Op haar 19de was Anoesjka Minnaard bijna dood. Ze deed niks anders dan slapen, en als ze wel wakker was, verging ze van de dorst. Ze viel af, vele kilo’s. Haar huisarts hield het op diabetes type-2. ‘Ik was dik’, zegt Minnaard, ‘dus het moest wel type-2 zijn. Zo dacht de huisarts tenminste, dat is immers de overgewichtsvariant.’
De medicijnen die de artsen voorschreven, haalden niets uit. Sterker nog, Minnaard ging verder achteruit, tot ze nog maar de helft woog van wat ze nu weegt. De huisarts uit haar Zeeuwse geboortedorp (ze had haar studentenkamer verruild voor het ouderlijk huis) vertrouwde het niet en hij kreeg gelijk. Minnaard had diabetes type-1, de auto-immuunvariant, waarbij het lichaam geen insuline meer aanmaakt en om aan energie te komen eerst het vet opgebruikt, zich dan maar op de spieren richt, tot er niets overblijft om energie uit op te slorpen.
Over de auteur
Michiel van der Geest is de zorgverslaggever van de Volkskrant en verdiept zich in alle vormen van zorg: van ziekenhuizen tot huisartsen, van gehandicaptenzorg tot Big Pharma, van gezondheidsverschillen tot valgevaar.
Hoe doodziek ze ook was, zegt Minnaard, ‘van bekenden kreeg ik complimenten dat ik zoveel kilo’s kwijt was. En toen ik eindelijk weer aankwam, vonden ze dat zonde.’ Cynisch: ‘Hallo, ik was bijna dood!’
Deze ervaring bracht Minnaard er zes jaar geleden mede toe om zich aan te sluiten bij een clubje gelijkgestemden in een supportgroep voor dikke mensen. Compromisloze naam? Dikke Vinger.
Geen standaard lotgenotenvereniging, maar een ‘radicale sociaal-activistische stichting’, waarvan Minnaard voorzitter is geworden. Het is voor anderen misschien lastig te begrijpen, zegt Minnaard in haar bovenwoning in Den Haag, de verharende kat spinnend op de eettafel, ‘maar wij geloven dat onze gezondheid niet zou moeten uitmaken voor onze toegang tot de maatschappij. Het is irrelevant voor het respect dat wij verdienen.’ Niet dat dikke mensen per definitie ongezond zijn – nog zo’n misverstand, betoogt Minnaard. ‘Maar ook al ben je ongezond, dan nog verdien je gelijke behandeling.’
De vraag is hoelang Minnaards boodschap nog in vruchtbare aarde valt, nu de spectaculaire entree van anti-obesitasmedicijnen de strijd tegen overgewicht weer in het middelpunt van de belangstelling heeft geplaatst.
Nooit eerder ging de introductie van nieuwe medicijnen met zoveel hosannaverhalen en culturele implicaties gepaard. De merken Ozempic, Wegovy en Mounjaro drongen afgelopen jaar door tot het dagelijkse vocabulaire en de medicijnkast van miljoenen Amerikanen. Op TikTok is #Ozempic wijdverbreid en er is geen Oscar- of Golden Globes-uitreiking zonder obligaat grapje over het middel. Vakblad Science riep de werkzame stof semaglutide uit tot de wetenschappelijke doorbraak van het jaar. De Financial Times benoemde niet wereldster Taylor Swift, maar Lars Fruergaard Jorgensen tot Persoon van het Jaar, de topman van Novo Nordisk, de farmaceut achter Ozempic (officieel een diabetesmedicijn) en Wegovy.
In mum van tijd ontstond er een miljardenbusiness: het Deense Novo Nordisk werd meer waard (zo’n 340 miljard euro) dan de gehele Deense economie, Eli Lilly (eigenaar van afslankmiddel Mounjaro) is Amerika’s waardevolste farmaceut. In november kondigde Novo Nordisk aan 2,1 miljard euro te steken in de fabriek in Chartres in Frankrijk om de productie op te voeren. En o ja, het gooide er ook nog 6 miljard tegenaan voor een fabriek in Ierland. Eli Lilly deed een miljardeninvestering in Duitsland.
Pfizer, Amgen, AstraZeneca hopen binnen enkele jaren hun eigen afslankvariant op de markt te brengen. De Zwitserse farmaceut Roche legde in november 2,7 miljard euro neer voor een veelbelovende afslankstart-up. Over vijf jaar gaat er jaarlijks 90 miljard om in de afslankpillen-business, verwachten analisten.
Het bestrijden van overgewicht is voor farmaceuten een goudmijn. Over twaalf jaar zal meer dan de helft van de wereldbevolking overgewicht hebben, stelt de World Obesity Federation. In Nederland is de situatie niet beter, ondanks het preventie-akkoord dat het kabinet en zeventig organisaties in 2018 sloten. Dat schiet tekort, concludeerde het RIVM deze week: tot 2040 stijgt het aantal volwassenen met overgewicht tot 56 procent, bij de kinderen tot 14 procent. Ver weg van de doelstelling van respectievelijk 38 en 9 procent. Dat brengt vele gezondheidsproblemen met zich mee. Mensen met obesitas een grotere kans op hart- en vaatziekten, op kanker, op leveraandoeningen, op depressie.
En dus, zegt Edith Feskens, hoogleraar global nutrition aan de Wageningen Universiteit, is ze ‘best wel opgewonden dat dit bestaat’. Met de medicijnen is een gewichtsdaling van 5 tot 10 procent in de praktijk haalbaar (voor sommigen nog meer), ruim hoger dan de gemiddeld 3,6 procent van de intensieve leefstijlprogramma’s die nu in het basispakket van de zorgverzekering zitten, en waarvan Feskens zelf een van de grondleggers is. ‘Als dit leidt tot minder obesitas, betekent het ook minder diabetes en infarcten op latere leeftijd – de gezondheidswinst zal enorm zijn.’
Ook een paar kilo minder, zeker in combinatie met een gezondere leefstijl, kan al een enorm verschil maken, zegt Feskens. ‘Dat betekent minder rugklachten, minder artrose, minder last van de knie. Het kan de arbeidsproductiviteit van de samenleving verhogen. Daar ben ik echt positief over.’
Jaap Seidell, hoogleraar en voedingswetenschapper aan de Vrije Universiteit, noemt de medicijnen ‘het begin van een mogelijke waterscheiding’. Grootste voordeel wat hem betreft: de medicijnen leggen de oorzaak van het overgewicht van een individu vast. ‘We weten nu zeker dat overgewicht een medisch probleem is. Opmerkingen als ‘ze vreten te veel’ of ‘ze zitten maar wat’ kunnen we nu vergeten. Het is een fundamenteel pathologisch probleem met eetlustregulatie, een metabool hormonaal mechanisme.’
Zelfs Minnaard is ‘heel blij’ dat de medicijnen er zijn: ‘Zeker voor mensen met diabetes type-2. Als er mensen zijn die graag 10 procent willen afvallen, moeten ze dat zelf weten. Wij zijn er niet om andere dikke mensen te vertellen wat ze wel en niet moeten doen.’
Er zijn mensen die beweren dat obesitas binnen afzienbare tijd tot het verleden behoort. Sanne Groenemeijer, de baas van de Nederlandse tak van Novo Nordisk, zei vorig jaar september dat ‘de huidige en toekomstige ontwikkelingen de hoop bieden dat we over twintig jaar obesitas als chronische ziekte kunnen uitbannen’.
Zou het echt? Er zijn nog wel een paar fikse mitsen en maren.
Het is de grillige ironie van Seidells loopbaan: al veertig jaar probeert hij als wetenschapper de maatschappij gezonder te maken en al veertig jaar wordt de wereldbevolking elk jaar een stukje dikker. Sinds de jaren zeventig daalde het percentage overgewicht in geen enkel land in de wereld. Seidell: ‘Toen ik in 1982 stage liep in Engeland, schreef een van mijn collega’s een alarmerend rapport over de obesitasepidemie. Dat rapport kun je morgen gewoon opnieuw uitbrengen, het is nog steeds actueel.’
Die epidemie, zegt Seidell, is het gevolg van het samenspel tussen ‘omgeving en biologie’. ‘We zijn genetisch nog hetzelfde als tienduizend jaar geleden, dus ons brein spoort ons nog steeds aan vet en zout te eten, daar vooral niet mee te stoppen en onder een boom te gaan zitten zodra het kan.’ Ondertussen is ons voedingssysteem ‘primair gericht op het stimuleren van overconsumptie. Met meedogenloze marketing, eindeloos veel verkooppunten en voedingsbedrijven die zijn gericht op winstmaximalisatie.’
Wat in Seidells veertigjarige carrière niet is veranderd: farmabedrijven die claimen een wondermiddel te hebben. Hij noemt moeiteloos een rijtje voorgangers van de huidige beurslievelingen: citruline, amfetamine, hcg-injecties, dexfenfluramine, benfluorex, fenfluramine/phentermine (fen-phen), sibutramine, rimonabant. ‘De meeste van die geneesmiddelen waren wereldwijd een groot succes, farmaceuten verdienden miljarden, tot uit data-onderzoeken uit de praktijk bleek dat ze relatief zeldzame maar heftige bijwerkingen hadden.’ Middelen zijn van de markt gehaald omdat het aantal zelfdodingen toenam, gebruikers hartinfarcten kregen, of de bloeddruk omhoogging.
Daarom, zegt Seidell, moeten we voorzichtig zijn met de loftrompet. ‘Het is nog niet zeker dat dit wel een free lunch is. De risico’s zijn enorm. Eén verkeerde bijwerking en alles klapt in elkaar.’ De kans daarop, voegt Seidell toe, is bij deze medicijnen intussen wel klein. ‘Dan hadden we het waarschijnlijk al geweten.’
Voor Anoesjka Minnaard roepen de nieuwe medicijnen vooral een gevoel op van ‘o, daar gaan we weer’. ‘Bij elk nieuw medicijn, bij elk ketodieet is het hetzelfde liedje. Dan ga je naar een verjaardag en vraagt tante Liesbeth of je al gehoord hebt van de nieuwste afvalmethode.’
Nee, zegt Anita Vreugdenhil, afvalmedicijnen zijn niet de oplossing van het probleem van overgewicht. Vreugdenhil is hoogleraar leefstijlgerelateerde ziekten bij kinderen aan het Maastricht UMC+ en begeleidt kinderen met obesitas. ‘Ze zijn een toevoeging voor een selecte groep patiënten die je niet of niet voldoende kunt helpen met leefstijlinterventies.’
Het zijn bovendien middelen die artsen voorzichtig moeten voorschrijven. Want er zijn bijwerkingen (lage bloedsuikers, maag-darmproblemen, misselijkheid, risico op alvleesklierontsteking), en je moet de middelen levenslang gebruiken. ‘Zodra mensen stoppen met het gebruik ervan, schiet het gewicht weer omhoog’, zegt Vreugdenhil.
Daarom, vindt ze, moeten artsen de medicijnen pas voorschrijven na een strikte selectieprocedure. Eerst een leefstijlprogramma. Werkt dat niet, dan moet overleg tussen meerdere artsen plaatsvinden. Zijn die akkoord, dan volgt een recept.
Hoogleraar Feskens vraagt zich af of dat soort richtlijnen standhouden. ‘Ik ben beducht voor de druk die op artsen zal worden uitgeoefend om deze medicijnen ruim voor te schrijven. Hetzelfde hebben we met de statines gezien, de cholesterolverlagers.’
Deze revolutionaire middelen kwamen in de jaren negentig op de markt en zouden in eerste instantie alleen in combinatie met gezonde voeding de weg naar de patiënt moeten vinden. Inmiddels behoren ze tot het standaard-voorschrijfpatroon van artsen. Feskens: ‘Aan de ene kant is dat positief, ze hebben bijgedragen aan een beperking van de hart- en vaatziekten. Aan de andere kant durf ik te stellen dat cholesterolverlagers niet hebben bijgedragen aan het bevorderen van gezonde voeding, integendeel. Dat was niet nodig, omdat de medicijnen het negatieve effect van verzadigde vetten teniet deden.’
Die vrees voor ruimhartig voorschrijfgedrag is niet ongegrond. In december concludeerde zorgverzekeraar CZ dat 60 procent van de verzekerden die het enige in Nederland verkrijgbare afvalmedicijn (Saxenda) kregen voorgeschreven, niet eerst een jaar had meegedaan aan een leefstijlprogramma. Terwijl dat volgens de vergoedingsrichtlijnen wel de bedoeling is.
Zelfs als het bij alle gebruikers zou leiden tot gewichtsafname, dan nog snapt Minnaard niet waarom ‘iedereen het onthaalt als een soort wondermiddel’. ‘We weten pas de uitkomsten van twee jaar gebruik, de langetermijneffecten zijn nog volstrekt onduidelijk. En stel: alle mensen vallen 15 procent af. Als je 1,60 meter bent en 100 kilo weegt, dan ben je na gebruik nog steeds obees hoor. Ik snap niet zo goed wat het wonder is.’
Heftig, vindt Minnaard de juichverhalen. ‘Het wordt weer eens duidelijk hoeveel bijwerkingen dikke mensen moeten slikken, hoeveel risico’s ze worden geacht te nemen voor de rest van hun leven, om maar niet dik te hoeven zijn. Terwijl we eigenlijk niet eens helder hebben wat de gezondheidswinst nou feitelijk is.’
Steeds maar weer krijgt Jaap Seidell dezelfde vragen. Hoe kan ik geen kanker krijgen? Hoe zit het nou met alcohol? Wanneer zit ik te veel? ‘En dan geef ik goedbedoelde adviezen en krijg ik als antwoord: nu probeert u ook nog mijn genotsmoment af te pakken.’
Eigenlijk, zegt Seidell, wil niemand echt iets doen aan preventie. ‘De overheid zou de leiding moeten nemen, maar die is bang als betuttelend over te komen.’ En het eerlijke verhaal is dat het overgrote deel van de bevolking overgewicht wel prima vindt, zegt Seidell. ‘Het is een maatschappelijk probleem zonder veel urgentie.’ Wetten die preventie moeten bevorderen waren daarom voor politici al niet interessant ‘en dat wordt alleen maar minder als er medicijnen op de markt zijn’.
Moreel gezien is dat onjuist, vindt Seidell. Als samenleving zou je moeten inzetten op een ‘fatsoenlijke leefomgeving waarvan je niet ziek wordt’. Nu dreigt het gevaar dat we individuen gaan helpen met medicijnen, ‘terwijl de oplossing ligt in het aanpakken van het vetmesten van de bevolking uit winstbejag’.
Gedragsverandering levert op den duur de meeste gezondheidswinst op, weet Anita Vreugdenhil. ‘Dat gaat in kleine stappen. Op termijn ga je naar steeds meer gedragsverandering, naar steeds meer gezondheidswinst. Dat kost je twee jaar, maar je hebt er je leven lang voordeel van.’
De kinderen die Vreugdenhil al een tijd begeleidde voordat de coronapandemie uitbrak, wisten ook die stressvolle periode goed door te komen zonder gewichtstoename. ‘We hadden al terugvalplannen gemaakt: wat te doen op een verjaardag, tijdens vakantie, als een vriendje het uitmaakt? Als je al van tevoren leert hoe je met zo’n stresssituatie moet omgaan, kun je voorkomen dat je terugvalt in oude gewoonten.’
Als Anoesjka Minnaard de krantenkoppen leest die enthousiast verhalen over ‘de strijd tegen het overgewicht’ doet dat pijn. ‘Ze zijn neutraal bedoeld, maar de teneur is: het is goed als er minder van dit soort mensen zijn. Terwijl ik denk: dit gaat over mij.’
We moeten af van de focus op BMI, vindt Minnaard. ‘Tal van onderzoeken laten zien dat de gezondheidswinst van een gezond voedselpatroon en voldoende bewegen net zo groot is bij slanke mensen als bij dikke mensen. Bij 95 procent van de mensen werkt diëten niet. Of ze vallen niet af, of ze komen meer aan als het dieet weer is gestopt. Ik snap die focus op afvallen niet, laten we ons focussen op aardiger voor elkaar zijn, op goed voor onszelf zorgen.’ Er is namelijk, zegt ze, geen enkele ziekte die alleen maar voorkomt bij dikke mensen en er zijn ook genoeg dikke mensen die wel gezond zijn.
Daarbij durft Minnaard de stelling wel aan dat het gepest en de discriminatie van dikke mensen de grootste gezondheidsproblemen oplevert. Retorische vraag: ‘Worden mensen depressief van hun vetcellen, of van hoe de wereld naar hun vetcellen kijkt?’
De medicijnen Ozempic en Wegovy hebben als werkzame stof semaglutide, dat middels een wekelijkse injectie het hormoon GLP-1 nabootst. Het brengt de suikerspiegel weer op orde, ledigt de maag trager en vermindert het hongergevoel. Alleen Wegovy is een afvalmedicijn, Ozempic is officieel een diabetesmiddel met gewichtsverlies als bijwerking.
De werkzame stof van Mounjaro is tirzepatide, dat twee darmhormonen nabootst.
In onderzoeken vallen deelnemers zo’n 10 tot 20 procent af na een jaar gebruik, mits dat gepaard gaat met een gezonde leefstijl. In de praktijk lijkt het gewichtsverlies iets minder.
Er zijn andere voordelen: ook het aantal hart- en vaatziekten neemt af en uit Amerikaans onderzoek onder Ozempic-gebruikers bleek eerder deze maand dat zij ook minder zelfmoordgedachten hadden dan niet-gebruikers.
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
Voor snelle wijzigingen en bezorging
U bent niet ingelogd
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2024 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden