Ruim dertig jaar was Wayne LaPierre de baas van de Amerikaanse wapenlobbyclub NRA. Nu vertrekt hij, bezoedeld door een corruptieschandaal. Volgens critici laat hij ‘een erfenis van terreur’ na. En goed schieten blijkt hij ook al niet te kunnen.
Hij is de man achter het officieuze levensmotto van vuurwapenminnend Amerika: ‘The only way to stop a bad guy with a gun, is a good guy with a gun.’ Begin januari kondigde Wayne LaPierre (74) aan dat hij eind deze maand na ruim drie decennia opstapt als baas van de National Rifle Association (NRA), de machtige wapenlobby waarbij ruim 4 miljoen Amerikanen zijn aangesloten.
Officieel zwaait LaPierre af vanwege zijn gezondheid. Maar de werkelijke reden van zijn vertrek, daar twijfelt niemand aan, is de civiele corruptiezaak die tegen hem is aangespannen door de openbaar aanklager van de staat New York, Letitia James.
Over de auteur
Sterre Lindhout schrijft voor de Volkskrant over Noord-Amerika, het Caribisch gebied en Suriname. Hiervoor was ze correspondent in Duitsland.
LaPierre wordt er samen met andere NRA-kopstukken van verdacht miljoenen dollars te hebben gestolen uit de kas van de wapenlobbyclub. Hij zou het geld hebben uitgegeven aan exorbitante familievakanties per privévliegtuig, persoonlijke beveiliging en een overdadige garderobe. Volgens de aanklacht (‘georganiseerde corruptie’) gebruikte LaPierre de NRA als ‘persoonlijk spaarvarken’.
Ruim drie decennia was de onberispelijk geklede en subtiel bebrilde LaPierre ’s lands felste verdediger van het recht om als Amerikaans burger een wapen te dragen, zoals dat is vastgelegd in het tweede amendement van de grondwet. Het contrast tussen zijn professorachtige uiterlijk en zijn verbale agressie gaven hem een zweem van mysterie.
Progressief Amerika haat Wayne LaPierre en acht hem medeplichtig aan alle schietpartijen die het land de afgelopen 33 jaar hebben opgeschrikt. Volgens de organisatie Guns Down America laat hij ‘een erfenis van terreur’ na.
LaPierre, die opgroeide in New York en politicologie studeerde, is sinds 1978 lid van de NRA en sinds 1991 ceo. Tegen The New York Times zei hij een paar jaar geleden dat hij die functie niet actief had nagestreefd, maar toegeschoven kreeg toen niemand anders wilde.
Voor de wapenlobby waren de jaren negentig een ingewikkelde periode. Een golf aan bloedige schietpartijen gaf voorstanders van strengere wapenwetten de wind in de zeilen, zeker toen in 1993 de Democratische president Clinton aan de macht kwam. Nog in datzelfde jaar keurde het Congres een wet goed die antecedentenonderzoek bij wapenkopers mogelijk maakte. Twee jaar later volgde een baanbrekend verbod op semi-militaire automatische wapens (een verbod dat de regering-Bush jr. weigerde te vernieuwen toen het tien jaar later verliep.)
LaPierre provoceerde graag en bediende zich van felle anti-overheidsretoriek, lang voordat dit gemeengoed werd in Republikeinse kringen. Het ombuigen van nadelige situaties in publicitair succes voor de NRA bleek zijn grootste talent.
Zo deed hij in 2012 de good guy with a gun-uitspraak, vlak nadat een jonge man 26 leerlingen en leraren had vermoord op een basisschool in Sandy Hook, Connecticut. Het was (en is nog steeds) de dodelijkste aanslag op een Amerikaanse basisschool in de geschiedenis, dus de verwachting was dat de NRA zich rustig zou houden.
In plaats daarvan hield LaPierre een vurig pleidooi voor bewapende bewakers op alle scholen. Dat werkte. Een paar maanden later verwierp het Congres een voorstel van president Obama om wapenbezit verder aan banden te leggen. In de Obama-jaren groeide het ledental van de NRA tot een record van 6 miljoen.
LaPierre maakte de NRA politieker. Tot in de jaren zeventig had de organisatie leden in beide politieke partijen. Maar rond de eeuwwisseling was de NRA veranderd in een Republikeins bolwerk en een katalysator van politieke polarisatie. In 2016 doneerde LaPierre 30 miljoen aan de campagne van Donald Trump, onder andere voor billboardreclames die waarschuwden dat Hillary Clinton de Amerikanen ‘weerloos zou maken’.
De problemen voor de NRA begonnen op het moment dat de openbaar aanklager in New York in 2018 besloot onderzoek te doen naar de vermeende corruptie van het bestuur. Hierdoor kwam de NRA in conflict met Ackerman McQueen, het reclamebureau uit Oklahoma dat al jaren verantwoordelijk was voor haar publiciteits- en imagocampagnes.
Het bureau was ook het brein achter het televisiekanaal NRATV, door The New York Times omschreven als ‘een soort paranoïde lifestylekanaal’, waar wapenbezit werd verheerlijkt en de radicale uitspraken van LaPierre werden rondgepompt.
Uit angst te worden meegezogen in het corruptieonderzoek, keerde het reclamebureau zich tegen zijn cliënt. In het juridische moddergevecht dat volgde, bracht Ackerman McQueen een stroom aan belastend materiaal voor de NRA en LaPierre naar buiten, waaronder een video die laat zien dat de bekendste wapenlobbyist van het land een beroerde schutter is. Op het filmpje uit 2013 mist LaPierre tijdens een safari in Botswana drie keer van dichtbij een olifant en maakt hij een allesbehalve gelukkige indruk met een jachtgeweer in zijn hand.
De laatste jaren gaat het bergafwaarts met de NRA. Het tv-kanaal is opgedoekt, het ledental daalt, het bestuur ligt onderling overhoop, en volgens Amerikaanse media is het financieel een rommeltje.
Maar het vertrek van LaPierre en het toekomstige vonnis zouden de lucht kunnen klaren. Als de rechter in New York LaPierre en andere bestuurders veroordeelt, moeten ze gigantische sommen terugbetalen aan de NRA. Bovendien hebben wapendragers de tijdgeest mee. De oerconservatieve rechters van het Hooggerechtshof zoeken naar mogelijkheden om de wapenvrijheid zo ver mogelijk op te rekken. En mocht Trump in november weer tot president worden gekozen, dan lacht de toekomst de NRA toe.
In 1995 beëindigde oud-president George Bush sr. woedend zijn lidmaatschap van de NRA omdat LaPierre politieagenten die illegale wapenbezitters opsporen ‘overheidsmisdadigers’ en ‘nazi’s’ had genoemd.
LaPierre bedacht een NRA-keurmerk voor politici, dat nog steeds bestaat. Voorvechters van strengere wapenwetten krijgen een F en de dikste vrienden van de NRA een A (en campagnefinanciering).
Het opmerkelijkste bewijsstuk van de openbaar aanklager in New York is een bonnetje van een kledingzaak in Beverly Hills waar LaPierre op één dag voor 40 duizend euro pakken en stropdassen kocht.
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
Voor snelle wijzigingen en bezorging
U bent niet ingelogd
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2024 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden