Home

Van wintertaling tot baardman: nieuw beleid Oostvaardersplassen trekt vogels

Het is rustig in de Oostvaardersplassen. Er staat nauwelijks wind en ijs en sneeuw bedekken de plassen. Het gegak van wilde zwanen klinkt en het lijkt een niemandsland te zijn. Toch zijn Almere en Lelystad in werkelijkheid dichtbij.

Maar zo rustig als het nu is in het natuurgebied in Flevoland, was het zes jaar geleden niet. Tijdens een strenge winterperiode stierven een hoop grote grazers (edelherten, konikpaarden en heckrunderen) door een gebrek aan voedsel. Dat leidde tot veel commotie.

De provincie Flevoland besloot kort daarvoor al dat het anders moest. Er waren te veel grote grazers en daardoor was het droge deel van de Oostvaardersplassen grotendeels een kale vlakte geworden. Elk opkomend struikje of boompje werd opgegeten. En dat had weer gevolgen voor een aantal vogelsoorten, die minder voedsel konden vinden en minder jongen konden groot brengen.

Er mochten nog maar maximaal elfhonderd edelherten, heckrunderen en konikpaarden in de Oostvaardersplassen leven. Net als in andere gebieden in Nederland moest het aantal grote grazers door afschot of verplaatsing binnen de perken gehouden worden. Door het waterpeil in bepaalde gebieden te verlagen kan riet weer de kans krijgen, wat gunstig is voor rietvogels.

En door barrières in het water weg te halen, zouden vissen als de driedoornige stekelbaars makkelijker het gebied in moeten kunnen. Van die maatregel zouden onder meer de grote en de kleine zilverreiger profiteren. In 2023 is de eerste vispassage geopend en daar maken vissen al veelvuldig gebruik van.

Een paar jaar nadat de zogeheten 'moerasreset' is ingezet zijn de eerste resultaten zichtbaar. Op de plekken waar geen water meer staat, zijn de eerste rietvelden weer te zien. Ten opzichte van 2018 zijn er honderden hectares riet bij gekomen.

Dat is gunstig voor de grote zilverreiger, roerdomp, kleine karekiet, baardman, snor, rietgors en rietzanger, legt boswachter Rosan op den Kelder uit. Dat zijn allemaal vogels die broeden in riet. "Er broeden nu nog zestien paar roerdompen in het gebied. Die hebben daarvoor dicht riet nodig. Mijn hoop is dat er weer tientallen roerdompen kunnen broeden", vult haar collega Hans-Erik Kuypers aan.

Doordat planten als de beklierde duizendknoop en veerdelig tandzaad veelvuldig opkomen, zoeken deze winter tienduizenden wintertalingen voedsel in de Oostvaardersplassen.

Op andere plekken zijn weer voorzichtig struikjes en boompjes te zien. Soms zijn ze afgerasterd, om te voorkomen dat een heckrund er toch aan begint te knabbelen. Maar waar dat niet is gebeurd, is goed te zien hoe struiken zich ook zelf wapenen om niet opgegeten te worden.

"Kijk, die meidoorn daar is van onderen heel dicht en stekelig. Dat doet die struik omdat die is aangevreten. Als je een meidoorn neerzet in een gebied zonder grote grazers, ziet die er heel anders uit", zegt Op den Kelder.

Job schrijft veel over natuur en het stikstofdossier. Hij maakte Verscheurd door de wolf: een podcast over de terugkeer van de wolf. Lees hier meer verhalen van Job.

Het wemelt ook van de muizen nu het natuurgebied geen kale vlakte meer is. Dat trekt dan weer roofvogels aan. "We hebben in dit gebied bijna alle roofvogelsoorten van Nederland. Van smellekens (een kleine valk - red.) tot zeearenden", zegt Kuypers trots. "Al hoop ik nog op een broedende visarend."

Hij is nog niet uitgesproken of er vliegt een sperwer op. Even later doet een kerkuil hetzelfde, en buizerds en torenvalken zijn vrijwel continu te zien. En ja, ook de zeearend vliegt met zijn imposante spanwijdte van ruim 2 meter voorbij.

In juli kan je volgens Kuypers op één dag tachtig tot honderd vogelsoorten in de Oostvaardersplassen zien.

Een eindje verderop staan twee grote heckrunderen. Ze staren Kuypers en Op den Kelder aan en lopen vervolgens het riet in. Ze zien er fit uit. Hoewel het hartje winter is, hebben ze voldoende voedsel. Volgens Kuypers verkeren de grote grazers inderdaad in goede conditie.

Nadat Staatsbosbeheer er een aantal jaar achter elkaar niet in was geslaagd het aantal grote grazers naar het gewenste niveau te krijgen, is dat vorig jaar wel gelukt.

"Net als in de jaren zeventig leven er nu zo'n duizend grote grazers in de Oostvaardersplassen. Dat was een periode waarin er meer struiken en bomen in het gebied stonden", vertelt Kuypers. "We zien dat we weer de goede kant opgaan."

Hij glundert een beetje als hij het over de jaren zeventig heeft. "Ik wil niet overkomen als een oude man die alleen maar terugblikt. Maar in die periode zaten hier astronomische aantallen vogels. Duizenden kemphanen, grutto's en zwarte sterns. Die aantallen gaan we niet meer halen, maar iets van dat gevoel begin ik weer een beetje te krijgen."

Source: Nu.nl algemeen

Previous

Next