Home

NU+ Halen we metalen straks uit zee? 'Wat daar beschadigd wordt, herstelt langzaam'

Een op afstand bestuurbare 'robotstofzuiger' die vierduizend meter in de oceaan afdaalt, om de bodem van de zee af te speuren voor knollen die vol zitten met mineralen. Die worden door een kilometerslange slang naar het oppervlak gepompt, waar het in een schip terechtkomt.

Diepzeemijnbouw is een manier om grondstoffen te winnen op de bodem van de oceaan, bijvoorbeeld uit 'mangaanknollen'. In de Stille Oceaan tussen Hawaï en Mexico liggen er duizenden op de bodem. Een mangaanknol is aardappelvormig vulkanisch gesteente dat er miljoenen jaren over doet om enkele millimeters te groeien, zo hebben wetenschappers vastgesteld.

"Mangaanknollen zijn belangrijk als vaste ondergrond voor sponzen, koralen en andere dieren die zich erop vasthechten", vertelt marien geoloog Henko de Stigter.

Aan de mangaanknol klonteren ook allerlei metalen vast, bijvoorbeeld nikkel, ijzer en het kostbare kobalt. Deze grondstoffen worden gebruikt bij de productie van batterijen, voor in telefoons of elektrische auto's. Ook worden van die stoffen bepaalde onderdelen van windmolens gemaakt.

Noorwegen is nu het eerste land dat stappen zet richting diepzeemijnbouw. Het parlement nam onlangs een wet aan die deze vorm van mijnbouw legaliseert. Dit alles binnen Noors territorium, waar de eigen regels gelden. Het gaat om een gebied van bijna 300 duizend vierkante kilometer, vlak bij de Noordpool.

In internationale wateren zijn nog geen regels voor diepzeemijnbouw. De Internationale Zeebodemautoriteit (ISA), een orgaan van de Verenigde Naties, is er wel mee bezig.

Vorig jaar was een wereldwijd akkoord over diepzeemijnbouw dichtbij, toen 168 VN-landen samenkwamen op Jamaica om een overeenkomst te sluiten. Dat mislukte en daarom mag er tot volgend jaar in internationale wateren nog geen mijnbouw plaatsvinden. Uiterlijk in 2025 moet de ISA een besluit nemen.

Een aantal landen, waaronder het Verenigd Koninkrijk en Zwitserland, en verschillende natuurorganisaties willen dat er voorlopig helemaal geen diepzeemijnbouw komt. In elk geval tot er wetenschappelijke bevindingen zijn over de effecten en mogelijke schade op het ecosysteem.

"Het risico is er dat er onherstelbare schade wordt aangericht, wat ook gevolgen kan hebben voor het klimaat", zegt Carl Königel van het Wereld Natuur Fonds (WWF). "We weten nog te weinig van wat er zich op de bodem van de zee afspeelt. Dus zeggen wij: maak pas op de plaats."

De diepzee kent een rijkdom aan soorten, hebben wetenschappers vastgesteld. Königel benadrukt dat de diersoorten die er leven soms honderden jaren oud kunnen worden en er lang over doen om te groeien. "Dat betekent dat als je daar iets beschadigt, het heel langzaam herstelt."

Ter plaatse onderzoek doen naar ecosystemen in de diepzee is lastig. Om die reden is er nog relatief weinig over bekend in de wetenschap. "Je moet je voorstellen: het is ver van de bewoonde wereld, kilometers diep en dan is er nog die extreme waterdruk", zegt Königel. "Het is dezelfde diepte als waar de Titan (de vermiste onderzeeër, red.) in elkaar klapte."

Veel maritieme en mijnbedrijven staan te popelen om de markt te verkennen. Zo ook het Nederlandse offshore bedrijf Allseas, dat gas- en oliepijpleidingen installeert en platforms op zee plaatst en verwijdert. Het bedrijf heeft in 2022 al getest met het naar boven halen van mangaanknollen in de Stille Oceaan.

"Wij delen de zorg over de ecosystemen. Daarom is vanaf begin af aan onze insteek om het op een manier te doen waarbij de impact op het milieu minimaal is", zegt Jeroen Hagelstein van Allseas. "Wanneer er een voorlopig verbod op diepzeemijnbouw komt, stop je ook de bedrijven die het onderzoek van onafhankelijke wetenschappers faciliteren."

Hagelstein vindt dat diepzeemijnbouw in context moet worden gezien. "Wij zijn van mening dat geen enkele manier van metaalwinning géén impact heeft." Hij verwijst naar negatieve effecten van mijnbouw op land, zoals ontbossing en mensenrechtenschendingen.

Het bedrijf benadrukt ook dat er schaarste is aan bepaalde grondstoffen die nodig zijn voor de energietransitie. "Het is noodzaak om metalen te winnen voor accu's, zonnepanelen en windmolens."

Volgens het In­ter­na­ti­o­naal Ener­gie­agent­schap (IEA) zal de vraag naar metalen zoals kobalt en nikkel inderdaad stijgen: de komende twintig jaar groeit de vraag met 70 procent. Maar ook het agentschap wijst op het gebrek aan wetenschap rondom diepzeemijnbouw en stelt dat dat niet per se nodig is om aan die stijgende vraag te voldoen.

Ook Königel van WWF ziet dat er meer grondstoffen nodig zijn voor de groene transitie. Maar die metalen kunnen ook op land gewonnen worden, vindt hij: "Ja, dat heeft ook impact, maar je kunt het beter monitoren en dus ingrijpen als het misgaat."

Bovendien denkt hij dat wanneer metalen uit zee eenmaal op de markt zijn - hij schat na tien jaar - het al te laat is om deze te gebruiken voor de energietransitie. WWF liet een studie uitvoeren waaruit blijkt dat de vraag met 58 procent gedrukt kan worden als er wordt ingezet op recycling en slimmere technologie die langer meegaat. "Dan hebben we die extra metalen helemaal niet nodig."

"Wij willen óók naar een circulaire maatschappij", reageert Hagelstein van Allseas. "Maar daar is op dit moment niet genoeg materiaal en infrastructuur voor."

Maak binnen 1 minuut een gratis account aan en krijg toegang tot extra artikelen.

Gelieve een geldig e-mailadres in te geven.

Source: Nu.nl economisch

Previous

Next