. En moeilijker op te lossen.

Het Westen wordt gedomineerd door sociale stijgers, mensen die in de egalitaire decennia na de Tweede Wereldoorlog razendsnel hun kansen pakten. Prachtig, maar klimmers hebben de neiging hun zelfbeeld niet bij te stellen, waardoor zij zich blijven zien als ‘gewoon’. En dus niet de verantwoordelijkheid voelen, laat staan nemen, die een lid van de elite zou passen. En tijd om hen op te voeden lijkt er niet.

Terwijl de welvarende Nederlandse middenklasse nog aan de eigen rijkdom moet wennen, snurken de echte rijken rustig door; zij leven hun naar binnen gekeerde leventje, en als ze de meute al horen oreren over ‘de elite’, dan denken ze dat het niet over hen gaat. En het gáát vooralsnog ook niet over hen. Totdat het wel over hen gaat. Want wanneer de pleuris uitbreekt, wordt het begrip elite gewoon weer economisch ingevuld. En dan blijkt dat er bij die vervloekte culturele elite verdomd weinig te onteigenen valt. Dat hebben de Davos-miljonairs beter in de gaten dan welvarend Nederland.

Source: Volkskrant

Previous

Next