Home

‘Gazanen moeten elke ochtend kiezen: hun leven riskeren voor voedsel of verhongeren in hun schuilplaats’

Een kluwen van armen en benen kronkelt rond twee vrachtwagens die geparkeerd staan op een koud strand in Gaza. De wagens vervoeren voedsel, en op een filmpje is te zien hoe duizenden hongerige mensen elkaar verdringen in de hoop een beetje eten te pakken te krijgen.

Als er plotseling geweerschoten klinken, zetten al deze mensen het op een rennen. Je ziet de angst op hun grauwe gezichten, maar even later wint de honger het van de paniek en begint het duwen en trekken weer van voren af aan.

Het vinden van voedsel is in Gaza een levensgevaarlijke onderneming. ‘Mensen staan soms uren in de rij, helemaal slap van de honger. Ze bidden dat ze tijdens het wachten niet worden beschoten of gebombardeerd’, vertelt Shada Moghraby, woordvoerder van het Wereldvoedselprogramma (WPF) van de Verenigde Naties, over de telefoon vanuit New York. ‘Het is elke ochtend een onmogelijke keuze: riskeert iemand zijn leven om eten te zoeken, of blijft het hele gezin zo veilig mogelijk in zijn schuilplaats, waar ze verhongeren als niemand op pad gaat?’

Over de auteur
Sacha Kester schrijft voor de Volkskrant over België, Israël en het Midden-Oosten. Eerder was ze correspondent in India, Pakistan en Libanon.

Ongekende hongersnood dreigt in Gaza, waarschuwden de VN deze week. Volgens het WFP heeft 93 procent van de bevolking te weinig te eten. Voor een op de vier huishoudens is de situatie ‘catastrofaal’ en dreigt uithongering. De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) vreest dat het aantal doden door honger en de ziekten als de komende maanden de hoeveelheid slachtoffers van het oorlogsgeweld kan overtreffen – meer dan 24 duizend, volgens de laatste cijfers van Hamas.

De crisis kon zich zo snel ontvouwen omdat 80 procent van de bevolking al afhankelijk was van hulp voordat de oorlog uitbrak. Toen reden er dagelijks vijfhonderd vrachtwagens met hulpgoederen naar Gaza, vertelt Moghraby. ‘Nu de nood door de oorlog veel hoger is, zijn het er op een goede dag 127. Maar vaak zijn het er veel minder.’

Door de oorlog is 85 procent van de bevolking op de vlucht geslagen. Omdat zij Gaza niet kunnen verlaten, zitten ze soms met tienduizenden opeengepakt in oude scholen of andere gebouwen, of proberen zij te overleven onder gescheurde stukken plastic. Wind, regen en kou razen in de wintermaanden over deze zee van zelfgemaakte tentjes, terwijl baby’s, kleuters en tieners huilen van de honger.

Een moeder uit Gaza vertelde begin januari tegen The New York Times dat haar vier kinderen al wekenlang smeken om een maaltijd, brood of sap. Op een gegeven moment zag ze hoe de kleintjes samen op een telefoon naar filmpjes van frietjes zaten te kijken.

De schappen in de winkels zijn leeg en bakkerijen zijn verpulverd door de bombardementen. Op de zwarte markt wordt het schaarse voedsel dat via hulporganisaties binnenkomt doorverkocht, maar voor enorme bedragen: in het zuidelijke Rafah kostte een zak meel vóór de oorlog 12 euro, en nu wordt er 130 tot 150 euro voor gevraagd.

Nog een voorbeeld: de prijs van een enkele appel is op dit moment 8 euro. Na drie maanden oorlog hebben de meeste vluchtelingen echter geen cent meer over, waardoor dit buiten hun bereik ligt.

De hulpgoederen zijn er wel, vertelt Moghraby. Lange rijen vrachtwagens staan te wachten totdat zij de grens over mogen. Om die reden hebben Unicef, WFP en de WHO deze week gezamenlijk verklaard dat er nieuwe toegangsroutes moeten worden geopend, er meer trucks per dag moeten worden toegelaten, en zowel hulpverleners als burgers zich veilig moeten kunnen voortbewegen. ‘Want ook ons personeel loopt gevaar om te komen bij het geweld’, zegt Moghraby.

Als die vrachtwagens eenmaal binnen zijn, stapelen nieuwe problemen zich op. ‘Er is vrijwel geen brandstof meer in Gaza’, vertelt Moghraby. ‘Niet voor vervoer en niet om te koken. En de communicatie wordt constant platgelegd, waardoor onze chauffeurs geen contact kunnen hebben met degenen die een distributiepunt op een veilige plek proberen op te zetten. Ze hebben dus geen idee waar ze met het voedsel naartoe moeten, of hoe ze daar veilig kunnen komen. Sommige delen van Gaza kunnen we nauwelijks bereiken, zeker in het noorden.’

Volgens de mensenrechtenorganisatie Human Rights Watch probeert Israël de bevolking van Gaza collectief te straffen voor de gruwelijke aanvallen van Hamas op 7 oktober, en wordt honger moedwillig als drukmiddel ingezet – wat in beide gevallen een oorlogsmisdaad zou zijn.

Het belangrijkste argument hiervoor is dat het land bewust hulpgoederen tegenhoudt: de eerste twee weken was er sprake van een totale blokkade van Gaza, en de Israëlische minister van Defensie, Yoav Gallant, zei dat er ‘geen elektriciteit, geen voedsel, geen brandstof’ meer zal zijn. Want: ‘We vechten tegen beesten.’

De vrachtwagens worden nu dus weer wel (mondjesmaat) toegelaten, maar het is verre van genoeg, zegt Moghraby. ‘We hebben dit niet eerder gezien: een daadwerkelijke hongersnood dreigt voor zoveel mensen, en dat in zo’n korte tijd. Er is veel nodig in Gaza, maar wat we echt nodig hebben, is een staakt-het-vuren.’

Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.

Voor snelle wijzigingen en bezorging

U bent niet ingelogd

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2024 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden

Source: Volkskrant

Previous

Next