Discussies over de kosten van het koningshuis zijn van alle tijden. In januari 1966 schreef Godfried Bomans in deze krant dat je voor de monarchie kunt defileren, of haar kunt verwerpen. ‘Maar de tussenweg: erover praten als over een kaasbedrijf, dat de aandeelhouders onvoldoende tantième schenkt, lijkt mij onbegaanbaar.’
Een echo van deze woorden klonk donderdagavond in de Tweede Kamer, toen demissionair minister-president Mark Rutte (VVD) reageerde op een voorstel van D66 om de koning inkomstenbelasting te laten betalen. Als alle werkende Nederlanders bijdragen aan de schatkist, waarom de koning dan niet?
Rutte zei: ‘De aard van het koningschap is juist dat de koning niet gelijk is aan alle burgers. Dat is nou juist het aardige van de monarchie: onderdanen en bovendanen. Dat is de grond voor de eeuwenlange traditie om de koning geen inkomstenbelasting te laten betalen.’
Maar de tijden zijn veranderd en de politieke werkelijkheid ook. Het vertrouwen in koning Willem-Alexander is sinds de coronacrisis gedaald. De traditionele middenpartijen zijn geslonken, nieuwe partijen met andere opvattingen zijn beide Kamers binnengekomen. Met een beetje voorspellend rekenwerk is er in zowel Tweede als Eerste Kamer nu de benodigde tweederde meerderheid voor de noodzakelijke wijziging van de Grondwet.
Zowel voorafgaand als tijdens het debat zei Rutte ‘geen principieel bezwaar te hebben tegen een belastingbetalende koning’. De reden dat hij moties hierover steeds afhoudt – zowel in 2015, in 2022 als uiteindelijk ook nu – zijn van praktische aard. Het D66-verzoek was daarom alvast gericht aan de volgende premier.
De praktische bezwaren hebben zeker een grond. De bekostiging van het koningshuis is in 1972 vastgelegd in een Wet financieel statuut Koninklijk Huis. Daar is in de jaren nadien vaak naar gekeken. Steeds zijn aanpassingen met een zeer ruime Kamermeerderheid bekrachtigd.
Het aloude argument tegen belastingheffing is dat van ‘vestzak-broekzak’: wat de overheid met de ene hand uitkeert, haalt zij voor de helft met de andere hand weer terug. Wat Rutte in het debat vooral stoorde, was dat er ‘een niet-uitgetrild ander debat onder zit’. Dat is dat de koning te veel verdient en het koningshuis te veel kost.
Zo is de jaarlijkse indexering van de uitkering aan de koning, die ook dit jaar weer voor rumoer zorgde, via de gangbare democratische weg tot stand gekomen. Juist om te vermijden dat hierover elk jaar discussie ontstaat. Dat de (gedeeltelijke) belastingvrijdom in de Grondwet staat, is een extra buffer tegen de waan van de dag.
Maar praktische bezwaren zouden het principiële punt niet in de weg mogen staan. Belasting betalen is in omringende monarchieën – behalve Noorwegen – inmiddels praktijk. Dan moet dat in Nederland ook mogelijk zijn. Het kan het draagvlak verstevigen voor een instituut dat een meerderheid van de bevolking onverkort als waardevol beschouwt. Wel heeft ook de koning recht op een betrouwbare overheid. Het beste is daarom toe te werken naar een nieuwe regeling die ingaat op het moment dat prinses Amalia de troon overneemt.
In het Volkskrant Commentaar wordt het standpunt van de krant verwoord. Het komt tot stand na een discussie tussen de commentatoren en de hoofdredactie.
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
Voor snelle wijzigingen en bezorging
U bent niet ingelogd
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2024 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden